DEEL 4 — DE HYPOTHEEK
Daan belde mij die avond niet.
De volgende dag ook niet.
Op derde dag kwam hij opnieuw.
Dit keer met ordner.
‘Je had gelijk.’
Niet woorden die moeder graag hoort wanneer zoon eruitziet alsof hij twee nachten niet sliep.
‘Waarover?’
‘Er is iets met geld.’
Ik zette thee.
Hij vertelde.
Sophie beheerde sinds begin zwangerschap groot deel van babybudget en verbouwing.
Zij wilden van appartement in Amsterdam naar groter huis in ’t Gooi.
Daan vond prijzen te hoog.
Sophie zei dat haar moeder tijdelijk zou helpen.
Ze hadden bod gedaan op woning van €1,35 miljoen.
Veel.
Daan verdiende goed als IT-projectdirecteur.
Sophie had eigen PR-bureau.
Maar financiering was krap.
‘Ik dacht dat haar moeder €250.000 zou schenken.’
‘En?’
‘Het is lening.’
‘Wist je dat niet?’
‘Sophie zei “familiebijdrage”.’
Ik zei niets.
‘Er is meer.’
Ze hadden al €45.000 aanbetaald voor ontwerp, keukenreservering en verbouwingsadvies voor huis dat nog niet geleverd was.
Een deel op creditcards.
‘Waarom?’
‘Omdat Sophie dacht dat Henk iets had achtergelaten.’
Ik keek scherp.
‘Hoe kon zij dat denken vóór babyshower?’
Daan werd stil.
Daar zat volgende laag.
‘Ze heeft drie maanden geleden een gesprek gehoord tussen jou en notaris.’
Mijn huid werd koud.
‘Waar?’
‘Bij jouw verjaardag.’
Ik herinnerde.
Notaris Van Loon was oude vriend van Henk.
Hij zei aan einde:
‘Wanneer baby komt, bellen we over Henk zijn regeling.’
Sophie stond blijkbaar in gang.
‘Dus zij wist dat er iets was.’
‘Niet hoeveel.’
‘Daarom die deken?’
Daan knikte langzaam.
‘Ik denk dat ze vermoedde dat er iets in zat toen jij zei dat pap wilde dat je zelf iets maakte.’
Ik herinnerde babyshower.
Sophie keek naar deken alsof waardeloos.
Daarna vuilnis.
Maar na vertrek probeerde zij te zien of er label of document was.
Niet spontane nieuwsgierigheid.
Verwachting.
‘Heeft zij daarom feestje zo ingericht?’
‘Wat bedoel je?’
‘Filmen van ieder cadeau. Merken. Waarde.’
‘Dat doet haar vriendenkring altijd.’
‘Dat maakt het niet beter.’
Daan sloeg handen om mok.
‘Mam, ze is niet alleen slecht.’
‘Heb ik niet gezegd.’
‘Ze kan lief zijn.’
‘Weet ik.’
‘Ze heeft afgelopen jaar heel hard gewerkt.’
‘Dat geloof ik.’
‘Ze is bang voor geld.’
Dat verraste.
‘Waarom?’
Sophie groeide volgens mij rijk op.
Blijkbaar schijn bedroog.
Eveline en haar ex-man hadden veel uitgegeven maar weinig opgebouwd.
Na scheiding waren schulden boven water gekomen.
Sophie had als tiener meegemaakt dat auto’s verdwenen, huis werd verkocht, schoolgeld bijna niet betaald.
Sindsdien was zij geobsedeerd door signalen van zekerheid.
Merken.
Design.
Eigendom.
‘Dus deken zonder merk voelde…’
‘Arm,’ zei Daan.
Ik dacht aan vuilnisbak.
Het verklaarde iets.
Maakte niets goed.
‘En geld van Henk voelde als redding.’
‘Ja.’
‘Van probleem dat ik niet kende.’
‘Ja.’
Ik leunde achterover.
‘Heb je haar geconfronteerd?’
‘Ze zei dat zij dacht dat ik wist.’
‘Wist jij?’
‘Nee.’
‘Dan is dat leugen.’
‘Ik weet.’
Hij keek naar mij.
‘Wat moet ik doen?’
Ik voelde oude moederreflex.
Advies.
Beschermen.
Beslissen.
Ik stopte.
‘Dat is jouw huwelijk.’
‘Mam.’
‘Ik kan zeggen wat ik zie.’
‘Wat?’
‘Je vrouw heeft mij vernederd. Dat moet zij met mij oplossen als zij dat wil.’
Hij knikte.
‘Zij heeft financiële besluiten genomen op basis van geld van een ongeboren kind waar zij geen recht op had. Dat moet jij met haar oplossen.’
Hij werd stil.
‘En jij hebt op babyshower gezwegen om explosie te voorkomen. Dat moet jij met jezelf oplossen.’
Hij lachte bitter.
‘Lekker compleet.’
‘Je vroeg.’