De meest gehoorde uitleg: het gat is een handvat. En dat is ook logisch. Je tilt de plank er makkelijk mee op, je kunt hem ophangen aan een haakje, en hij is sneller uit de kast te pakken.
Maar wie even doorredeneert, merkt dat er iets wringt. Als het alleen om ophangen of dragen ging, was een rond gat net zo handig. Dat langwerpige, ovale model lijkt dus een extra bedoeling te hebben.

Ontwerpers verstoppen vaker meerdere functies
In de keuken is ruimte schaars en zijn handelingen repetitief. Daarom proberen ontwerpers vaak twee of drie functies in één detail te stoppen. Niet om het ingewikkeld te maken, maar juist om het koken soepeler te laten gaan.
Denk aan pannen met een schenktuit, een lepel met inkeping zodat hij op de rand van de pan blijft liggen, of een deksel met stoomgaatje. Bij snijplanken is het niet anders, alleen wordt het zelden uitgelegd.
Het rommelmoment dat bijna iedereen kent
Je snijdt je ui, knoflook en paprika, alles ligt keurig op een hoopje, en dan moet het de pan in. Je tilt de plank op, kantelt hem, en precies dan gaat het mis: een deel blijft plakken of schiet juist alle kanten op.
Voor je het weet ligt er een spoor van kruiden op het aanrecht, of belandt een kwart van je gesnipperde ui naast de pan. Het hoort er een beetje bij, denken we dan, maar dat hoeft dus niet.
Wat dat langwerpige gat echt voor je kan doen
Het gat werkt als een soort geleider. Als je de plank zo kantelt dat de opening richting je pan, schaal of kom wijst, dan ontstaat er een natuurlijke ‘uitgang’. De ingrediënten worden als het ware naar één punt gestuurd.
In plaats van ongecontroleerd over de rand te schuiven, glijden de stukjes richting het gat. Het voelt bijna alsof de plank een mini-trechter heeft. Vooral bij kleine blokjes en losse kruiden merk je meteen verschil.