DEEL 9 — LINDA SCHREEF MIJ EEN BRIEF
Twee jaar na aanval kwam brief via haar advocaat.
Contactverbod liep nog deels? Let's say direct contact prohibited, so her counsel asked if I would accept written letter. My attorney? I could have counsel due criminal case. They forwarded with consent. Good.
Haar advocaat vroeg eerst of ik hem wilde ontvangen.
Ik zei ja.
Niet omdat ik vergeving overwoog.
Nieuwsgierigheid.
Linda schreef:
Ava,
ik weet dat “sorry” belachelijk klein klinkt naast wat ik heb gedaan.
Ik heb jarenlang gedacht dat jij mij minachtte.
Ik stopte.
Bram:
‘Verder?’
‘Nog niet.’
Later.
Vanaf eerste dag voelde ik dat David nog steeds een deel van zijn leven met jouw moeder had dat ik nooit kon evenaren. Jij leek op haar. Je manier van kijken, zeggen wat je denkt, zelfs hoe hij naar jou keek.
Ik heb dat als bedreiging behandeld.
Ik voelde misselijkheid.
Niet omdat nieuw.
Omdat eerlijk.
Toen Kyle minder presteerde dan jij, maakte ik jouw prestaties kleiner zodat hij en ik ons niet minder zouden voelen.
Toen jij leger inging en steeds meer erkenning kreeg, vertelde ik mezelf dat het aandachtzoekerij was.
Anders moest ik accepteren dat iemand die ik jarenlang klein had gemaakt werkelijk dingen deed waar ik respect voor voelde.
Daar zat afschuwelijke helderheid.
Op ceremonie zag ik honderden mensen opstaan.
Ik zag generaal jou aanraken, jij hem helpen, iedereen kijken.
Ik dacht niet rationeel.
Maar ik wil ook niet doen alsof ik geen keuze had.
Ik koos de stoel.
Ik hief hem op.
Ik sloeg.
Ik ademde.
Ik koos.
Ik verwacht geen antwoord.
Mijn behandeling heeft mij geleerd dat ik jarenlang mijn jaloezie als jouw arrogantie heb beschreven.
Ik weet niet of ik ooit een mens word dat jij wilt zien.
Dat hoeft ook niet.
Het spijt me dat ik je pijn heb gedaan.
Het spijt me nog meer dat ik jarenlang geprobeerd heb jou te laten geloven dat je die pijn verdiende.
Linda.
Bram zat tegenover.
‘Wat voel je?’
‘Niets.’
Later bleek dat leugen.
Ik voelde veel.
Woede.
Opluchting.
Verdriet.
Geen behoefte contact.
Ik schreef via advocaat één zin terug.
Ik heb uw brief ontvangen. Ik wens u succes met behandeling. Ik wil geen verder contact.
Dat was alles.
Mijn vader vroeg later:
‘Heeft ze geschreven?’
‘Ja.’
‘Wat?’
‘Privé.’
Hij knikte.
Geen aandringen.
Vooruitgang.
Kyle had inmiddels voorzichtig contact met mij.
Niet wekelijks.
Een kaart met verjaardag.
Een foto van hond.
Een keer kwam hij kijken toen ik lokale veteranenfundraiser organiseerde.
Hij zei:
‘Ik heb stoel weggegeven.’
‘Welke?’
‘Thuis. Alle metalen klapstoelen.’
Ik keek.
Hij begon te lachen.
‘Slechte grap?’
‘Vreselijk.’
‘Te vroeg?’
‘Altijd.’
Maar ik lachte ook.
Nieuw beeld naast oude.
Niet eroverheen.