Vrijheid als luxeartikel
Anne ziet dat échte vrijheid vooral is weggelegd voor een kleine club: mensen met vermogen, met flexibele banen of een eigen zaak. “Zij kunnen hun tijd naar eigen hand zetten.” Voor de meesten geldt dat niet. “Zeg je nee tegen 40 uur, dan lever je inkomen, zekerheid en status in.” Daardoor is de keuze om minder te werken volgens haar niet echt vrij. “Het is vrijheid met een prijskaartje dat veel mensen simpelweg niet kunnen betalen.”
Geen ode aan luiheid
Anne benadrukt dat haar punt vaak verkeerd wordt opgevat. “Het gaat niet om niet willen werken.” Ze vindt werk belangrijk, zinvol en iets dat verbindt. “Maar waarom zou dat per se 40 uur moeten zijn?” Volgens haar is het een heilig getal geworden waar bijna niemand aan durft te komen. “Alsof het een natuurwet betreft.” Ze pleit voor kortere werkweken, meer flexibiliteit en stoppen met aanwezigheid als maatstaf voor waarde.
Een ongemakkelijke parallel
Anne weet dat het woord slavernij weerstand oproept. “Ik gebruik het niet om de geschiedenis te bagatelliseren,” zegt ze, “maar om dat gevoel van geen autonomie te vangen.” Vastzitten in een systeem waar je niet zonder zware consequenties uitkomt. “Dat gevoel herkennen veel mensen, ook al spreken ze het zelden zo uit.”
Aan het eind van het gesprek stelt Anne de vraag die vaak wordt gefluisterd maar zelden hardop klinkt: vinden we het werkelijk normaal om het grootste deel van ons leven aan werk te besteden, of wordt het tijd om opnieuw te kiezen hoeveel tijd we bereid zijn weg te geven?