Deel 2: Vroege Weeën, Een Doodsbenauwde Nacht En De Stem Van Zijn Werkgever
Het gebeurde midden in de nacht, precies twee weken na die fatale dinsdag. Ik werd wakker met een stekende, scheurende pijn laag in mijn rug en een plotselinge samentrekking in mijn buik die me naar adem deed happen. Ik strompelde naar de badkamer, steunend tegen de gangmuren, terwijl een koude rilling over mijn ruggengraat liep. Dit waren geen onschuldige oefenweeën; dit was het begin van een vroege bevalling, ruim vier weken te vroeg. De paniek sloeg als een loden deken over me heen. Ik was moederziel alleen in een donker huis, niet in staat om zelf naar het ziekenhuis te rijden, terwijl de weeën elkaar in rap tempo opvolgden met een genadeloze intensiteit.
Zweten van angst en pijn liet ik me op de grond van de woonkamer zakken, leunend tegen de zijkant van de bank. Mijn handen trilden zo hevig dat ik mijn telefoon nauwelijks kon ontgrendelen om de verloskundige te bellen. Terwijl ik hijgend probeerde door de krampen heen te ademen, begon mijn telefoon plotseling te trillen in mijn handpalm. Een onbekend, zakelijk nummer lichtte op in het donker. Met een sprankje wanhopige hoop dacht ik dat het Thomas was, die belde vanaf een nieuw toestel of vanuit een hotel.
Met een haperende stem nam ik op: "Thomas? Ben jij het alsjeblieft? De baby komt nu..."
Er viel een korte, zware stilte aan de andere kant van de lijn, gevolgd door een diepe, bezorgde mannenstem die ik direct herkende: het was meneer Van der Meer, de algemeen directeur van het ingenieursbureau waar Thomas al vijf jaar met hart en ziel werkte. Zijn stem klonk niet zoals gewoonlijk formeel en zakelijk, maar beladen met een zwaarte die de adem uit mijn longen zoog.
"Sophie? Met Van der Meer. Mijn god, meisje... waar ben je? Luister heel goed naar me. Ik weet dat Thomas je heeft laten geloven dat hij bij je weg is gegaan om na te denken, maar dat was een leugen. Hij wilde je beschermen tegen de waarheid tot het achter de rug was, maar de situatie is vannacht compleet geëscaleerd. Thomas ligt nu op de intensive care van het academisch ziekenhuis in Utrecht. Hij is vanavond met spoed opgenomen na een zware hartstilstand op kantoor. Hij heeft twee weken lang dag en nacht overuren gedraaid in ons magazijn om het bedrijf te redden van een frauduleuze faillissementsclaim die ons allemaal zou ruïneren, inclusief jullie eigen spaargeld en jullie huis. Hij wilde dat jij en de baby financieel veilig zouden zijn, ongeacht wat er met hem zou gebeuren... Hij weigerde medische hulp totdat zijn hart het letterlijk begaf."
Mijn bloed stolde in mijn aderen. De wereld leek in slow motion te draaien terwijl de woorden van zijn baas door de telefoonruis sneden. Terwijl er een nieuwe, verpletterende wee door mijn buik trok, realiseerde ik me de gruwelijke werkelijkheid: Thomas was niet vertrokken uit lafheid of gebrek aan liefde. Hij had zichzelf letterlijk kapotgewerkt in de schaduw, eenzaam en gebroken onder de dreiging van een financiële afgrond, om te voorkomen dat de stress over ons gezin zou neerdalen. En nu vochten zowel hij als onze ongeboren dochter tegelijkertijd voor hun leven, op twee verschillende plekken in de nacht.