DEEL 11 — De moeder zonder troon
Henriëtte probeerde zichzelf te redden via reputatie.
Zij gaf geen interviews, maar liet via kennissen lekken dat zij “bezorgd was om haar zoon”, “nooit betrokken was bij zakelijke details” en “Marit altijd als dochter had gezien”.
Dat laatste las ik op een dinsdagmorgen en morste koffie over een conceptbegroting.
Als dochter.
Henriëtte had mij jarenlang behandeld als personeel dat toevallig trouwfoto’s had.
Ze belde mij soms om te vragen of Daan wel gezond at.
Niet of ik gezond at.
Ze liet me op familiediners aan de rand zitten omdat “de mannen nog even over omzet wilden praten”.
Ze vroeg op mijn verjaardag of ik niet eens “iets nuttigs met al dat thuiszitten” wilde doen.
Ik had toen al drie bedrijven in portefeuille.
Maar ik liet haar praten.
Ik dacht dat het niet uitmaakte.
Het maakte wel uit.
Niet omdat zij mij definieerde.
Omdat elke kleine vernedering Daan leerde dat ik publiekelijk verkleind mocht worden zonder consequentie.
Die consequentie kwam alsnog.
Via Project Phoenix.
De FIOD vond e-mails waarin Henriëtte afspraken maakte met een reputatiebureau over “vernieuwing na noodzakelijke sanering”. De datum: drie weken vóór het bedrijfsfeest.
In een bijlage stond een conceptzin:
Onder leiding van Daan de Vries en Sophie van Dam kiest AmsTech voor een slankere, toekomstbestendige koers.
Mijn naam kwam één keer voor.
Partnercommunicatie Marit: buiten beeld houden, privé kalmeren.
Privé kalmeren.
Ik stuurde die zin naar Evelien.
Zij belde mij.
“Ga niet zelf naar Henriëtte.”
“Dat was ik niet van plan.”
“Uw stilte klonk actief.”
“Ik keek alleen naar mijn autosleutels.”
“Precies.”
Henriëtte werd later formeel gehoord als verdachte van medeplichtigheid aan poging tot benadeling van schuldeisers en betrokkenheid bij misleidende communicatie rond de voorgenomen herstructurering. Niet voor de hoofdverduistering. Daar was zij te slim of te ver vandaan gebleven.
Maar haar troon brak.
Zij verloor haar functies in twee raden van toezicht.
De ondernemersvereniging vroeg haar “tijdelijk terug te treden”.
Tijdelijk werd meestal permanent zodra men de notulen las.
Daan hoorde ervan in detentie en vroeg volgens zijn advocaat of zijn moeder nog geld kon vrijmaken voor extra verdediging.
Henriëtte kon dat niet.
Niet zonder haar eigen huis te belasten.
Voor het eerst moest zij kiezen tussen haar zoon redden en haar eigen bezit beschermen.
Ze koos haar bezit.
Dat verraste niemand die haar echt kende.
DEEL 12 — Sophie in het nauw
Sophie meldde zich uiteindelijk vrijwillig.
Met advocaat.
Met perfect haar.
Met een gezicht dat zorgvuldig genoeg droefheid toonde om geen spijt te hoeven formuleren.
Haar verklaring begon voorspelbaar.
Zij was misleid door Daan.
Zij dacht dat de leveranciers legitiem waren.
Zij had geen toegang tot de echte geldstromen.
Zij was verliefd geweest.
Daarna legde rechercheur Van Kessel haar eigen notities op tafel.
Marit — ziet minder dan ze denkt. Niet relevant tenzij scheiding.
Volgens het proces-verbaal zweeg Sophie daarna elf seconden.
Elf seconden is lang wanneer een leugen adem moet zoeken.
Ze paste haar verhaal aan.
Zij had wel vermoedens.
Maar geen zekerheid.
Zij had Daan aangesproken.
Hij had haar gerustgesteld.
Zij had Henriëtte vertrouwd.
Zij had gedacht dat Project Phoenix een normale herstructurering was.
Toen kwam Nina's opname.
Daan:
Van Houten wordt lastig.
Sophie:
Dan moet Henriëtte hem bellen. Hij heeft respect voor oude ondernemersnamen.
Sophie probeerde nog één keer te glimlachen.
Dat mislukte.
Uiteindelijk gaf zij toe dat zij wist dat sommige facturen “strategisch opgehoogd” waren. Dat er geld werd geparkeerd voor “na de sanering”. Dat zij het appartement gebruikte dat via Blue Harbour werd betaald. Dat Daan haar had beloofd dat zij na mijn “privéafwikkeling” officieel zijn partner én medegezicht van het nieuwe AmsTech zou worden.
“Privéafwikkeling,” herhaalde Van Kessel.
Sophie keek naar haar advocaat.
“Scheiding.”
“Waarom zei u dat niet?”
“Omdat Daan zei dat Marit geen rol speelde.”
“Behalve als juridische hinder?”
Zij antwoordde niet.
Sophie werd geen hoofdverdachte zoals Daan.
Maar zij kwam niet weg.
Haar carrière in corporate relations eindigde sneller dan een persbericht kon worden ingetrokken. Niemand wil een reputatieadviseur die haar eigen reputatie niet uit een bewijsdossier kan houden.
Een maand later ontving ik een e-mail van haar.
Geen excuses.
Een zin:
Je hebt gewonnen, maar hij hield nooit van jou zoals hij van mij hield.
Ik keek ernaar.
Toen stuurde ik hem door naar Evelien.
Niet als bewijs.
Als curiositeit.
Daarna verwijderde ik hem uit mijn inbox.
Sophie begreep nog steeds niet dat zij en ik nooit om dezelfde prijs hadden gestreden.
Zij wilde Daan.
Ik wilde mijn leven terug.