Deel 6 – Jasmine kwam naar mij toe
De volgende ochtend stond de jet in de hangar van Vermeer Aviation.
Leeg.
Alexander had woedend gebeld.
Niet één keer.
Zesentwintig keer.
Ik nam niet op.
Niet om hem te straffen.
Omdat onze juristen inmiddels hadden gezegd dat alle inhoudelijke communicatie schriftelijk moest.
Er speelde te veel.
Bedrijf.
Patenten.
Mogelijke documentvervalsing.
Een scheiding die nog niet formeel was aangevraagd, maar waarvan ik wist dat hij kwam.
Jasmine stuurde mij om negen uur één bericht.
Ik ben terug in Nederland. Mag ik u spreken?
Ik antwoordde:
Met advocaten aanwezig.
Ze schreef:
Akkoord.
We ontmoetten elkaar bij ons externe advocatenkantoor.
Jasmine zag er anders uit zonder Alexander.
Minder zeker.
Geen perfect mantelpak.
Geen hoge hakken.
Een eenvoudige zwarte broek.
Ze was achtentwintig.
Ik had haar ouder geschat.
Misschien omdat mensen rond Alexander altijd probeerden eruit te zien alsof ze nooit onzeker waren.
Mijn advocaat, Esther Vos, zat naast mij.
Jasmine had niemand meegenomen.
“Geen advocaat?”
vroeg Esther.
“Ik heb er nog geen.”
“Dan wijs ik u erop dat u niets hoeft te zeggen.”
“Ik weet het.”
Ze keek naar mij.
“Het spijt me.”
Ik antwoordde niet.
“Ik weet dat dat weinig waard is.”
“Waarom ben je hier?”
Ze slikte.
“Omdat Alexander mij vannacht heeft gebeld.”
“En?”
“Hij wil dat ik verklaar dat het digitale document met uw handtekening mijn idee was.”
Esther ging rechtop zitten.
“Was het dat?”
“Nee.”
“Wie gaf opdracht?”
“Alexander.”
“Bewijs?”
Jasmine knikte.
“Een spraakbericht.”
Ze legde haar telefoon op tafel.
Alexander’s stem.
Gebruik Sophies handtekening van die licentiebevestiging van vorig jaar. Het is alleen voor de modellen. We vervangen hem zodra zij officieel tekent.
Mijn lichaam werd koud.
Jasmine op de opname:
Weet zij hiervan?
Alexander:
Ze tekent. Maak het niet groter dan het is.
Daar.
Niet alleen opdracht.
Ook bewustzijn dat ik nog niet wist.
Esther vroeg:
“Waarom hebt u het gedaan?”
Jasmine keek naar haar handen.
“Omdat ik verliefd op hem was.”
Dat was geen juridisch antwoord.
Wel menselijk.
“En omdat hij mijn baas was.”
“Dacht u dat mevrouw Van Dalen akkoord zou gaan?”
“In het begin wel.”
“Later?”
Jasmine keek naar mij.
“Nee.”
“Wanneer veranderde dat?”
“Ongeveer zes weken geleden.”
“Waarom?”
“Alexander begon te vragen welke delen van de transactie ook zonder Vermeer goedkeuring konden worden voorbereid.”
Mijn maag trok samen.
“Wat zei Northstar?”
“Dat ze geen deal wilden zonder de patenten.”
“En toen?”
“Alexander zei dat Sophie uiteindelijk moest kiezen tussen haar huwelijk en de waarde van het bedrijf.”
Mijn ogen brandden.
Niet omdat het onverwacht was.
Omdat hij mijn liefde als transactierisico had gemodelleerd.
“Was dit een plan?” vroeg ik.
Jasmine schudde haar hoofd.
“Niet zoals u denkt.”
“Hoe denk ik?”
“Dat hij u bewust wilde chanteren.”
“Wilde hij dat niet?”
Ze dacht na.
“Hij zag het niet als chantage.”
Natuurlijk.
“Hoe dan wel?”
“Als realiteit.”
Ik lachte kort.
“Dat is vaak hoe mensen dwang beschrijven wanneer zij degene zijn met het voordeel.”
Jasmine sloeg haar ogen neer.
“Ja.”
Esther ging verder.
“Uw relatie met Alexander.”
Jasmine werd rood.
“Ja.”
“U wist dat hij getrouwd was.”
“Ja.”
“Hij zei dat het huwelijk voorbij was.”
“Ja.”
“Controleerde u dat?”
“Nee.”
“Waarom niet?”
“Dat klinkt verschrikkelijk.”
“Dat is geen antwoord.”
Jasmine keek naar mij.
“Omdat ik wilde dat het waar was.”
Ik voelde onverwacht minder woede.
Niet sympathie.
Maar herkenning.
Hoeveel verklaringen had ík geaccepteerd omdat ik wilde dat mijn huwelijk goed was?
Mensen horen opvallend makkelijk wat ze hopen te horen.
“Waarom zat je op mijn stoel?”
vroeg ik.
Ze begon te huilen.
“Omdat Alexander zei dat u met een andere vlucht zou komen.”
Ik fronste.
“Wat?”
“Hij zei dat u waarschijnlijk niet mee zou gaan.”
