2. De Dubbele Centrifugeer-Regel
Veel mensen laten hun wasmachine één standaard wasprogramma draaien en halen het wasgoed er direct uit. Door een eenvoudige aanpassing aan te brengen in je routine, behaal je een veel droger resultaat:
-
Laat het reguliere wasprogramma volledig aflopen.
-
Schud het wasgoed voorzichtig los in de trommel zodat de kledingstukken niet als een vaste bal op elkaar geklonken zitten.
-
Zet de machine vervolgens nogmaals aan op een losse centrifugeercyclus op het hoogste toerental (bijvoorbeeld 1400 of 1600 toeren per minuut).
Omdat de kledingstukken tijdens de tweede ronde losser in de trommel liggen, kan de middelpuntvliedende kracht het resterende water dat in de vezels opgesloten zat veel gemakkelijker naar buiten persen.
De Juiste Instellingen op Je Wasmachine Keren het Tij
Om je wasmachine als 'droger-assistent' te gebruiken, is het essentieel om de knoppen die wél op je bedieningspaneel zitten optimaal te benutten.
Het Toerental Maximaken (RPM)
Het toerental geeft aan hoe vaak de trommel per minuut ronddraait tijdens de laatste fase van de wasbeurt.
-
800 tot 1000 toeren: Geschikt voor fijne was en wol, maar laat veel vocht achter (restrustvochtgehalte van circa 70%).
-
1200 toeren: Standaard voor synthetische stoffen (restrustvochtgehalte van circa 53%).
-
1400 tot 1600 toeren: Ideaal voor katoen, spijkerbroeken en handdoeken. Het restrustvochtgehalte zak hiermee naar onder de 44%. Hoe lager dit percentage, hoe minder tijd de kleding nodig heeft om te drogen.