DEEL 14 — VIJF JAAR LATER VROEG LOTTE OF ZE NOG STEEDS NAAR HET GRAF MOEST
Vijf jaar later was Lotte dertien.
Mark liep zonder stok.
Niet ver.
Zijn hand trilde nog als hij moe was.
Hij werkte twee dagen per week als adviseur bij bedrijf maar zat niet meer in bestuur.
Ik had mijn eigen loopbaan weer opgepakt als architect.
Ons huwelijk was anders.
Rustiger.
Minder geheimen.
Soms botter.
Gezonder.
Op een avond vroeg Lotte:
‘Moeten we nog ieder jaar naar oma’s huis op datum van kist?’
We hadden namelijk gewoonte ontwikkeld.
Niet bewust.
Op verjaardag van wake aten we bij Therese.
Geen kist.
Wel taart.
‘Wil jij?’ vroeg ik.
‘Eigenlijk niet.’
Mark knikte meteen.
‘Dan niet.’
Lotte keek verbaasd.
‘Ben je niet verdrietig?’
‘Ik ben iedere dag blij dat jij die avond iets zei.’
‘Maar?’
‘Ik wil niet dat jouw leven om mijn bijna-dood blijft draaien.’
Ze dacht.
‘Mag ik met vriendinnen naar bios?’
‘Dat klinkt verschrikkelijk normaal.’
‘Dus ja?’
‘Ja.’
Na haar vertrek zei Mark:
‘Weet je dat ik soms bang ben dat zij denkt dat ze mij moet bewaken?’
‘Ik ook.’
Daarom lieten we los.
Geen jaarlijkse herdenking meer die zij verplicht moest dragen.
Trauma werd onderdeel van geschiedenis.
Niet kalenderbaas.