MIJN SCHOONMOEDER KNIPTE MIJN GALAJURK AAN FLARDEN ZODAT IK HAAR DINER KON SERVEREN

DEEL 4 — TOEN IK THUISKWAM

Ik kwam om 23.41 uur thuis.

De meeste gasten waren weg.

In hal stonden lege wijnflessen.

Een schaal met koude gratin op keukeneiland.

Glazen.

Borden.

Servetten.

Mijn lichaam reageerde automatisch.

Ik wilde opruimen.

Mijn hand ging al naar stapel.

Toen stopte ik.

Ik liep erlangs.

Jeroen zat in woonkamer.

Gerda ook.

Fleur stond bij raam met jas aan.

Zij kwam meteen naar me toe.

‘Gefeliciteerd.’

Ze omhelsde me.

Ik hield haar vast.

‘Dank.’

‘Johanna van Eeden.’

‘Ik weet.’

‘Je hebt niks gezegd.’

‘Ik wist het zelf pas uur ervoor.’

Ze keek naar blauwe lint.

‘Wat is dat?’

‘Restje jurk.’

Haar gezicht werd hard.

Gerda stond op.

‘Nou, je hebt je zin.’

Ik keek.

‘Welke?’

‘Iedereen heeft je gezien.’

‘Dat was bedoeling van uitzending.’

‘Je hoeft niet sarcastisch.’

Ik zette prijs voorzichtig op dressoir.

‘Ik ben moe.’

Jeroen:

‘We moeten praten.’

‘Morgen.’

‘Nee.’

Ik keek naar hem.

‘Ik ben sinds zes uur wakker. Ik heb een nationale prijs ontvangen. Ik ben emotioneel uitgeput. Morgen.’

‘Je hebt mij voor gek gezet.’

Fleur draaide.

‘Pap.’

‘Niet nu, Fleur.’

Ik keek Jeroen aan.

‘Hoe?’

‘Door daar zo te zitten terwijl iedereen hier wist wat er gebeurd was.’

‘Ik heb op podium niets over jurk gezegd.’

‘Je had dat lint om.’

Ik keek naar pols.

‘Niemand weet wat het is.’

‘Mam wel.’

Gerda:

‘En Fleur.’

‘Dus?’

‘Je deed het expres.’

Mijn mond viel open.

‘U heeft mijn jurk in stukken geknipt en uw probleem is dat ik één stukje stof om mijn pols had?’

Gerda:

‘Ik wilde je geen pijn doen.’

‘Wat wilde u?’

‘Dat je je prioriteiten zou herinneren.’

‘Mijn prioriteiten.’

Ik keek naar Jeroen.

‘Wat zijn die volgens jullie?’

Hij antwoordde:

‘Gezin.’

‘En mijn stichting?’

‘Werk.’

‘Mijn prijs?’

‘Werk.’

‘Mijn leven buiten dit huis?’

‘Niemand zegt dat je geen leven mag hebben.’

‘Alleen niet wanneer jullie diner hebben.’

Hij wreef gezicht.

‘Waarom maak je er karikatuur van?’

Daar was zin die mij opeens helder maakte.

Hij zag mijn beschrijving als karikatuur omdat werkelijkheid zo onredelijk klonk.

‘Jeroen, je moeder knipte mijn jurk kapot.’

‘Ik weet.’

‘En jij lachte.’

Stilte.

‘Waarom?’

Hij keek weg.

‘Omdat ik dacht dat ze dramatisch deed.’

‘Wie?’

‘Mam.’

‘En niet ik?’

Hij zweeg.

‘Toen zei je dat ik een echtgenote ben en geen beroemdheid.’

‘Omdat ik moe ben van hele stichting die alles bepaalt.’

Dat was nieuw.

‘Wat bepaalt die?’

‘Wanneer je thuis bent. Wanneer we vakantie kunnen. Wanneer je telefoon gaat. Welke vrouwen midden in avond bellen.’

Ik voelde me aangevallen én raakte toch iets echts.

‘Waarom heb je dit nooit gezegd?’

‘Omdat jij altijd antwoord hebt.’

‘Dat is geen antwoord.’

‘Zie je?’

Hij stond.

‘Alles wordt gesprek. Alles analyse.’

‘En jij bouwde wrok op tot je moeder mijn jurk vernielde en je glimlachte?’

Hij zei niets.

Fleur stond nog steeds.

‘Ik ga,’ zei ze.

Ik keek.

‘Slaap bij mij als je wilt.’

Gerda:

‘Ze woont hier.’

Fleur keek haar aan.

‘Ik vroeg Sanne.’

Ik schudde hoofd.

‘Dank. Ik blijf vannacht.’

Niet omdat huwelijk goed was.

Omdat ik niet in paniek wilde vluchten.

Johanna had gezegd:

geen besluit om iets te bewijzen.

Fleur omhelsde.

Fluisterde:

‘Laat ze je vannacht niet opruimen.’

Ik glimlachte verdrietig.

‘Dat was ik al bijna van plan.’

‘Weet ik.’

Ze ging.

Gerda pakte tas.

‘Ik ga ook maar.’

Bij deur stopte ze.

‘Ik wil wel dat je weet dat ik trots op je ben.’

Ik staarde haar aan.

‘U heeft mijn jurk kapotgeknipt.’

‘Moet je daar nou eeuwig over doorgaan?’

Eén nacht.

Het was nog geen vierentwintig uur.

Ik zei:

‘Goedenacht, Gerda.’

Ze vertrok.

Jeroen en ik bleven.

Hij keek naar vuile keuken.

‘Wie ruimt dit op?’

Ik geloofde werkelijk even dat het grap was.

Dat was het niet.

‘Jij.’

Ik liep naar boven.

Logeerkamer.

Slot.

En voor eerste keer in drieëntwintig jaar liet ik hem alleen achter met gevolg van een familiediner.