Dat is niet alleen vervelend. Langdurig vocht kan ook schade veroorzaken. Daarom is het belangrijk dat het hele systeem goed is afgestemd.

Zo controleer je stap voor stap of jouw warmtepomp kan koelen
Heb je al een warmtepomp en wil je weten of je ermee kunt koelen? Dan kun je dat vrij eenvoudig controleren. Ga daarbij wel rustig te werk. Niet iedere installatie werkt hetzelfde.
- Kijk eerst naar het merk en typenummer van je warmtepomp. Dit staat meestal op een sticker op het apparaat. Je vindt het soms ook op de factuur of installatiepapieren.
- Zoek daarna de handleiding of technische specificaties erbij. Kijk of woorden als koelen, cooling, active cooling of passive cooling worden genoemd. Staat er niets over koeling, dan is de functie mogelijk niet aanwezig.
- Controleer vervolgens het bedieningspaneel of de app van de warmtepomp. Sommige systemen hebben een apart koelsymbool of een zomerstand. Bij andere systemen moet een installateur de koelfunctie eerst activeren.
- Kijk daarna welk verwarmingssysteem je in huis hebt. Vloerverwarming en wandverwarming zijn meestal geschikt om te koelen. Gewone radiatoren zijn vaak minder bruikbaar.
- Controleer of er een regeling tegen condens aanwezig is. Denk bijvoorbeeld aan een dauwpuntregeling of vochtigheidssensor. Die voorkomt dat het water in het systeem te koud wordt.
- Stel de temperatuur niet zomaar zelf extreem laag in. Het koelwater moet meestal boven ongeveer achttien graden blijven. Anders kan vocht ontstaan op vloeren, leidingen of muren.
- Laat tenslotte een installateur controleren of alles veilig staat ingesteld. Die kan ook vertellen hoeveel verkoeling je realistisch kunt verwachten. Zo voorkom je schade en onnodig energieverbruik.
Kun je ergens geen duidelijke informatie vinden? Neem dan het merk en typenummer mee naar de installateur. Daarmee kan meestal snel worden gecontroleerd of jouw systeem geschikt is.
Goede instellingen voorkomen vochtproblemen
De watertemperatuur mag tijdens het koelen niet zomaar zo laag mogelijk worden gezet. Te koud water kan namelijk voor condens zorgen. Vooral bij warm en vochtig zomerweer is dat een risico.
Vaak wordt daarom een minimumtemperatuur van ongeveer achttien graden gebruikt. Het exacte veilige niveau hangt af van de luchtvochtigheid in de woning. Een goede regeling houdt daar automatisch rekening mee.
Sommige systemen gebruiken daarvoor een dauwpuntregeling. Die berekent wanneer condens kan ontstaan. Vervolgens voorkomt de installatie dat het water te ver afkoelt.