‘Sophie?’
Ik keek opnieuw naar de foto van het gele briefje.
‘Dat slaat nergens op.’
‘Dat dacht ik ook.’
‘Zij heeft me juist gewaarschuwd voor de notaris.’
‘Nadat jij het nummer al had gevonden.’
Die woorden veranderden iets.
Ik dacht terug aan ons eerste telefoongesprek. Sophie had me verteld over de verzekering, gewaarschuwd niets te ondertekenen en me stap voor stap richting Liams geheimen geduwd.
Ze had telkens net genoeg verteld om me verder te laten zoeken.
Maar nooit alles.
‘Waarom zou Sophie een document met mijn handtekening naar een notaris sturen?’
‘Ik weet het niet.’
‘Je hebt een affaire met haar. Hoe kun je dat niet weten?’
‘Omdat ik haar nauwelijks kende toen dit begon.’
Ik verstijfde.
‘Wat bedoel je?’
‘De affaire begon ongeveer vier maanden geleden. Zij zocht steeds vaker contact. Koffie. Berichten. Daarna meer.’
‘En dat moet je nu vrijpleiten?’
‘Nee. Wat ik met haar heb gedaan was mijn keuze. Ik geef haar daar niet de schuld van.’
Voor het eerst klonk hij alsof hij niet probeerde te ontsnappen aan zijn verantwoordelijkheid.
‘Maar drie weken geleden,’ vervolgde hij, ‘toen Evelyn contact met me opnam, veranderde Sophie.’
‘Hoe?’
‘Ze stelde vragen over mijn familie. Over jou. Over waar we woonden. Over onze hypotheek.’
Mijn maag trok samen.
‘En jij vond dat niet vreemd?’
‘Ze werkt bij HR. Ze zei dat ze me wilde helpen uitzoeken wat ik financieel kon doen.’
Ik dacht aan het onbekende e-mailadres op Liams laptop.
‘Van wie is dat tweede e-mailadres?’
Hij zweeg.
‘Liam?’
‘Ik heb het aangemaakt.’
‘Waarom?’
‘Om met Evelyn te communiceren zonder dat alles in mijn gewone inbox stond.’
‘En je hebt het gebruikt voor onze bankgegevens.’
‘Nee.’
Ik sloot mijn ogen.
Dus iemand anders had toegang gehad.
‘Verander onmiddellijk het wachtwoord,’ zei ik.
‘Dat heb ik al gedaan.’
‘En stuur me alles. Iedere mail van Evelyn. Ieder document.’
‘Dat doe ik.’
‘Vandaag.’
‘Ja.’
Ik hing op.
Daarna belde ik Sophie.
Ze nam niet op.
Ik probeerde opnieuw.
Voicemail.
Ik stuurde slechts één bericht:
We moeten praten.
Tien minuten later antwoordde ze.
Niet telefonisch. Morgen 10.00 uur. Café bij het station.
Ik liet mijn moeder het bericht zien.
‘Je gaat niet alleen,’ zei ze.
Dat deed ik ook niet.
Mijn vader bracht me de volgende ochtend en bleef buiten in de auto wachten.
Sophie zat achter in het café.
Ze zag er anders uit dan ik me had voorgesteld. Vermoeid. Bleek. Geen zelfverzekerde minnares uit mijn nachtmerries, maar een vrouw die voortdurend naar de ingang keek.
Ik ging tegenover haar zitten.
‘Waarom staat jouw nummer op een briefje in Liams map?’
Alle kleur verdween uit haar gezicht.
‘Wat?’
Ik legde de foto op tafel.
Ze staarde ernaar.
‘Waar heb je dit gevonden?’
‘Bij Liam.’
‘Dat nummer gebruik ik bijna nooit.’
‘Maar het is van jou.’
‘Ja.’
‘Heb jij contact opgenomen met De Wit Notariaat?’
‘Nee.’
‘Heb jij een document met mijn handtekening gestuurd?’
‘Nee.’
‘Heeft Evelyn toegang tot jouw telefoon?’
Sophies ogen schoten omhoog.
‘Waarom vraag je dat?’
‘Omdat de e-mail volgens Liam van haar kwam en jouw nummer erbij stond.’
Sophie keek naar haar handen.
‘Er is iets wat ik je niet verteld heb.’
‘Dat begint een patroon te worden.’
Ze slikte.
‘Ik kende Evelyn voordat ik Liam kende.’
Mijn hart bonsde.
‘Hoe?’
‘Ze is mijn tante.’
Ik zei niets.
‘De zus van mijn moeder,’ vervolgde Sophie. ‘We hebben jarenlang bijna geen contact gehad.’
‘En toevallig begon jij een affaire met haar biologische zoon?’
‘Ik wist niet dat hij haar zoon was toen ik hem ontmoette.’
‘Wanneer kwam je daarachter?’
‘Ongeveer vier maanden geleden.’
‘Dus ongeveer toen jullie affaire begon.’
Ze keek weg.
‘Ja.’
Ik wilde opstaan.
‘Wacht. Er is meer.’
‘Natuurlijk.’
‘Evelyn nam contact met me op nadat ze ontdekte waar ik werkte. Ze vroeg of ik Liam kende. Eerst dacht ik dat ze geld wilde. Daarna begon ze dingen over zijn adoptie te vertellen.’
‘En over mij?’
Sophie knikte.
‘Ze zei dat Liam en jij allebei haar kinderen waren.’
