De Camera In Het Rooster, Haar Schoonmoeder Wilde Haar Baby En Het Bedrijf Van 14 Miljoen

Marianne kwam als eerste binnen. Crèmekleurig mantelpak, parels om haar nek, een parfum dat de lucht dichtsmeerde alsof ze de kamer wilde desinfecteren met geld. Achter haar Bram, de neef, de advocaat van de familie, een zwarte map tegen zijn borst gedrukt als een schild.

"Je bent labiel, Lotte," zei Marianne zacht. Ze ging naast het bed staan en keek naar Lottes buik alsof het een contract was dat nog ondertekend moest worden. "Na de bevalling gaat het kind met ons mee. Jij gaat ergens rustig bijkomen."

Naast haar opende Bram de map. Een stapel papieren: toestemming voor voogdij, een medische machtiging, een verzoek om psychiatrisch onderzoek. Allemaal opgesteld voordat Lotte was bevallen. Allemaal wachtend op één ding.

"Tekenen," zei Bram, en hij gooide de papieren op haar dienblad. "Of we vragen morgen spoedvoogdij aan."

"Nee."

Marianne glimlachte niet meer. Ze knikte één keer, bijna onmerkbaar, naar de deur.

Twee zusters kwamen binnen. Lotte kende ze van de nachtdienst — Sanne, de jonge met het vlechtje, en een oudere wiens naam ze nooit had onthouden. Ze drukten haar armen in het matras. Niet ruw. Erger: professioneel. Alsof dit een behandeling was.

Bram pakte haar rechterhand. Hij vouwde haar vingers om een pen alsof ze een kind was dat moest leren schrijven. Hij trok de pen over het papier. Haar handtekening — haar naam — kronkelde over de stippellijn als iets gewonds.

Ze schopte. Ze schreeuwde. Haar benen sloegen tegen het bedhek, tegen hun knieën, tegen alles wat erlangs kwam. Handbrede paarse vlekken bloeiden later op haar dijen op, vingerafdrukken als een kaart van deze ochtend.

"Rustig maar," zei Marianne. Ze stond erbij alsof ze naar een tuin keek die gesnoeid werd. "Straks doet niets meer pijn."

Lotte zei niets meer. Alleen de monitor naast haar bed piepte, veel te snel, een hartslag die nergens heen kon.

Geen enkele verpleegkundige durfde haar aan te kijken. Behalve Sanne. De jonge zuster met het vlechtje keek één keer, heel kort, naar Lottes gezicht — en in die blik zat iets dat Lotte herkende uit verhoorkamers: schaamte. Sannes greep verslapte een fractie van een seconde. Net genoeg dat Lotte haar pols kon draaien. Net genoeg om te voelen dat er in deze kamer tenminste één iemand was die dit niet wilde.

Lotte prentte zich alles in: het nummer op Sannes badge, de kras op Brams horloge, de manier waarop Marianne's duim over haar parels gleed toen ze dacht dat niemand keek. Details waren munitie. Dat had Tomas haar geleerd. Een rechtszaal is geen plek voor gevoelens, had hij gezegd. Het is een plek voor tijdstippen, namen en dingen die je kunt aanwijzen.

Toen hield Lotte op met vechten.

Niet omdat ze opgaf. Maar omdat ze omhoog keek, naar het ventilatierooster boven haar bed, naar het stipje zo klein als een speldenknop in de hoek van het rooster.

Een camera. Niet van hen. Van haar.

Hij nam op. Beeld én geluid. Elk woord, elke hand op haar armen, elke seconde. En wat Marianne niet wist, wat Bram niet wist, wat de twee zusters niet wisten: deze kamer stond op Lottes naam. Geboekt door Lotte. Betaald door Lotte. Zes weken geleden, met beginnende harde buiken en een bon die ze nog steeds in haar tas had.

Marianne boog zich over het bed heen, zo dichtbij dat Lotte elke afzonderlijke parel kon tellen. Haar parfum vulde Lottes neus tot ze bijna moest niezen.

"Weet je wat er al klaarstaat, Lotte?" fluisterde ze, zo zacht dat de camera het bijna niet zou oppikken — bijna. "In Aerdenhout. De kinderkamer is al geschilderd. Zachtgeel. Daan heeft de kleur zelf uitgekozen, wist je dat? Hij is er zo blij mee." Ze streek een pluk haar uit Lottes bezwete voorhoofd, een gebaar dat teder had kunnen zijn in een ander universum. "Je hoeft nergens aan te denken. Alleen maar rustig bijkomen. Ergens waar het stil is."

"De notaris komt morgen om tien uur," zei Bram tegen Marianne, alsof Lotte er niet bij was. Alsof ze al een dossier was. "Als ze vanavond tekent, kunnen we de spoedaanvraag intrekken."

"En als ze niet tekent?" vroeg de oudere zuster, zonder op te kijken van het infuus dat ze controleerde.

Bram glimlachte dun. "Dan tekenen we morgenochtend alsnog. Met of zonder haar medewerking."

Lotte keek naar de klok aan de muur. Acht uur zeventien. Ze prentte het zich in, zoals ze vroeger tijdstippen in processen-verbaal noteerde: 08:17, bedreiging met spoedvoogdij, twee getuigen in uniform. Haar lichaam deed pijn op plekken waar ze niet wist dat een lichaam pijn kon doen, maar haar hoofd was helder. Helderder dan het in maanden was geweest.

Sanne verschoof haar gewicht van de ene voet op de andere. Haar handen trilden op Lottes arm. "Het spijt me," fluisterde ze, zo zacht dat alleen Lotte het hoorde. "Ze zeiden dat het alleen maar papieren waren."

Buiten op de gang klonken zware voetstappen. Een mannenstem, hees van haast: "Wat is hier in godsnaam aan de hand?"

De kamer bevroor. Marianne draaide zich naar de deur. Bram liet Lottes hand los alsof hij zich had gebrand.

En Daan stapte binnen.

→ Deel 3 — Wit Als Een Laken