Namen verschilden per streek
In de Middeleeuwen kon je voornaam soms iets vertellen over je geboorteplaats. Nederland bestond toen nog niet zoals we het nu kennen. Verschillende gebieden hadden hun eigen taalinvloeden en gebruiken. Dat zag je ook duidelijk terug in de namen.
In Noord-Holland kwamen bijvoorbeeld namen met Friese invloeden veel voor. Ook patroniemen waren daar gebruikelijk. Zo’n naam vertelde wie de vader van iemand was. Een persoon kon daardoor worden aangeduid als zoon of dochter van een bepaalde man.
In Utrecht waren juist meer invloeden vanuit Duitse gebieden zichtbaar. Dat kwam door handel, reizen en contacten tussen verschillende steden. Mensen namen gebruiken en namen van elkaar over. Hierdoor ontstond per regio een andere verzameling populaire voornamen.
Dordrecht had weer een bijzondere positie. De stad was belangrijk voor handel en vervoer. Daardoor kwamen er veel mensen vanuit Vlaanderen voorbij. Vlaamse namen konden zich via deze route verder naar het noorden verspreiden.
Dat maakt onderzoek naar oude namen extra interessant. Een voornaam kan aanwijzingen geven over migratie en contacten tussen gebieden. Namen veranderden bovendien regelmatig van spelling. Daardoor kan één naam in oude documenten op meerdere manieren voorkomen.
Sommige namen die tegenwoordig heel oud klinken, waren ooit juist nieuw. Pieter is daar een mooi voorbeeld van. Volgens historische bronnen verschijnt die naam pas rond 1062 in documenten. Daarvoor werd vaker de Latijnse vorm Petrus gebruikt.
Ook Cornelis kwam niet altijd voor in Nederland. De naam verschijnt volgens bronnen pas veel later. Rond 1440 duikt Cornelis op in historische documenten. Tegenwoordig vinden we zo’n naam juist behoorlijk traditioneel klinken.