Wat meestal níet meetelt: de overwaarde van je eigen woning en vaak ook pensioenpotten die nog vaststaan. Dat is precies waarom iemand op papier “vermogend” kan lijken, terwijl een bank hem of haar nog niet automatisch als miljonair ziet.
De superrijke categorie boven de miljonairs
Boven de HNWI-groep zit nog een kleinere club: Ultra High Net Worth Individuals. Dat zijn mensen met tientallen miljoenen aan vrij belegbaar vermogen, soms nog veel meer. Ook hier geldt doorgaans: de eigen woning wordt niet standaard meegenomen.
Deze groep krijgt vaak een compleet andere benadering dan “gewone” miljonairs. Niet alleen door het bedrag, maar vooral omdat hun geld vaak verspreid zit over bedrijven, vastgoed, internationale beleggingen en soms complexe familieconstructies.
Waarom banken niet alleen jagen op de allerrijksten
Het klinkt logisch dat banken vooral warm lopen voor multimiljonairs, maar daar zit een keerzijde aan. Hele grote vermogens zijn vaak ingewikkeld: er zijn juristen nodig, fiscalisten, estate planners, specialisten in bedrijfsstructuren en adviseurs voor internationale regels.
Dat kost banken tijd en geld, en het maakt zo’n klant niet automatisch de meest winstgevende. Een klant met “een paar ton” vrij vermogen kan juist aantrekkelijk zijn: minder complex, wél geïnteresseerd in beleggen, planning en extra diensten.
Vanaf wanneer je bij banken op de radar komt
Opvallend is dat je niet per se miljonair hoeft te zijn om als “welgesteld” te worden gezien. In veel gevallen begint de aandacht al rond 100.000 euro aan vrij belegbaar vermogen. Dat is geen officiële grens, maar in de praktijk vaak een signaal.
Vanaf dat niveau denkt een bank sneller: deze klant kan mogelijk gaan beleggen, heeft behoefte aan advies, en is interessant voor aanvullende producten. Het is dus een soort omslagpunt, ook al blijf je ver onder het HNWI-label.
De echte ondergrens voor private banking verschilt per bank
Wie private banking wil—met een eigen adviseur, uitgebreidere beleggingsmogelijkheden en vaak meer maatwerk—loopt bij Nederlandse banken meestal tegen duidelijke minimumeisen aan. Vaak ligt die ondergrens ergens tussen de 500.000 euro en 1 miljoen euro vrij belegbaar vermogen.
Zit je daaronder, dan kom je soms terecht in een “light” variant: minder persoonlijk contact, meer digitaal, en vaak standaardoplossingen. Boven de grens wordt de begeleiding intensiever en kan de dienstverlening breder worden.
Waarom “rijk” in Nederland extra lastig te definiëren is
In Nederland zit veel vermogen niet op een vrij opneembare rekening. Denk aan overwaarde in een woning en aan pensioenopbouw. Je kunt daardoor op papier een indrukwekkend totaalplaatje hebben, maar toch weinig vrij beschikbaar geld.
Dat verklaart waarom iemand met een huis van een miljoen euro niet automatisch als miljonair geldt in de zin van “vrij belegbaar vermogen”. Tegelijk kan iemand zonder koopwoning wél als miljonair worden gezien als er genoeg spaargeld en beleggingen zijn.