Hoofdstuk 5: De Confrontatie
Toen ik thuiskwam bij Clara, barstte ik in tranen uit. Mijn zus was woedend. "Je gaat haar nu bellen, Elena!" eiste ze.
Ik pakte mijn telefoon en belde Sophie. Zodra ze opnam, probeerde ze weer een excuus te verzinnen, maar ik onderbrak haar met een ijzige, kalme stem:
"Sophie, ik sta niet meer voor je deur. Ik ben net IN het appartement geweest. Wie zijn die toeristen in mijn oude slaapkamer?"
Er viel een doodse stilte aan de andere kant van de lijn. Je kon haar ademhaling horen versnellen.
"Mama... laat me het uitleggen," stamelde ze uiteindelijk.
"Uitleggen?" schreeuwde ik, mijn stem overslaand van verdriet. "Je zei dat je het huis wilde om kinderen te krijgen! Je liet me verhuizen naar een klein huisje met je tante, terwijl jij mijn herinneringen hebt gesloopt om er geld aan te verdienen!"
Sophie veranderde meteen van toon. De schuldgevoelens maakten plaats voor een kille, zakelijke houding — duidelijk beïnvloed door haar man Thomas.
"Luister mama," zei ze hard. "Thomas en ik moesten zakelijk denken. Waarom zouden we in zo'n groot huis gaan wonen als we er duizenden euro's per maand mee kunnen verdienen aan short-stay verhuur? Met het geld dat we hier uit halen, kunnen we over een paar jaar een villa kopen buiten de stad. Het is een investering voor onze toekomst. Het huis staat op mijn naam, dus het is nu mijn beslissing!"
Die laatste zin snijd dieper dan welk mes ook: Het staat op mijn naam.