DEEL 13 — GERDA’S EXCUSES
Twee jaar later.
Lotte was zeven.
Haar haar bijna weer op schouders.
Gerda had twee jaar geen direct contact gehad.
Geen onverwachte cadeaus.
Geen schoolpoort.
Geen oma-drama.
Zij volgde familiebegeleiding op eigen initiatief.
Toen vroeg zij één brief te mogen sturen.
Ik liet therapeut eerst lezen.
Brief:
Lieve Lotte,
ik heb op een dag niet voor jou gezorgd zoals een oma hoort te doen.
Ik stond erbij toen volwassenen iets met jouw haar deden terwijl jij nee zei.
Ik zei nare dingen over meisjes en jongens.
Dat was fout.
Jij hoefde nooit een jongen te zijn, een erfgenaam te zijn of iets te bewijzen om bij onze familie te horen.
Ik vraag je niet mij te vergeven.
Ik wil alleen dat je weet dat het mijn fout was, niet die van jou.
Lotte las.
‘Heeft ze dit zelf geschreven?’
‘Ja.’
‘Niet advocaat?’
‘Volgens mij niet.’
‘Mag ik haar zien?’
Mijn hart sloeg.
‘Als jij dat wilt, bespreken we hoe.’
Eerste ontmoeting:
therapeutische ruimte.
Twintig minuten.
Gerda huilde.
Lotte zei:
‘Mijn haar is terug.’
Gerda:
‘Ja.’
‘Maar ik vergeet nog.’
‘Dat begrijp ik.’
‘Waarom zei je zwak dochtertje?’
Gerda brak.
‘Omdat ik heel verkeerde ideeën had over familie.’
‘Heb je die nog?’
‘Ik probeer niet.’
Kinderen herkennen ontwijking.
‘Dat is geen ja.’
Gerda glimlachte verdrietig.
‘Nee. Ik geloof niet meer dat jongens meer waard zijn.’
‘Goed.’
Twintig minuten.
Daarna Lotte wilde ijs.
Niet meer oma.
Genoeg.