“Waarom?”
“Dat jullie ruzie hadden.”
“We hadden geen ruzie.”
“Dat weet ik nu.”
“En toen ik instapte?”
“Toen begreep ik dat hij gelogen had.”
“Maar je bleef zitten.”
Ze knikte.
“Ja.”
“Waarom?”
“Ik was boos.”
“Op mij?”
“Ja.”
“Waarom?”
Jasmine veegde haar gezicht.
“Omdat u in mijn hoofd de vrouw was die hem niet losliet.”
Dat deed bijna pijn van absurditeit.
“En hij was de getrouwde man.”
“Ja.”
“Maar ik was degene die niet losliet.”
“Ja.”
Ze huilde harder.
“Ik weet hoe het klinkt.”
“Goed.”
Ze keek op.
“Goed?”
“Dan hoef ik het niet uit te leggen.”
Esther stelde opnieuw zakelijke vragen.
Jasmine had toegang gehad tot Northstar-documenten.
Ze bevestigde dat Leonora wist van de relatie.
Ik verstijfde.
“Mijn schoonmoeder?”
“Ja.”
“Vanaf wanneer?”
“Vrij vroeg.”
Mijn maag draaide.
Dezelfde vrouw die mij op het vliegtuig had gezegd begrip te tonen.
“Wat vond zij?”
Jasmine aarzelde.
“Ze zei dat Alexander eindelijk iemand naast zich had die zijn leven begreep.”
Ik voelde mijn ogen prikken.
Niet omdat Leonora mij ooit aardig had gevonden.
Omdat ik twaalf jaar lang diners voor haar had georganiseerd.
Haar na een operatie twee weken in huis had genomen.
Haar kleinkinderen uit Alexanders eerste familie? No, no children mentioned. We must avoid invented children. Sophie/Alexander could have no kids. Let's not. "haar bij artsen begeleid." Good.
Ik had haar naar medische afspraken gereden.
Haar broer zijn begrafenis geregeld toen zij zelf instortte.
En blijkbaar was ik nog steeds de buitenstaander.
“Was Leonora betrokken bij Orion?”
“Informeel.”
“Hoe?”
“Ze kende Nathan Cole.”
“Via wie?”
“Via haar overleden man.”
Dat was nieuw.
Alexander’s vader had in industriële elektronica gewerkt.
Ik kende niet al zijn oude contacten.
“Leonora hielp Northstar overtuigen dat Alexander zelfstandig beslissingen kon nemen.”
Ik lachte bitter.
“Zelfstandig.”
“Ja.”
“Zonder zijn vrouw.”
Jasmine antwoordde niet.
“Wat wist Alexander over jouw band met Northstar voordat hij je aannam?”
“Alles.”
“Dus jouw functie als secretaresse was een façade.”
“Deels.”
“Waarom?”
“Northstar wilde iemand dicht bij hem.”
“En hij wilde iemand van Northstar dicht bij zich.”
“Ja.”
“Zakelijk.”
“In het begin.”
Daar was het.
“Wie begon de affaire?”
Esther keek naar mij.
Niet relevant.
Misschien niet juridisch.
Wel voor mij.
Jasmine antwoordde:
“Hij.”
Ik sloot mijn ogen.
“Wanneer?”
“Tijdens een conferentie in München.”
Ik herinnerde me die conferentie.
Alexander had mij gebeld.
Gezegd dat hij mij miste.
Dat het bed in de hotelsuite te groot was.
Ik had gelachen.
Hij had toen al met haar geslapen.
Ik ademde uit.
“Dank je.”
Jasmine keek verbaasd.
“Waarvoor?”
“Voor niet zeggen dat het per ongeluk gebeurde.”
Ze knikte.
Na twee uur was het gesprek klaar.
Bij de deur stopte ze.
“Sophie.”
Ik keek op.
“Mag ik één ding zeggen?”
“Ja.”
“Alexander houdt van u.”
Mijn mondhoek trok.
“Dat geloof ik.”
Ze leek verward.
“Echt?”
“Ja.”
Ik pakte mijn tas.
“Dat is wat dit moeilijk maakt.”
Ze slikte.
“Als hij niet van me hield, was hij gewoon een man die mij gebruikte.”
Ik keek naar haar.
“Nu is hij een man die van mij hield en toch besloot dat mijn stem een obstakel was.”
Jasmine zei niets.
“Liefde maakt slecht gedrag soms pijnlijker.”
Ik vertrok.
Buiten wachtte Theo met de auto.
Toen ik instapte, zei hij:
“Mevrouw?”
“Ja?”
“Uw vader vroeg of ik iets mocht vragen.”
Ik trok mijn wenkbrauw op.
“Mijn vader gebruikt jou nu als boodschapper?”
Theo glimlachte.
“Hij vroeg of u vanavond mee-eet.”
Ik begon te lachen.
“Zeg hem dat hij zelf moet appen.”
“Dat dacht ik al.”
Vijf seconden later trilde mijn telefoon.
Eet je vanavond mee?
Ik antwoordde:
Ja.
Klein.
Maar belangrijk.
Niet alles hoefde via anderen.
Dat gold blijkbaar niet alleen voor Alexander.