Kan het innemen van te veel vitamine D schadelijk zijn?

Voor preventief gebruik is een gematigde en regelmatige aanpak vaak veel logischer dan het willekeurig innemen van extreem hoge hoeveelheden.

Wanneer kan vitamine D wél gevaarlijk worden?

Vitamine-D-toxiciteit is zeldzaam, maar het risico is niet nul.

Een langdurige overmatige inname kan ervoor zorgen dat het calciumgehalte in het bloed te hoog wordt. Dit wordt hypercalciëmie genoemd. Dat kan klachten veroorzaken zoals misselijkheid, braken, buikpijn, spierzwakte, vermoeidheid, overmatige dorst en frequent urineren.


In ernstige gevallen kunnen ook de nieren en andere organen worden belast.

Het is daarom onjuist om te zeggen dat hoge doseringen vitamine D volledig zonder risico zijn. De veiligheid hangt af van de dosis, de duur van het gebruik en de persoonlijke gezondheidssituatie.

Juist daarom is voorzichtigheid belangrijk wanneer iemand langdurig een hoge dosis wil gebruiken.

Het verrassende verschil tussen een tekort en een teveel


Vitamine D laat daarmee een interessante paradox zien.

Aan de ene kant kan een tekort problematisch zijn. Aan de andere kant kan een langdurig teveel eveneens schadelijk zijn. Het doel is dus niet om de hoogst mogelijke hoeveelheid vitamine D binnen te krijgen, maar om een adequate hoeveelheid te bereiken.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar op internet circuleren regelmatig berichten waarin hoge doseringen worden gepresenteerd als een soort wondermiddel voor allerlei gezondheidsproblemen.

Daar moet je kritisch mee omgaan.


Een supplement kan een tekort aanvullen, maar het vervangt geen gezonde voeding, voldoende beweging, slaap of medische behandeling wanneer die nodig is.

Regelmaat kan belangrijker zijn dan extreme doses

Een interessante ontwikkeling binnen het onderzoek naar vitamine D is de aandacht voor een regelmatige, gecontroleerde inname in plaats van het willekeurig gebruiken van enorme hoeveelheden.

Bij mensen die daadwerkelijk een tekort hebben, kan een arts tijdelijk een hogere dosis voorschrijven om de voorraad aan te vullen. Daarna kan een lagere onderhoudsdosis worden gebruikt.


Welke aanpak geschikt is, verschilt echter per persoon.