DEEL 6 — SOPHIE KWAM ZONDER CAMERA
Een week later belde Sophie.
‘Mag ik langskomen?’
‘Alleen?’
‘Ja.’
Ik stemde toe.
Zij kwam zonder make-up.
Geen dure tas?
Nog steeds dure tas, maar ze zette hem direct bij deur.
Ze ging aan keukentafel zitten.
De deken lag niet zichtbaar.
‘Het spijt me.’
Ik wachtte.
‘Waarvoor?’
Ze slikte.
‘Dat ik de deken heb weggegooid.’
‘Waarom deed je dat?’
‘Ik wilde grappig zijn.’
‘Nee.’
Ze keek op.
‘Wat?’
‘Dat geloof ik niet.’
Tranen.
‘Ik schaamde me.’
‘Waarvoor?’
‘Dat mensen zouden denken dat mijn baby zelfgemaakte spullen kreeg.’
‘Waarom is dat beschamend?’
‘Ik weet het niet.’
‘Probeer.’
Ze vertelde over jeugd.
Over huis dat van buiten prachtig was maar binnen voortdurend ruzie over schulden.
Over moeder die een tas kocht wanneer huurachterstand opliep, omdat ‘niemand mocht zien dat het slecht ging’.
Over school waar kinderen elkaar op merken beoordeelden.
‘Als je eruitzag alsof je geld had, stelde niemand vragen.’
Dat was verdrietig.
‘Dus nu koop je bewijs.’
Ze knikte.
‘Misschien.’
‘En mijn deken paste niet bij bewijs.’
‘Nee.’
Eerlijk.
‘Waarom ging je daarna naar mijn tas?’
Ze sloot ogen.
‘Omdat ik dacht dat er geld in zat.’
‘Waarom?’
‘Ik hoorde die notaris.’
‘En je dacht dat Henk geld in deken stopte?’
‘Misschien cheque. Iets.’
‘Dus toen deken waardeloos leek, gooide je hem weg. Toen je dacht dat er financieel iets in zat, werd hij interessant.’
Ze huilde.
‘Als je het zo zegt…’
‘Zo gebeurde het.’
Stilte.
‘Ik ben zwanger en bang.’
‘Dat geeft je geen vrijstelling van respect.’
‘Weet ik.’
‘Daan zegt dat er hypotheekproblemen zijn.’
Haar gezicht veranderde.
‘Hij heeft verteld.’
‘Hoofdlijnen.’
‘Ik wilde hem niet belasten.’
Ik moest bijna lachen.
‘Door schulden te verbergen?’
‘Ik dacht dat ik het kon oplossen.’
‘Met geld van je kind.’
Ze legde handen op buik.
‘Voor zijn huis.’
‘Voor jullie huis.’
‘Waar hij zou wonen.’
‘Sophie.’
Ik leunde naar haar.
‘Als jij je zoon zijn spaargeld gebruikt om een keuken van veertigduizend euro te kopen omdat hij daarin later boterham eet, is dat nog steeds jouw keuken.’
Ze keek weg.
‘Dus ik ben hebzuchtig.’
‘Dat woord gebruikte ik niet.’
‘Maar je denkt het.’
‘Ik denk dat jij bang bent en angst vermomt als luxe.’
Ze keek mij snel aan.
Dat kwam binnen.
‘En ik denk dat je mensen pijn kunt doen terwijl reden verdrietig is.’
Stilte.
‘Kan ik de deken terugkrijgen?’
Mijn hart kneep.
‘Waarom?’
‘Voor baby.’
‘Met of zonder geld erin?’
Ze begon opnieuw te huilen.
‘Zonder.’
Ik geloofde haar niet volledig.
Nog niet.
Maar ik wilde ook geen test maken die niemand kon halen.
Ik haalde deken.
De verborgen envelop was eruit.
Ik legde hem voor haar.
Sophie raakte wol aan.
‘Jij hebt dit echt helemaal zelf gemaakt?’
‘Ja.’
‘Hoe lang?’
‘Vier maanden.’
Ze keek naar steken.
‘Ik kan niet eens een knoop aannaaien.’
‘Dat kan ik je leren.’
Ze glimlachte door tranen.
‘Wil je dat?’
Ik dacht.
‘Niet vandaag.’
Grenzen en wreedheid zijn niet hetzelfde.
‘Maar misschien later.’
Ze knikte.
Toen ging ze naar huis.
Met deken.
Zonder notariële akte.
Dat vond ik passend.