DEEL 11 — Brams schulden
De financiële waarheid kwam traag, maar meedogenloos.
Bram had schulden.
Veel meer dan ik wist.
Niet door één slechte investering.
Door jaren van gokken met geld dat niet van hem was, leningen afsluiten om andere leningen te maskeren, creditcards doorschuiven, crypto verliezen, opties najagen en telkens geloven dat de volgende klap alles zou herstellen.
Hij had geld geleend van collega’s.
Van vage online kredietverstrekkers.
Van zijn moeder.
Van een man genaamd Karel Mertens, die volgens de politie vaker opdook rond dubieuze privéleningen.
Marleen had haar appartement gedeeltelijk belast om hem te helpen.
Daarna had ze hem gehaat om zijn afhankelijkheid, maar nog meer gevreesd voor haar eigen verlies.
In een e-mail aan Bram schreef ze:
Als Sanne wegvalt, is alles opgelost. Jij krijgt lucht. Ik krijg mijn geld terug. Lotte blijft bij ons.
Lotte blijft bij ons.
Ik las die zin op Iris’ kantoor.
Daar werd ik kouder van dan van het verzekeringsbedrag.
Ze wilden niet alleen mijn leven.
Ze wilden mijn dochter daarna opvoeden in een huis waar mijn dood een financiële oplossing was.
Iris las verder.
‘Er is ook een concept testament.’
‘Van mij?’
Ze knikte.
‘Niet geldig. Nooit ondertekend. Maar opgesteld.’
Ik keek naar het papier.
Daarin stond dat ik, gezien mijn ‘kwetsbare gezondheid’, wenste dat Bram na mijn overlijden volledige zeggenschap over Lottes opvoeding en vermogen zou krijgen. Marleen zou als tweede verzorger worden genoemd.
Mijn handen begonnen te trillen.
‘Hij kon mijn handtekening namaken?’
‘Hij oefende ermee.’
Iris schoof een tweede vel naar voren.
Rijen met mijn naam.
Sanne de Koning.
Sanne de Koning.
Sanne de Koning.
Soms bijna perfect.
Soms net verkeerd.
Ik dacht aan al die avonden waarop Bram in zijn werkkamer zat.
Ik had gedacht dat hij werkte.
Misschien deed hij dat ook.
Aan mijn verdwijning.
‘Ik wil scheiden,’ zei ik.
Iris knikte.
‘Dat dacht ik.’
‘Niet later. Niet als de strafzaak klaar is. Nu.’
‘Dan starten we nu.’
‘En mijn naam?’
‘Je meisjesnaam?’
‘Ja.’
‘Ook dat regelen we.’
Sanne Meijer.
Mijn eigen naam.
Mijn vaders naam.
De naam die ik had opgegeven omdat Bram zei dat één familienaam praktischer was.
Praktisch.
Wat een gevaarlijk woord was dat geworden.
DEEL 12 — Femke’s schuld
Femke brak op een donderdagavond.
Niet voor mij.
Voor zichzelf.
We zaten in haar keuken. Lotte sliep boven. Buiten regende het tegen het raam. Femke had drie keer thee willen zetten en drie keer besloten dat dat een slecht idee was.
Uiteindelijk zette ze koffie.
‘Ik had het eerder moeten zien,’ zei ze plotseling.
Ik keek op.
‘Wat?’
‘Jij werd ziek. Je belde me. Je zei dat je blauwe plekken had. Je zei dat je moe was. Ik maakte grapjes over stress en schoolmoeders en Bram die energie zoog. Maar ik had moeten zeggen: kom meteen naar het lab.’
‘Femke—’
‘Nee. Laat me dit zeggen.’
Ik zweeg.
Zij keek naar haar handen.
‘Ik ben chemicus. Ik weet wat stoffen doen. Ik weet dat onverklaarbare symptomen niet zomaar uit de lucht komen vallen. Maar omdat het huiselijk was, omdat het thee was, omdat het een schoonmoeder was, dacht ook ik te normaal.’
Te normaal.
Dat was precies hoe misdaad soms overleeft.
Niet omdat niemand signalen ziet.
Maar omdat de vorm te huiselijk is om monsterlijk te lijken.
Een dampende beker.
Een oma.
Een bezorgde echtgenoot.
Een vrouw die moe is.
‘Je hebt mijn leven gered,’ zei ik.
‘Lotte heeft je leven gered.’
‘En jij hebt 112 gebeld.’
Femke veegde woedend een traan weg.
‘Ik was bijna te laat.’
‘Maar je was niet te laat.’
Ze keek naar me.
‘Hoe leef je daarmee? Met bijna?’
Ik dacht aan Lotte.
Aan Els Vos.
Aan Hendrik.
Aan mezelf.
‘Samen,’ zei ik uiteindelijk. ‘Denk ik.’
Daarna huilden we allebei.
Niet mooi.
Niet filmisch.
Gewoon aan een keukentafel, met te sterke koffie en een kind boven dat in haar slaap soms nog riep dat de beker weg moest.
Femke bleef daarna niet hangen in schuld.
Dat was haar kracht.
Ze hielp bij het opzetten van een medisch dossier voor mijn herstel. Ze zocht een therapeut voor Lotte. Ze maakte een schema voor eten, slaap, bloedonderzoeken, juridische afspraken en rust.
‘Je bent geen project,’ zei ze.
‘Je spreadsheet zegt iets anders.’
‘Je bent een geliefd mens met tabbladen.’
Dat werd onze grap.
Een slechte grap.
Maar soms zijn slechte grappen de eerste treden uit een kelder.