Mijn maag draaide om.
‘En toch bleef je met hem slapen.’
Sophies gezicht vertrok.
‘Ik wist niet of ze de waarheid sprak. Evelyn liegt. Dat heeft ze altijd gedaan.’
‘Maar je waarschuwde mij niet.’
‘Ik was bang. En beschaamd.’
‘Je was vooral bezig jezelf te beschermen.’
Ze keek me aan.
‘Ja.’
Het antwoord was tenminste eerlijk.
Ik schoof mijn stoel naar achteren.
‘Is Evelyn echt ziek?’
‘Niet voor zover ik weet.’
‘Heeft ze honderdtwintigduizend euro nodig?’
‘Evelyn heeft altijd geld nodig.’
‘Heeft zij mijn handtekening vervalst?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Wie had toegang tot jouw telefoon?’
Sophie werd stil.
‘Evelyn.’
Ik voelde mijn hartslag versnellen.
‘Wanneer?’
‘Drie weken geleden. Ze kwam naar mijn appartement. Ze zei dat ze bewijs had over Liam en jou. Ik liet haar binnen.’
Precies dezelfde periode.
‘Heeft ze ook toegang gehad tot je werklaptop?’
Sophie keek me aan.
Dat was antwoord genoeg.
‘Mijn laptop stond open op tafel.’
Ik stond op.
‘Ik moet gaan.’
‘Er is nog iets.’
Ik bleef staan.
Sophie haalde een envelop uit haar tas.
‘Evelyn liet dit bij mij achter.’
Binnen zat een kopie van een oud document.
Twee geboortedata.
Twee dossiernummers.
Mijn naam.
Liams naam.
Bovenaan stond Evelyn Carter vermeld.
Mijn handen begonnen te trillen.
‘Is dit echt?’
‘Ik weet het niet.’
Onderaan stond de naam van een instantie.
Ik maakte een foto.
Diezelfde middag belde ik de instantie.
Na identiteitscontrole bevestigde een medewerker dat beide dossiernummers ooit hadden bestaan, maar dat de kopie die ik had gekregen niet overeenkwam met hun originele registraties.
‘Wat bedoelt u?’
‘De dossiernummers zijn echt,’ zei de medewerker. ‘Maar iemand heeft informatie uit twee verschillende documenten samengevoegd.’
Ik ging rechtop zitten.
‘Dus Liam en ik staan niet samen op één origineel document?’
‘Nee.’
‘Kunt u zien wie onze biologische ouders zijn?’
‘Dat kan ik telefonisch niet vrijgeven. U kunt inzage aanvragen.’
‘Maar kunt u tenminste bevestigen of Evelyn Carter in beide dossiers dezelfde rol heeft?’
Een lange stilte volgde.
‘Nee,’ zei de medewerker uiteindelijk.
Mijn hart bonsde.
‘Nee, dat kunt u niet zeggen?’
‘Nee. Evelyn Carter staat niet in beide originele dossiers als biologische moeder geregistreerd.’
Ik kneep mijn ogen dicht.
‘In welk dossier dan wel?’
‘Dat kan ik telefonisch niet specificeren.’
Maar ik begreep genoeg.
Iemand had documenten gemanipuleerd om Liam en mij te laten geloven dat we mogelijk broer en zus waren.
Die avond stuurde Liam me alle e-mails.
Ik zat naast Haileys wiegje en las ze één voor één.
Evelyn had hem wekenlang onder druk gezet.
Je vrouw verdient de waarheid.
Denk aan wat dit voor jullie dochter betekent.
Ik kan alles stilhouden, maar ik heb hulp nodig.
Toen kwam de laatste mail.
Verstuurd twee dagen vóór ons jubileumdiner.
Er zat een foto bij.
Evelyn, veel jonger, voor een ziekenhuis.
Naast haar stond een andere vrouw.
Ik zoomde in.
Mijn adem stokte.
Ik kende dat gezicht.
Niet uit mijn jeugd.
Niet uit oude familiealbums.
Ik had haar pas onlangs voor het eerst gezien.
Ik pakte onmiddellijk mijn telefoon en opende het professionele profiel dat ik eerder had gevonden.
Dezelfde ogen.
Dezelfde mond.
Dezelfde kleine moedervlek naast haar linkerwenkbrauw.
De jonge vrouw naast Evelyn op de foto was onmiskenbaar familie van Sophie.
Maar het onderschrift onder de foto maakte alles erger.
Evelyn Carter en haar jongere zus, Marianne Van Dalen.
Ik belde Sophie.
‘Wie is Marianne?’
Aan de andere kant werd het volledig stil.
‘Sophie?’
Toen hoorde ik haar ademhaling veranderen.
‘Mijn moeder.’
Ik keek opnieuw naar het oude adoptiedocument.
‘Sophie, volgens de instantie is Evelyn niet in beide dossiers onze biologische moeder.’
Ze zei niets.
‘Dus als Evelyn Liams moeder is…’
Mijn stem stierf weg.
Sophie begon te huilen.
‘Ik wilde het eerst zeker weten.’
‘Waarvan?’
Ze antwoordde nauwelijks hoorbaar.
‘Dat jouw dossier niet van Evelyn is.’
Mijn vingers verstijfden om de telefoon.
‘Van wie dan wel?’
Een lange stilte.
Toen zei Sophie:
‘Van mijn moeder.’