DEEL 10 — MAYA LEERT GELD GEBRUIKEN
Maya kreeg een nieuwe bankrekening.
Niet omdat oude juridisch onbruikbaar was.
Omdat zij een frisse start wilde zonder automatische incasso’s die zij niet kende.
Ouders’ machtiging werd ingetrokken.
Zij kreeg:
bankpas.
App.
Eigen pincode.
Budgetcoach.
Geen bewindvoerder.
De eerste week checkte ze saldo zestien keer per dag.
‘Is dat normaal?’ vroeg ze.
‘Voor iemand die nooit eigen geld heeft gehad misschien wel.’
Ze kocht zes paarse handdoeken.
Ik vroeg:
‘Waarom zes?’
‘Omdat ik kan.’
Daarna een e-reader.
Daarna drie boeken waarvan twee nog in plastic bleven.
‘Impulsaankoop.’
‘Vrijheid.’
‘Ook financiële onverantwoordelijkheid.’
‘Laat me leven.’
Laura hielp haar een begroting maken.
Huur straks.
Zorgbijdragen.
Telefoon.
Kleding.
Vervoer.
Vrije uitgaven.
Maya wilde weten wat alles werkelijk kostte.
Niet om zich schuldig te voelen.
Om controle terug te krijgen.
‘Hoeveel kost een brood?’
‘Twee tot vier euro, afhankelijk.’
‘Melk?’
‘Ongeveer anderhalf.’
‘Een maand eten?’
‘Hangt af.’
Ze schreef cijfers.
‘Pap zei dat mijn boodschappen bijna duizend euro per maand waren.’
‘Dat lijkt veel voor één persoon, maar speciale voeding en gezamenlijke kosten kunnen bedrag beïnvloeden.’
Laura:
‘We gaan niet vervangen met omgekeerde leugen.’
Goed.
Geen:
alles wat ouders zeiden was onzin.
Sommige aangepaste producten waren duur.
Zorg was duur.
Rolstoel was duur.
Dat maakte Maya nog steeds geen schuld.
Belangrijk onderscheid.
Maya vroeg:
‘Mag iemand mij kostgeld vragen als ik bij hen woon?’
‘Ja,’ zei Noor later. ‘Volwassen familie kan redelijke afspraken maken.’
‘Dus mijn ouders mochten dat?’
‘Als jij geïnformeerd instemde en het niet in strijd was met trustafspraken.’
‘Dat deed ik niet.’
‘Precies.’
Het probleem was niet bestaan van kostgeld.
Het probleem was verborgen automatische overboeking terwijl woning juist huurvrij was toegekend vanwege haar zorg.
Maya zei:
‘Ik wil later huur betalen.’
Ik glimlachte.
‘Waarom?’
‘Omdat ik eigen huis wil.’
Niet:
omdat ik niemand tot last wil zijn.
Eigen huis.
Dat was vooruitgang.
We bekeken appartementen in Leiden.
Eerste was te klein.
Tweede had een lift die officieel rolstoelgeschikt was maar waar haar stoel alleen in paste als ze voetsteunen inklapte en zij bijna zijwaarts ging.
‘Architect verdient straf,’ zei Maya.
Derde was goed.
Nieuwbouw.
Brede deuren.
Inloopdouche.
Balkon.
Twee slaapkamers.
Vlak bij station.
Niet goedkoop.
Maar trust mocht passende huisvesting voor Maya financieren zolang het professioneel werd vastgesteld en zij instemde.
Ze wilde niet dat fonds appartement simpelweg cadeau gaf.
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik wil weten wat van mij is en wat van fonds.’
Oma zou trots zijn.
Uiteindelijk kocht het fonds het appartement als beschermd woonvermogen met Maya’s levenslang gebruiksrecht en duidelijke afspraken over kosten, vergelijkbaar met trustdoel maar zonder ouders als poortwachters.
Maya betaalde zelf dagelijkse kosten uit haar eigen inkomen/toelagen.
Zorg rechtstreeks aan aanbieders.
Geen geld meer via familie.
Zij koos twee persoonlijke assistenten voor verschillende momenten.
Niet vierentwintig uur per dag.
Dat had ze niet nodig.
