DEEL 2 — De vrouw met twee namen
De eerste keer dat Victor belde, kon ik zijn woede nog verstaan. Bij het achtste gesprek klonk vooral angst.
‘Je hebt investeerders tegen me opgezet,’ zei hij. ‘Je begrijpt niet wat er op het spel staat.’
‘Dan kun je het me uitleggen,’ antwoordde ik. ‘Begin met de handtekening onder de machtiging.’
Er viel een stilte. Daarna zei hij dat zijn financieel directeur dat wel zou hebben geregeld en dat ik de documenten waarschijnlijk ooit tussen het avondeten en een verjaardag had ondertekend.
Ik keek Sophie aan, die tegenover me zat en aantekeningen maakte. ‘Ik heb nooit toestemming gegeven om de grond van papa als onderpand te gebruiken.’
‘Het is maar tijdelijk,’ zei Victor. ‘Je maakt van een administratieve kwestie een oorlog.’
‘Nee. Iemand heeft mijn naam gebruikt om geld te lenen. Dat is geen administratieve kwestie.’
Hij verbrak de verbinding. Even later ontving ik een bericht dat ik vooral niets tegen Thomas mocht zeggen, omdat onze zoon toch al genoeg stress had.
Daar ging zijn invloed niet meer over. Ik had Thomas nog niet gebeld omdat hij die week in het buitenland werkte, niet omdat zijn vader toestemming moest geven.
Sophie legde haar telefoon neer. ‘Een van de investeerders heeft onze notaris teruggebeld. De financiering wordt voorlopig niet afgerond totdat duidelijk is of de machtiging geldig is.’
Dat was niet hetzelfde als een overwinning. Het betekende alleen dat een trein die veel te snel reed eindelijk werd afgeremd.
Om vier uur kwam accountant Bram Meijer langs. Hij was begin vijftig, droeg een versleten aktetas en had de rustige stem van iemand die al vaker gezien had hoe een klein bedrag tot een groot probleem uitgroeide.
Hij maakte een lijst van op te vragen stukken: bankafschriften, bestuursbesluiten, facturen, correspondentie en de administratie van de vennootschappen rond het resort. We zouden alleen gegevens gebruiken waartoe ik rechtmatig toegang had of die via juridische weg konden worden verkregen.
‘Eén vreemde betaling bewijst nog niet wat ermee is gebeurd,’ zei hij. ‘Maar die onverklaarde handtekening maakt het noodzakelijk iedere vervolgstap te controleren.’
Toen ging de deurbel. Voor de deur stond een jonge vrouw in een grijze regenjas met een bosje witte tulpen.
‘Mevrouw Van Dijk?’ vroeg ze. ‘Ik ben Mila. Ik heb vroeger op het kantoor van uw man gewerkt.’
Ze keek over haar schouder, alsof ze verwachtte dat iemand haar gevolgd was. Sophie liet haar pas binnen nadat we haar naam en functie hadden gecontroleerd.
Mila had een jaar op de financiële administratie gewerkt. Ze vertelde dat ze kort daarvoor ontslag had genomen nadat ze vragen had gesteld over betalingen aan Azur Horizon.
‘Ik kan niet alles bewijzen,’ zei ze. ‘Maar ik bewaarde mijn eigen werknotities en de e-mails waarin ik om uitleg vroeg. Ik heb ze niet uit het systeem meegenomen. Mijn verzoeken en de antwoorden zaten in mijn persoonlijke correspondentie.’
Op mijn vraag waarom ze kwam, kromp haar gezicht. ‘Omdat uw man op kantoor zei dat u alles goedkeurde. Iedereen geloofde dat u wist wat er gebeurde.’
Ze liet een kopie zien van een e-mail die ze van Elise had ontvangen. Onder de naam Elise Moreau stond een tweede zakelijke handtekening: E. de Winter, projectcoördinatie.
‘De Winter?’ vroeg Sophie.
Mila knikte. ‘Op kantoor gebruikte ze Moreau. Maar de offertes kwamen van een consultancybedrijf waarvan de contactpersoon Eva de Winter heette.’
De twee namen konden op zichzelf onschuldig zijn. Mensen veranderen van naam; bedrijven werken met handelsnamen. Alleen was er nog iets anders.
Bij een betalingsverzoek had Mila gevraagd om bewijs van de geleverde adviesdiensten. Het antwoord kwam rechtstreeks van Victors account, hoewel hij die week zogenaamd in Singapore was.
