MIJN SCHOONMOEDER GOOIDE MIJN VADER UIT ZIJN EIGEN PENTHOUSE

DEEL 7 — De Man Die Zijn Moeder Niet Losliet

Mark kwam vier dagen later terug.

Niet alleen.

Met Rita, twee koffers, zijn advocaat en een verhaal dat zichtbaar gerepeteerd was.

De gebouwbeheerder belde Valerie eerst.

"Mevrouw Van Dijk, uw echtgenoot staat beneden. Hij zegt dat hij bewoner is en toegang eist."

"Laat hem niet door."

"Er is een advocaat bij."

"Mooi. Dan kan die beneden lezen."

Eva was er binnen twintig minuten. Thomas zat in zijn rolstoel bij de ingang van het penthouse, niet omdat hij moest, maar omdat hij volgens eigen zeggen "het terrein wilde zien".

Meneer Groen bracht Mark, Rita en de advocaat uiteindelijk naar een vergaderruimte van de VvE op de begane grond. Niet naar boven.

Dat alleen al maakte Rita woedend.

"Mijn zoon wordt behandeld als een pakketbezorger," zei ze.

Thomas antwoordde via de videoverbinding op Valerie's tablet:

"Pakketbezorgers hebben meestal betere toegangscodes."

Eva tikte met haar pen.

"Kolonel, minder commentaar."

"Ik ben decoratief aanwezig."

"Decoratief zwijgt."

Mark zag er slecht uit. Niet uit berouw. Uit slaapgebrek en gekrenktheid. Zijn advocaat, meester De Graaf, was een man met een glad gezicht en een map vol termen.

Hij begon met:

"Mijn cliënt wenst terug te keren naar de echtelijke woning."

Eva antwoordde:

"Mijn cliënten, de juridische eigenaren, weigeren toegang gezien de gebeurtenissen van afgelopen week."

"De heer Vermeer is echtgenoot van mevrouw Van Dijk."

"Niet van haar vader."

"Maar hij heeft daar zijn hoofdverblijf."

"Dat is betwistbaar na zijn vrijwillig vertrek."

Mark schoot naar voren.

"Vrijwillig? Zij gooide me eruit!"

Valerie keek hem aan.

"Je koos je moeder."

Rita sloeg haar hand op tafel.

"Ik ben zijn moeder. Natuurlijk kiest hij mij niet af."

Eva keek naar haar.

"Mevrouw Vermeer, u bent geen partij in het huwelijk en geen bewoner van het appartement."

"Ik ben mantelzorger."

Thomas lachte.

Kort.

Dodelijk.

Rita draaide zich naar het scherm.

"Wat is er zo grappig?"

"Ik probeer me te herinneren welk onderdeel van uw zorg bestond uit het uitschelden van mijn medicijnpotjes."

Rita's advocaatloze mond werkte sneller dan haar verstand.

"U had helemaal niet in dat appartement moeten zitten!"

Eva keek naar Valerie.

"Noteerbaar."

Thomas zei:

"Dat was inderdaad de kern."

De Graaf probeerde te herstellen.

"Mijn cliënt stelt dat de heer Van Dijk een dominante invloed uitoefent op mevrouw Van Dijk en dat de eigendomsconstructie mogelijk is gebruikt om de heer Vermeer financieel buiten spel te zetten."

Thomas keek naar Valerie.

"Mag ik?"

Eva zuchtte.

"Eén zin."

Thomas keek in de camera.

"De bank zette hem buiten spel omdat hij schulden had; ik heb alleen betaald voor de stoel waaruit hij mij nu wil verwijderen."

"Dat waren twee zinnen," zei Eva.

"De puntkomma was impliciet."

De Graaf kuchte.

"Daarnaast is er sprake van zakelijke schade aan mijn cliënt door het plotselinge karakter van de verwijdering."

"Welke zakelijke schade?" vroeg Eva.

Mark keek naar zijn advocaat.

Die bladerde.

"Reputatieschade, verlies van toegang tot gezamenlijke netwerken en—"

"En het wegvallen van zijn mogelijkheid om projectinformatie door te sturen aan Daphne Koster?" vroeg Eva.

Mark werd bleek.

Rita ook.

De Graaf keek op.

"Pardon?"

Eva schoof een map naar voren.

"Wij hebben forensische vastlegging van e-mails tussen uw cliënt, zijn moeder en een derde partij bij een concurrerend architectenbureau. Daarin wordt gesproken over het laten struikelen van mevrouw Van Dijk's projectdeadline, het gebruiken van informatie uit haar studio en het inschakelen van een journalist."

De Graaf las.

Zijn gezicht verloor de gladheid.

"Ik verzoek om schorsing van dit gesprek."

"Dat mag," zei Eva. "Maar de stukken zijn ook aan de bedrijfsadvocaat en, voor zover relevant, aan de gemeente gemeld."

Mark fluisterde:

"Valerie."

Ze keek hem aan.

"Niet nu."

"Ik wilde je niet echt beschadigen."

"Je schreef dat Daphne meer nodig had dan chaos thuis."

"Ik was boos."

"Je moeder schreef dat ik financieel moest voelen dat ik jou niet zomaar kon wegzetten."

Rita trok haar kin op.

"En dat vind ik nog steeds."

Daar ging alle strategie.

De Graaf sloot langzaam zijn map.

"Mevrouw Vermeer."

"Wat? Het is toch waar? Zij denkt dat ze alles kan bepalen omdat haar vader geld heeft. Mark heeft recht op zekerheid."

Valerie keek naar Rita.

"Op wiens kosten?"

Rita antwoordde direct:

"Op die van jou. Jij bent zijn vrouw."

Die zin maakte iets pijnlijk duidelijk.

Rita had nooit gedacht in termen van huwelijk.

Alleen van overdracht.

Valerie als middel.

Penthouse als buit.

Vader als obstakel.

Werk als drukpunt.

Mark keek naar zijn moeder.

Voor heel even leek hij haar echt te horen.

Niet als lieve, bezorgde moeder.

Als de vrouw die hardop zei wat hij steeds zachter had gedacht.

Toen keek hij weer naar Valerie.

"Ik wilde alleen niet minder zijn."

Valerie voelde bijna medelijden.

Bijna.

"En daarom moest ik kleiner worden?"

Hij zei niets.

Rita stond op.

"Wij gaan. Dit is een hinderlaag."

Eva glimlachte beleefd.

"Nee. Een hinderlaag is wat u in de studio probeerde. Dit is verslaglegging."

Mark bleef nog even zitten.

"Val, kunnen we niet zonder advocaten praten?"

Valerie keek naar zijn handen.

De handen die haar tekentafel hadden verschoven.

De handen die mails hadden gestuurd.

De handen die haar pols net te lang hadden vastgehouden.

"Nee."

Hij slikte.

"Zes jaar."

"Ja," zei ze. "Dat maakt het erger, niet minder."