MIJN MAN LOOG EEN HELE WEEK DAT HIJ NAAR ZIJN WERK GING

DEEL 3 – DE LEUGEN VAN MIJN MAN

Eliam kwam die avond niet direct naar huis.

Hij stuurde één bericht:

Ik slaap vannacht bij Thomas. Als jij me wilt spreken, kom ik. Als je ruimte wilt, blijf ik weg.

Thomas was zijn broer.

Ik antwoordde niet.

Dat waardeerde ik later.

Geen twintig berichten.

Geen uitleg die ik niet wilde horen.

Maar die nacht was ik woedend dat hij überhaupt dacht dat respect na twee maanden leugens iets kon herstellen.


De volgende ochtend vond ik een map op de veranda.

Geen Eliam.

Alleen map.

Bovenop een briefje.

Ik laat jou beslissen wanneer je dit leest. Alles wat ik heb gevonden zit hierin. Ik heb kopieën. De originelen liggen bij Van Hout. Ik had je eerder moeten vertellen wat ik deed. Daar bestaat geen goede rechtvaardiging voor. – E.

Ik nam map mee naar keuken.

Liet hem drie uur liggen.

Om elf uur opende ik.


Eerste document was een kopie van vaders testament.

Dat kende ik.

Hij had zijn vermogen bijna volledig aan mij nagelaten.

Sanne kreeg niets.

De reden stond in één zin:

Mijn oudste dochter, Sanne de Wit, is reeds bij leven ruimschoots bevoordeeld en wordt om die reden niet verder in mijn nalatenschap betrokken.

Ik had dat altijd gelezen als verwijzing naar geld dat zij had gestolen.

Nu keek ik anders.


Daarna een overzicht van transacties uit familiebedrijf.

Bedragen.

€38.000.

€62.500.

€41.000.

€27.800.

Totaal bijna tweehonderdduizend.

De transacties waarmee Sanne volgens vader bedrijf had bestolen.

Bij iedere transactie stond haar gebruikers-ID.

Dat kende ik.

Het was destijds bewijs.

Maar naast gebruikers-ID stond nu iets wat vader nooit had laten zien.

Terminal ID.

Alle transacties waren uitgevoerd vanaf computer in vaders kantoor.

Niet Sanne’s werkplek.


Volgende vel:

forensische analyse.

Gebruikersaccount S. de Wit werd op genoemde data benaderd vanaf terminal WD-01, toegewezen aan Willem de Wit.

Mijn vader.

Ik voelde mijn maag keren.

Maar wacht.

Misschien had Sanne op zijn computer gewerkt.

Dat was mogelijk.

Ik zocht verder.


E-mails.

Mijn vader aan accountant Hugo Meijer.

Sanne heeft vragen over projectrekening. Ik wil dat haar rechten tijdelijk beperkt worden zonder dat zij melding krijgt.

Hugo:

Dan moeten we systeemtechnisch een reden registreren.

Vader:

Laat haar account actief. Ik wil nog bij oude bestanden kunnen.

Datum:

drie weken vóór eerste vermeende diefstal.

Mijn handen begonnen te trillen.


Dan een screenshot van interne waarschuwing:

Login SDEWIT gebruikt buiten reguliere werktijden.

Nooit onderzocht.

Of wel.

Maar niet aan mij verteld.


Daarna de brief.

Mijn moeder.

Handschrift.

Ik kende iedere krul.

Lieve Willem,

Ik weet dat je zegt dat het tijdelijk is, maar ik wil niet dat geld uit mijn beleggingsrekening opnieuw naar het bedrijf gaat zonder dat de meisjes weten wat er gebeurt.

Ik moest stoppen.

Mijn ogen konden woorden niet scherp houden.

Ik las verder.

Vooral Sanne stelt terechte vragen. Straf haar daar niet voor. Marije vertrouwt jou blind en dat is mooi, maar ook gevaarlijk. Onze dochters moeten later nooit tegenover elkaar komen te staan vanwege geld.

Ik liet papier vallen.

Mijn moeder schreef dat zes maanden voor haar dood.


De deurbel ging.

Eliam.

Ik keek naar camera.

Hij stond met handen in zakken.

Geen tas.

Ik opende.

“Binnen.”

Hij kwam.

Ik wees naar tafel.

“Vertel alles.”


Hij ging zitten.

“Ik vond harde schijf in doos van je vader drie maanden na begrafenis.”

“Waarom keek je erop?”

“Er stond ‘FAMILY ARCHIVE’ op.”

“En?”

“Eerst foto’s. Belastingstukken. Oude back-ups. Toen map ‘DW-2013’.”

“Waarom interesseerde dat je?”

Hij keek naar mij.

“Omdat jij na begrafenis zei dat je Sanne wilde vinden om haar te laten weten dat papa dood was.”

Ik herinnerde het.

Een zwak moment.

Daarna niets gedaan.

“Je zei dat je geen adres had.”

“Ja.”

“Ik dacht misschien in bestanden iets te vinden.”

Mijn woede verschoof opnieuw.

“Dus dit begon voor mij?”

“Voor jou en omdat ik nieuwsgierig werd.”


“Wanneer vond je discrepanties?”

“Ongeveer twee maanden geleden.”

“En toen?”

“Ik belde Van Hout. Als particulier. Ze zeiden dat ze alleen iets konden beoordelen als we rechtmatig toegang hadden tot data. Jij had harde schijf geërfd via nalatenschap, maar ik wilde jou niet betrekken voordat ik wist dat het niet alleen technische ruis was.”

“Dat was al fout.”

“Ja.”

Hij zei het zonder verweer.

“Daarna zocht ik Sanne.”

“Hoe?”

“LinkedIn via oude achternaam van haar ex-partner. Uiteindelijk vond ik haar in Antwerpen.”

“Ze woont in België?”

“Ja.”

“Al die tijd.”

“Ze is in 2016 terug naar Nederlandstalig België verhuisd.”

Ik kende niets van haar leven.

Dat besef was vreemd genoeg pijnlijker dan geld.


“Waarom verlof?”

“Van Hout wilde deze week volledige reconstructie doen. Sanne kon alleen deze week. Ze wilde niet digitaal vanwege stukken.”

“En jij verzon iedere dag werk.”

“Ja.”

“Waarom niet zeggen: ik heb vrij?”

Hij keek naar handen.

“Omdat jij dan zou vragen waarom.”

“Dus je koos voor vijf dagen liegen.”

“Ja.”

“En medicijnbericht?”

Zijn gezicht sloot van schaamte.

“Dat was verschrikkelijk.”

“Je had op dat moment gewoon waarheid kunnen zeggen.”

“Ik raakte in paniek.”

“Je liegt niet één keer in paniek. Je typt een complete nepdag op kantoor.”

“Ik weet het.”

Ik haatte hoe snel hij instemde.

Ik wilde vechten.

Maar daar zat niets tegenover.


“Heb je een affaire met haar?”

Zijn hoofd schoot omhoog.

“Nee.”

“Heb je ooit—”

“Nee. Absoluut niet.”

Ik geloofde hem.

Dat maakte rest niet minder.

“Waarom legde je hand op haar schouder?”

“Ze had net gehoord dat de forensisch accountant vrijwel zeker denkt dat haar handtekening op een oud intern schulddocument vervalst is.”

Mijn keel werd droog.

“Welke handtekening?”

Hij keek naar map.

“Die heb je nog niet gezien.”

Er was dus meer.