Signaal 1 en 2: vergeetachtigheid en herhaling
Af en toe iets vergeten is normaal. Maar bij dementie gaat het vaker om recente informatie: een net gevoerd gesprek, een afspraak van gisteren, of wat er net is verteld. Ook kan iemand steeds dezelfde vragen stellen.
Opvallend is dat herinneringen van vroeger soms juist langer intact blijven. Iemand kan feilloos vertellen over jeugdjaren, maar niet meer weten wat hij een uur geleden heeft gegeten. Dat contrast kan een belangrijk aanwijzing zijn.
Signaal 3 en 4: dagelijkse handelingen worden lastig
Taken die ooit vanzelf gingen, worden opeens ingewikkeld. Koken, de administratie, of een was draaien kan plots te veel stappen bevatten. Vooral handelingen met een vaste volgorde leveren dan problemen op.
Soms zie je dat iemand het nog wel probeert, maar halverwege vastloopt en gefrustreerd raakt. Of iemand begint opnieuw, omdat hij niet meer weet waar hij gebleven was. Dat levert vaak stress op, ook al wordt dat niet altijd uitgesproken.

Signaal 5: de weg of tijd kwijt zijn
Desoriëntatie is een klassieker: niet meer weten welke dag het is, afspraken door elkaar halen, of denken dat het ochtend is terwijl het avond is. In een later stadium kan ook plaatsverwarring optreden.
Iemand kan bijvoorbeeld in de eigen buurt ineens niet meer weten waar hij is, of vergeten hoe hij daar gekomen is. Dat is niet alleen schrikken, maar kan ook onveilig worden, zeker als iemand alleen op pad gaat.
Signaal 6: taalproblemen in gesprekken
Woorden zoeken hoort bij ouder worden, maar bij dementie gaat het vaak verder. Iemand kan midden in een zin stoppen, of steeds vager praten omdat het juiste woord niet meer te vinden is.
Ook kan iemand woorden vervangen door omschrijvingen (“dat ding voor de tv”) of verkeerde woorden gebruiken. Gesprekken worden dan vermoeiender, waardoor iemand zich kan terugtrekken of stil kan worden in gezelschap.
Signaal 7: spullen op vreemde plekken leggen
Iedereen raakt wel eens iets kwijt, maar bij dementie belanden spullen soms op onlogische plekken. Sleutels in de koelkast, de portemonnee in een wasmand, of afstandsbedieningen in een keukenkastje.
Het vervelende is dat iemand later niet meer kan reconstrueren waar het is neergelegd. Dat kan leiden tot frustratie, maar soms ook tot achterdocht: het idee dat anderen spullen “verstoppen” of “stelen”.
Signaal 8: slechter oordeelsvermogen
Dementie kan invloed hebben op inschatten en beslissen. Iemand kan bijvoorbeeld makkelijk ingaan op rare telefoontjes, onnodige aankopen doen of geld weggeven, zonder te voelen dat iets niet klopt.