Een foto die jarenlang in een doos met Daniels spullen had gelegen.
Daniel stond daarop naast een jongere man in een feloranje veiligheidshesje.
Allebei onder de regen.
Allebei lachend.
Op de achterkant had Daniel iets geschreven.
Tom – de man die nooit koffie meeneemt maar altijd de mijne opdrinkt.
Mijn hand ging naar mijn mond.
‘Thomas.’
Marieke knikte.
‘Ja.’
Annie keek naar de grond.
‘Hij stierf toen ik vijf was.’
Ik voelde Lily naast me bewegen.
‘Mam…’
Ik keek naar haar.
‘Jij wist dit?’
Ze knikte.
‘Sinds wanneer?’
‘Drie weken.’
‘Hoe?’
Ze begon te huilen.
‘Omdat ik papa’s doos heb geopend.’
Na Daniels dood had ik bijna alles bewaard.
Niet omdat ik geloofde dat spullen iemand konden terugbrengen.
Maar omdat ik niet wist welke dingen Lily later misschien zou willen hebben.
Zijn horloge.
Werkpas.
Een paar brieven.
Foto’s.
Een oude portemonnee.
Een stapel kaarten.
Alles zat in twee dozen op zolder.
Lily wist waar ze stonden.
Ik had haar nooit verboden erin te kijken.
Maar blijkbaar had ze drie weken eerder iets gevonden wat ik nooit had gezien.
‘Er zat een envelop onderin,’ zei ze.
‘Welke envelop?’
‘Met papa’s handschrift.’
Ze liep naar de woonkamer en pakte haar rugzak.
Uit het voorvak haalde ze een gevouwen vel papier.
Ze gaf het aan mij.
Bovenaan stond:
Voor Tom.
Mijn hart begon sneller te kloppen.
‘Heb je dit gelezen?’
‘Ja.’
‘Waarom heb je het me niet laten zien?’
‘Omdat ik eerst niet wist wie Tom was.’
Ik vouwde het papier open.
Het was Daniels handschrift.
Slordig.
Schuin.
Onmiskenbaar van hem.
Eva,
Als jij dit ooit vindt voordat ik het aan Tom kan geven, word dan alsjeblieft niet boos dat ik je niets heb verteld. Ik wilde wachten totdat ik wist wat er met hem gebeurde.
Ik stopte.
‘Wat?’
Mijn ogen schoten naar Marieke.
Ze knikte.
‘Lees verder.’
Ik dwong mezelf.
Er was een ongeluk geweest in het distributiecentrum.
Niet het ongeluk waarbij Daniel later om het leven kwam.
Een eerder incident.
Een stelling met zware metalen onderdelen was gedeeltelijk ingestort.
Thomas stond eronder.
Daniel had hem op tijd opzij geduwd.
Een balk had Daniel aan zijn schouder geraakt.
Thomas had slechts lichte verwondingen opgelopen.
‘Waarom wist ik dit niet?’
Marieke antwoordde:
‘Omdat Daniel niet wilde dat er thuis paniek ontstond.’
Ik keek naar Lily.
‘Hij kwam die week thuis met een blauwe plek.’
Lily knikte.
Ik herinnerde het me.
Daniel had gezegd dat hij tegen een laadklep was gelopen.
Ik had hem uitgelachen omdat hij altijd beweerde dat hij op zijn werk zo voorzichtig was.
Hij had gelachen.
En gelogen.
Niet om iets slechts te verbergen.
Om mij niet bang te maken.
Ik las verder.
Daniel schreef dat Thomas kort na het ongeluk had ontdekt dat hij ernstig ziek was.
Kanker.
Al vergevorderd.
Hij had een jonge dochter.
Annie.
Hij was doodsbang dat zij later niets van hem zou hebben.
Daniel had hem beloofd te helpen.
Niet financieel.
Daniel en ik hadden zelf nauwelijks iets.
Maar hij had Thomas geholpen brieven te schrijven voor Annie’s toekomstige verjaardagen.
Voor haar tiende.
Dertiende.
Zestiende.
Achttiende.
Voor haar diploma.
Voor haar trouwdag, als die ooit zou komen.
Mijn ogen vulden zich met tranen.
‘Mijn god.’
Marieke knikte.
‘Thomas stierf acht maanden na Daniel.’
‘Maar waarom heb ik hier nooit iets van geweten?’
‘Omdat Daniel stierf voordat hij alles aan ons kon geven.’
De wereld leek een beetje te kantelen.
Daniel was omgekomen bij een verkeersongeval op weg naar huis.
Een regenachtige avond.
Een vrachtwagen.
Een telefoontje dat mijn leven in twee delen had gesneden.
Voor Daniel.
Na Daniel.
En ergens tussen zijn werk, zijn eigen gezin en zijn dood had hij geprobeerd een stervende vader te helpen iets achter te laten voor zijn dochter.
‘Hoe heeft Lily dit ontdekt?’
Marieke keek naar haar.
‘Dat moet zij vertellen.’
Ik draaide me naar mijn dochter.
Lily veegde haar gezicht af met haar mouw.
‘Ik zocht inspiratie.’
‘Waarvoor?’
‘Voor een ontwerpwedstrijd.’
Dat wist ik.