MIJN BROER VERSCHEEN IN EEN KNALROOD PAK OP VADERS BEGRAFENIS

DEEL 6 — TANTE MARGRIET

Margriet belde dezelfde avond.

‘Sanne, ik hoor dat Visser testament alleen met jullie heeft besproken.’

‘Dat klopt.’

‘Waarom was ik niet uitgenodigd?’

‘Omdat jij geen erfgenaam bent.’

Stilte.

‘Dat is wel heel kil.’

‘Pap heeft zelf gekozen.’

‘En aandelen?’

‘Bespreek dat met Visser.’

‘Ik ben familie.’

Dat woord werkte jarenlang als universele toegangscode.

Nu niet.

‘Dan weet je ook dat afwikkeling tijd nodig heeft.’

‘Heeft Daan je dit ingefluisterd?’

Mijn rug verstijfde.

‘Wat bedoel je?’

‘Sinds hij in dat carnavalskostuum kwam aanzetten, doet iedereen alsof verloren zoon terug is.’

‘Pap had dat pak voor hem klaargelegd.’

Stilte.

Heel kort.

Maar ik hoorde iets.

‘Wist je van pak?’

‘Natuurlijk niet.’

Te snel.

‘Margriet?’

‘Wat?’

‘Waarom reageer je zo?’

‘Omdat hele situatie absurd is.’

Ze hing kort daarna op.

Ik belde Daan.

‘Ze weet iets.’

‘Dat weten we al.’

‘Nee. Van pak misschien.’

‘Waarom?’

Ik vertelde.

Hij zweeg.

‘Niet confronteren,’ zei hij.

‘Dat was ik niet van plan.’

‘Vroeger wel.’

‘Ik probeer nieuwe hobby’s.’

Hij lachte kort.

We besloten volgende ochtend raad van commissarissen te informeren.

Niet inhoudelijk alles delen.

Alleen dat er historische fraude-indicaties waren waarvoor onafhankelijk onderzoek nodig was en dat twee personen met mogelijke belangen — Robert en Margriet — tijdelijk geen toegang tot relevante administraties mochten hebben.

Dat konden wij niet zelf afdwingen.

Maar onafhankelijke RvC-voorzitter, Els van Houten, luisterde serieus.

‘Hebben jullie bewijs?’

Visser legde extern cybersecurityrapport uit 2017 op tafel.

Els werd bleek.

‘Waarom heb ik dit nooit gezien?’

‘Herman hield het buiten onderneming.’

‘Dat is ernstig governanceprobleem.’

Daan zei:

‘Dat is vriendelijk geformuleerd.’

Els belde externe advocaat en forensische accountant.

Geen computers in beslag nemen door familie.

Geen sloten vervangen.

Formeel databehoud.

Beperkte toegangsrechten volgens bestaande bevoegdheden.

Robert werd gevraagd voorlopig geen systemen te benaderen.

Margriet werd uit raad van advies geschorst hangende onderzoek.

Binnen drie uur belde zij mij zes keer.

Ik nam uiteindelijk op met advocaat erbij.

‘Ben je gek geworden?’

‘Er loopt onafhankelijk onderzoek.’

‘Naar wat?’

‘Historische transacties.’

‘Door Daan.’

‘Nee.’

‘Hij heeft je vergiftigd tegen mij.’

Ik voelde woede.

‘Je was betrokken bij één van tussenvennootschappen.’

Stilte.

‘Dat is laster.’

‘Het staat in bankstukken.’

‘Mijn ex-man deed zaken met honderden bedrijven.’

‘Dan zal onderzoek dat vaststellen.’

‘Na alles wat ik voor Herman heb gedaan.’

‘Dit gaat niet over loyaliteit.’

‘Dat is precies wat mensen zeggen voordat ze familie vernietigen.’

Ik ademde.

‘Margriet, als jij niets verkeerd hebt gedaan, is onafhankelijk onderzoek in jouw belang.’

Ze lachte.

‘Je klinkt als je vader.’

Dat was geen compliment meer.

Later die avond belde Visser.

‘Er is iets gebeurd.’

‘Wat?’

‘Robert is naar kantoor gegaan.’

‘Hij mocht niet in systemen.’

‘Hij zegt dat hij persoonlijke spullen kwam halen.’

‘En?’

‘Beveiliging zag hem map uit archiefkast meenemen.’

Mijn maag draaide.

‘Is dat toegestaan?’

‘Nee. Niet zonder registratie.’

‘Waar is hij?’

‘Vertrokken.’

‘Politie?’

‘Bedrijfsadvocaat bepaalt.’

Daan, op speaker, zei:

‘Kunnen we voertuig lokaliseren?’

Ik keek hem.

‘Wij niet.’

Hij zuchtte.

‘Goed. Ik leer.’

De onderneming deed aangifte van mogelijke onttrekking bedrijfsdocumenten.

Robert werd die avond door advocaat gesommeerd stukken ongeopend terug te brengen.

Hij deed het niet.

In plaats daarvan stuurde hij e-mail:

De Winter-familie probeert mij na veertig jaar loyaliteit als zondebok te gebruiken voor fouten van Daan.

Daan las.

Zijn gezicht werd leeg.

‘Twaalf jaar en hij gebruikt nog dezelfde tekst.’

Ik wilde iets zeggen.

Hij schudde.

‘Nee. Deze keer laat ik papier praten.’

Dat was misschien grootste verschil tussen Daan van achtentwintig en Daan van veertig.

Hij rende niet meer een kamer uit terwijl iedereen hem woedend noemde.

Hij bleef zitten.

En wachtte op bewijs.