‘Kabinet kei hard op de vingers getikt over vuurwerkverbod’

Lokale binding als rem

De oplossing die de Raad aandraagt is simpel en uitvoerbaar: vraag om lokale binding. Laat alleen verenigingen met een aantoonbare band met de gemeente in aanmerking komen. Zo voorkom je landelijke ‘shoprondes’ en blijft de schaal overzichtelijker.

Met zo’n drempel past de praktijk beter bij de bedoeling van de wet. Het maakt overleg met buurtbewoners en lokale hulpdiensten ook logischer, omdat initiatiefnemers de omgeving kennen en sneller aanspreekbaar en verantwoordelijk te houden zijn.

Heldere afstanden voor publiek

Nu ligt de keuze voor publieksafstand bij de burgemeester. De Raad vindt dat het rijk landelijke minimumafstanden moet vastleggen. Dat beschermt omstanders, geeft duidelijkheid aan organisatoren en voorkomt dat gemeenten onder druk te krappe zones toestaan.

Eenduidige regels schelen discussie op straat en achteraf. Wie eenmaal weet waar je wel en niet mag staan, handelt daarnaar. Dat helpt ook hulpdiensten, die in drukte en rook simpelweg baat hebben bij voorspelbare veiligheidsringen en looproutes.

Handhaving in de oudjaarsnacht

Boa’s moeten volgens het plan controleren of afspraken worden nageleefd. Gemeenten melden echter dat er in de nieuwjaarsnacht nauwelijks boa’s op straat zijn: het is onoverzichtelijk en soms ronduit gevaarlijk. Dan rijst de vraag: zijn uitzonderingen verantwoord?

Zonder voldoende handen en ogen blijft elk papieren akkoord een risico. Toezicht is geen formaliteit maar randvoorwaarde. Als handhaving feitelijk ontbreekt, is het logischer om juist strenger te zijn met uitzonderingen, in plaats van extra knoppen open te zetten.

Wat het kabinet wil

Het kabinet zet in op een brede afsteekban, met alleen groepsgewijze shows die door de gemeente zijn toegestaan. Daarmee verschuift het zwaartepunt van individueel knallen naar georganiseerde evenementen, met duidelijke regels vooraf en verantwoordelijkheid bij aangewezen organisatoren.