‘Later ontdekte ik dat hij toen met Elise in Nice was,’ zei Mila. ‘Zijn agenda stond open voor het secretariaat.’
Bram bestudeerde de e-mail en vroeg of Mila bereid was officieel een verklaring af te leggen. Ze keek naar haar handen, haalde adem en zei ja.
Ondertussen verscheen een bericht van Thomas op mijn scherm. Pap zegt dat je hem financieel probeert te vernietigen. Wat is er aan de hand?
Ik wilde meteen terugschrijven dat zijn vader loog. Maar Sophie raadde me aan hem zelf te bellen en de feiten stap voor stap te vertellen.
Thomas luisterde zwijgend. Toen ik de vervalste handtekening noemde, reageerde hij niet met ongeloof maar met een vraag die me verraste.
‘Mam, herinner je je dat papa me vorige maand vroeg om mede te tekenen voor een kortlopende lening? Hij zei dat het de renovatie van het oude magazijn betrof.’
‘Heb je dat gedaan?’
‘Nee. Ik wilde eerst de contracten zien. Daarna werd hij kwaad.’
Plotseling begreep ik het bericht van Victor. Thomas had iets geweigerd wat hij blijkbaar nodig had.
We spraken af de volgende ochtend samen te komen. Voor het eerst in jaren zou ons gezin aan tafel zitten zonder dat Victor bepaalde welke vragen gesteld mochten worden.
Tegen de avond vond Sophie openbare bedrijfsgegevens van het adviesbureau. De onderneming was pas veertien maanden eerder opgericht, kort voordat Victors geheime relatie begon.
Bij de bestuurder stond inderdaad Eva de Winter vermeld. Het correspondentieadres kwam overeen met een appartementencomplex in Rotterdam waar Victor volgens zijn agenda geregeld klanten ontmoette.
Ik voelde me misselijk toen ik besefte hoeveel uren ik thuis op hem had gewacht terwijl hij waarschijnlijk daar was geweest. Maar de financiële sporen dwongen me verder te kijken dan mijn verdriet.
Het resort had een juridisch vertegenwoordiger uit Londen naar Zuid-Frankrijk laten komen. De geplande investering omvatte niet alleen een gebouw, maar ook een pakket huurinkomsten uit het Nederlandse Lindenhof-project.
Een jurist van de investeerders vroeg via onze notaris of ik ooit een bestuursbesluit had genomen dat overdracht daarvan mogelijk maakte. Ik had zo'n besluit niet genomen.
‘Dan zal die bewering moeten worden onderbouwd,’ zei Van Leeuwen. ‘Uw ontkenning wordt formeel vastgelegd.’
Rond elf uur 's avonds kwam er een onbekend nummer binnen. Ik hoorde eerst alleen wind en verkeer.
Daarna sprak een vrouwenstem. ‘Mevrouw Van Dijk? U kent mij niet. Maar u hebt me vandaag waarschijnlijk mijn leven gered.’
‘Wie bent u?’
‘Mijn naam is Eva de Winter.’
Ik verstijfde. Sophie schoof haar stoel dichterbij toen ze mijn gezicht zag veranderen.
‘Bent u Elise?’ vroeg ik.
De vrouw begon te huilen. ‘Dat is de naam die Victor mij heeft laten gebruiken. Luister alstublieft. Hij heeft me verteld dat u toestemming had gegeven en dat jullie al gescheiden leefden. Toen ik dat document zag, wist ik dat hij me had voorgelogen.’
Ik geloofde niet onmiddellijk ieder woord. Haar handtekening stond mogelijk op facturen die nog onderzocht moesten worden.
‘Waarom rende u weg?’ vroeg ik.
‘Omdat ik zijn advocaat hoorde zeggen dat ik de gemachtigde was die uw handtekening had gecontroleerd. Ik heb dat nooit gedaan.’
Op de achtergrond sloeg een deur. Eva haalde scherp adem.
‘Ik kan niet langer praten,’ fluisterde ze. ‘Hij weet dat ik hier ben. Als u wilt weten wat er werkelijk met het geld is gebeurd, zoek dan naar het project met de codenaam Nachthaven.’
De verbinding viel weg. Een ogenblik later ontving ik één foto van een map met een zwart etiket.
Daarop stond niet de naam van een bedrijf, maar die van onze zoon.
In deel 3 ontdek je waarom Thomas in de geheime administratie voorkomt. Schrijf ‘DEEL 3’ in de reacties voor het vervolg.