DEEL 4
‘Isabelle,’ zei Victoria langzaam, ‘wat heb je je man precies verteld?’
Isabelle stond naast de trap, met haar armen strak om haar lichaam geslagen.
‘Niets wat niet waar is, mama.’
Victoria’s ogen vernauwden zich.
‘Weet je wel wat je aanricht?’
Alexander ging tussen hen in staan.
‘Je praat tegen mij. Niet tegen haar.’
Victoria lachte kort.
‘Alexander, dit is belachelijk. Een paar insecten in een oud meubelstuk en jullie doen alsof er een misdrijf is gepleegd.’
‘Het was geen oud meubelstuk,’ antwoordde hij. ‘Het was een nieuw ledikant. En iemand heeft er een verborgen ruimte in gemaakt.’
Victoria zweeg.
Een van de agenten kwam vanuit de woonkamer de hal binnen.
‘Mevrouw Van Dalen, we willen u graag enkele vragen stellen.’
‘Ik heb hier niets mee te maken.’
‘Dan kunt u ons waarschijnlijk vertellen wie de reparatie heeft uitgevoerd.’
Victoria haalde haar schouders op.
‘Een vakman. Ik weet zijn naam niet meer.’
Maar Alexander had de factuur inmiddels gevonden.
De meubelmaker heette Pieter Meijer en had een kleine werkplaats buiten Haarlem.
De volgende ochtend werd hij benaderd door de politie.
Aanvankelijk verklaarde hij dat hij alleen een losse verbinding had gerepareerd.
Maar toen hem foto’s van de verborgen holte werden getoond, veranderde zijn verhaal.
Hij gaf toe dat Victoria hem had gevraagd een kleine uitsparing in het hout aan te brengen.
Volgens hem had ze beweerd dat daarin een geurzakje tegen motten moest worden opgeborgen.
‘Ik vond het vreemd,’ vertelde hij, ‘maar ze betaalde me contant en zei dat het een verrassing voor haar dochter was.’
Hij verklaarde dat hij niet wist dat de stof besmet was met insecten.
Of hij de waarheid sprak, moest verder worden onderzocht.
Het belangrijkste was dat er nu een rechtstreeks verband bestond tussen Victoria en de verborgen ruimte in het ledikant.
Toen Alexander dit hoorde, werd hij doodstil.
Hij zat aan de keukentafel, zijn handen ineengevouwen.
‘Ze wist precies wat ze deed,’ fluisterde hij.
Isabelle zat tegenover hem.
Haar gezicht was bleek en haar ogen waren rood van het huilen.
‘Ik heb haar drie dagen geleden opgebeld,’ bekende ze.
Alexander keek op.
‘Waarom heb je dat niet eerder verteld?’
‘Omdat ik bang was.’
‘Wat zei ze?’
Isabelle slikte.
‘Ik had iets in het bed gevonden toen ik Leo’s deken teruglegde. Ik zag insecten bij die opening. Ik belde haar omdat ik wist dat zij de reparatie had geregeld.’
‘En?’
‘Ze zei dat ik het met rust moest laten.’
Alexander staarde haar aan.
‘Met rust laten?’
‘Ze zei dat het vanzelf zou verdwijnen. Dat ik alles erger zou maken als ik jou erbij betrok.’
‘En jij geloofde haar?’
Isabelle begon opnieuw te huilen.
‘Ik wilde haar geloven.’
Alexander stond op en liep naar het raam.
Een lange tijd zei hij niets.
Toen draaide hij zich om.
‘Leo heeft jou nodig als moeder, Isabelle. Niet als iemand die toestemming vraagt aan haar eigen moeder om hem te beschermen.’
Die woorden kwamen hard aan.
Ik zag Isabelle haar gezicht in haar handen verbergen.
Maar Alexander was nog niet klaar.
‘Ik kan niet doen alsof er niets gebeurd is. Je hebt geweten dat ons kind gevaar liep en je hebt gezwegen.’
Isabelle knikte langzaam.
‘Ik weet het.’
Diezelfde middag vertrok ze tijdelijk naar haar zus.
Alexander wilde tijd om na te denken over hun huwelijk en over wat nodig was om Leo veilig te houden.
Ondertussen ging het onderzoek verder.
Victoria bleef ontkennen dat ze de insecten opzettelijk in het bed had laten plaatsen.
Maar de factuur, de verklaring van de meubelmaker en de berichten die Isabelle uiteindelijk aan de politie overhandigde, maakten haar positie steeds moeilijker.
In een van die berichten had Victoria geschreven:
‘Laat dat bed voorlopig staan. Alexander hoeft niet overal van op de hoogte te zijn.’
Toen ik die woorden hoorde, voelde ik opnieuw dezelfde afschuw als op de avond dat ik het matras had opgetild.
Een volwassen vrouw had meer aandacht besteed aan haar eigen macht dan aan het welzijn van haar kleinzoon.
En het jongetje had geen enkele mogelijkheid gehad om zichzelf te verdedigen.
Hij had alleen kunnen huilen.