Sommige dagen slechts ochtendhulp.
Andere dagen meer.
Fysiotherapie op haar verzoek.
Aangepast vervoer.
Treinassistentie.
En de schrijfcursus.
Ze schreef zich opnieuw in.
Eerste les belde ze mij erna.
‘Hoe was het?’
‘Verschrikkelijk.’
Mijn hart.
‘Waarom?’
‘Iedereen schrijft goed.’
‘Dat is meestal waarom je cursus volgt.’
‘Ik haat ze.’
‘Wil je stoppen?’
‘Ben je gek?’
Ze hing op.
Maya was terug.
Niet nieuw.
Terug.
DEEL 11 — DE STRAFZAAK WAS GEEN FAMILIEREÜNIE
De fraudezaak duurde bijna twee jaar.
De politie richtte zich niet op ‘slechte ouders’.
Dat is geen strafbaar feit.
Wel op concrete documenten en geldstromen.
Anna’s vervalste handtekening.
Niet-geleverde zorg die als geleverd was gefactureerd.
Bepaalde dubbele declaraties.
Overboekingen vanuit Maya’s rekening.
Misleidende rapportages richting fonds.
Mijn ouders werden niet aangeklaagd voor alles waar ik boos over was.
Goed.
Strafrecht is geen therapie.
Richard bleek degene die veel financiële instructies gaf.
E-mails.
Bestanden.
Aurelia-administratie.
Eleanor had rapporten samengesteld en in minstens vijf gevallen Anna’s oude handtekening als afbeelding gebruikt.
Zij bekende dat.
‘Ik dacht dat het alleen administratie was.’
Rechter:
‘Waarom gebruikte u dan niet uw eigen naam?’
Stilte.
Dat was antwoord.
Richard bleef langer ontkennen.
Hij stelde dat door ouders geleverde zorg niet altijd in uren te vangen was.
Daar had hij deels gelijk in.
Mantelzorg heeft waarde.
Maar je kunt niet 24 uur persoonlijke assistentie door derde declareren wanneer die derde niet bestaat.
Je kunt niet fysiotherapie factureren die niet plaatsvond.
Je kunt niet studiebegeleiding declareren terwijl je cursus annuleert.
De civiele afwikkeling kwam vóór strafzaak.
Na onderhandelingen en accountantsrapport:
- €186.000 terug naar familiefonds voor onjuiste/overmatige zorgdeclaraties;
- €43.000 terug naar Maya voor persoonlijke geldstromen zonder voldoende grond;
- €132.000 naar mij als gedeeltelijke terugbetaling van privébedragen die op basis van aantoonbaar misleidende zorgvoorstellingen waren verkregen.
Niet alle €270.000.
Waarom niet?
Een deel was werkelijk aan Maya en huishouden besteed.
Een deel kon juridisch als schenking of algemene familiebijdrage worden gezien.
Ik kon jaren procederen.
Ik koos regeling.
Maya vroeg:
‘Ben je niet boos dat je niet alles terugkrijgt?’
‘Ja.’
‘Waarom stop je dan?’
‘Omdat rust ook waarde heeft.’
Ze dacht.
‘Dat klinkt volwassen en irritant.’
‘Dank.’
Strafrechtelijk kreeg Richard een zwaardere sanctie dan Eleanor omdat hij volgens rechtbank een sturende rol had bij financiële constructie en langer bleef ontkennen. Een deel van zijn straf was onvoorwaardelijk, daarnaast voorwaarden en financiële consequenties.
Eleanor kreeg een lichtere, grotendeels voorwaardelijke straf met taakstraf, mede vanwege bekentenis, medewerking en terugbetaling.
Geen twintig jaar gevangenis.
Geen theatrale handboeien bij benefiet.
Wel strafblad.
Wel oordeel.
Wel zwart-op-wit dat dit niet ‘een andere opvoedstijl’ was.
Na uitspraak vroeg een journalist Maya om interview.
Ze zei nee.
Waarom?
‘Ik wil niet de gehandicapte dochter zijn uit dat fraudeverhaal.’
‘Wat wil je wel zijn?’
‘Moe.’
Ze had die week tentamen.
Goed antwoord.