DEEL 7 — MIJN SCHOONZOON BELDE MIJ
Ondanks beschermingsafspraken belde Derek mij vanaf onbekend nummer.
Ik nam op.
Fout.
‘Frank.’
‘Derek.’
‘Ben je trots?’
‘Waarop?’
‘Je hebt eindelijk gekregen wat je wilde.’
‘Wat wilde ik?’
‘Sarah bij jou.’
Ik keek naar tuin.
‘Sarah is volwassen.’
‘Doe niet alsof jij niets hebt gedaan.’
‘Ik heb politie gebeld nadat je mij sloeg en zij zei dat ze onveilig was.’
‘Ik wilde jou niet slaan.’
‘Camera.’
Stilte.
‘Je provoceerde me.’
‘Mogelijk.’
Dat verraste hem.
‘Wat?’
‘Ik trok stekker uit. Dat was provocerend.’
‘Precies.’
‘Maar jij sloeg.’
Stilte.
‘Zie je verschil?’
Hij vloekte.
‘Ze gaat terugkomen.’
‘Dat bepaalt zij.’
‘Zodra baby geboren is zal ze zien dat ze mij nodig heeft.’
‘Misschien.’
‘Je denkt dat ik slechte vader ben?’
‘Ik denk dat je nog niet vader bent geworden.’
‘Wat moet dat betekenen?’
‘Een baby is geen bezit dat je wint nadat je genoeg dossier over moeder hebt verzameld.’
Hij werd stil.
‘Zij heeft mijn leven kapotgemaakt.’
‘Nee.’
‘Jullie hebben mijn werk gebeld.’
‘Ik niet.’
Zijn werkgever had blijkbaar gehoord van arrest? There may not be arrest yet. Better protective order and incident. He might have missed work. Let's keep: "politie kwam." But no need.
‘Ik ben onderwerp van politieonderzoek door jullie.’
‘Door je gedrag.’
Hij begon te schreeuwen.
Oude ik wilde hem terugschreeuwen.
Ik legde telefoon op tafel.
Laat hem.
Na dertig seconden zei ik:
‘Derek.’
‘Wat?’
‘Je mag mij niet bellen over Sarah. Neem contact op via advocaten.’
‘Bang voor me?’
‘Nee.’
Dat was waar.
‘Maar grenzen zijn niet alleen voor mensen voor wie je bang bent.’
Ik hing op.
En blokkeerde nummer.
Dat voelde krachtiger dan hem opnieuw tegen muur zetten.