Ik herkende haar onmiddellijk.
Maar wat mij werkelijk schokte, was de datum op de achterkant.
Zes maanden geleden.
Ik keek naar het ziekenhuisarmbandje.
Daarop stond een naam.
‘Margaret Wilson.’
En daaronder:
‘Palliatieve zorg.’
Mijn handen begonnen te trillen.
‘Lizie?’ vroeg ik voorzichtig.
Ze draaide zich om.
Toen ze zag wat ik vasthield, werd ze lijkbleek.
‘Geef terug!’
Ze rende naar me toe.
Ik schrok van haar reactie.
‘Natuurlijk, lieverd.’
Ik gaf haar onmiddellijk het zakje.
Ze drukte het tegen haar borst.
Haar ogen vulden zich met tranen.
‘Het spijt me,’ fluisterde ze.
Ik knielde voor haar neer.
‘Waarvoor?’
‘Omdat ik het heb meegenomen.’
Ik keek haar verbaasd aan.
‘Het is toch van jou?’
Ze knikte.
‘Maar papa zegt dat ik niet over mama moet praten.’
Mijn hart brak.
Sam kwam naast ons staan.
‘Lizie, je hoeft niets te vertellen als je dat niet wilt.’
Lizie begon te huilen.
Maar toen gebeurde er iets onverwachts.
Ze opende het notitieboekje.
En schoof het naar mij toe.
‘Mijn mama heeft dit geschreven.’
Ik keek naar de eerste bladzijde.
Er stond:
‘Voor mijn lieve Lizie.
Als je dit ooit leest wanneer je verdrietig bent, weet dan dat mama altijd van je zal houden.’
Mijn ogen vulden zich onmiddellijk met tranen.
Ik bladerde voorzichtig verder.
Op iedere bladzijde stonden kleine boodschappen.
Soms een herinnering.
Soms een recept.
Soms gewoon een paar liefdevolle woorden.
Maar op de laatste bladzijde stond iets wat mijn keel dichtkneep.
‘Als het thuis moeilijk wordt, vergeet dan nooit dat je hulp mag vragen.
Je hoeft niet alles alleen te dragen.’
Ik keek Lizie aan.
‘Is je moeder overleden, lieverd?’
Ze knikte langzaam.
‘Vier maanden geleden.’
Ik sloeg mijn hand voor mijn mond.
Sam pakte haar vriendin stevig vast.
En plotseling begreep ik waarom Lizie zo stil was.
Waarom ze ieder bord eten behandelde alsof het een geschenk was.
Waarom ze schrok van harde geluiden.
Ze was niet alleen arm.
Ze was ook haar moeder kwijtgeraakt.
‘Waarom heb je ons dat nooit verteld?’ vroeg ik zacht.
Lizie keek naar de vloer.
‘Omdat iedereen dan anders naar me kijkt.’
Mijn hart brak opnieuw.
‘Hoe bedoel je?’
‘Op school weten sommige kinderen het.’
Ze slikte.
‘Ze zeggen dat ik altijd verdrietig ben.’
Sam werd boos.
‘Dat is gemeen!’
Lizie haalde haar schouders op.
‘Ik wil gewoon normaal zijn.’
Ik pakte voorzichtig haar hand.
‘Lieverd, verdriet hebben om je moeder betekent niet dat er iets mis met je is.’
Toen begon ze zo hard te huilen dat ik mijn armen om haar heen sloeg.
Die avond bleef Lizie langer dan normaal.
Mijn man zette thee.
Sam bracht een deken.