DEEL 8 — De €18 miljoen-garantie was vals, maar de schulden waren echt
Het onafhankelijke onderzoek naar Rhenen Hospitality duurde bijna vier maanden.
Dat was voor Lodewijk onacceptabel.
Voor accountants normaal.
Het bedrijf was niet leeg.
Dat vond ik belangrijk.
Rhenen Hospitality bezat drie boutiquehotels, het landgoed waar het feest had plaatsgevonden, een evenementenlocatie in Utrecht en Maison Aurelia in ontwikkeling.
Er werkten ruim driehonderd mensen.
Geen papieren imperium.
Geen complete façade.
Het probleem was leverage.
Te veel schuld.
Te veel prestige.
Te veel geld gestoken in één project waarvan de kosten waren blijven stijgen omdat niemand vroeg genoeg durfde te stoppen.
Maison Aurelia was begroot op €31 miljoen.
Het zat inmiddels tegen €47 miljoen.
Een bankfaciliteit liep tegen grenzen.
Een private financier wilde slechts meedoen als er nieuw eigen vermogen of een sterke externe garantie kwam.
Daar verscheen Van Zandt in het verhaal.
Niet omdat wij ooit ja hadden gezegd.
Omdat onze naam financierbaar klonk.
De valse support letter was opgesteld op de computer van Willem de Graaf, de adviseur.
Hij beweerde aanvankelijk dat Lodewijk hem had verteld dat Floris "familiale goedkeuring" had.
Lodewijk zei dat Willem zelf te ver was gegaan.
Metadata, e-mails en versies vertelden een genuanceerder verhaal.
Eerste concept:
indicatieve steun, onder voorbehoud van interne goedkeuring.
Nog geen probleem.
Tweede concept, na commentaar van Lodewijk:
Haal ‘onder voorbehoud’ eruit. Dat maakt financiers nerveus. Floris is familie en zal dit na de verloving intern trekken.
Derde versie:
onvoorwaardelijke support.
Floris' gescande handtekening.
Willem vroeg:
Heeft F. dit gezien?
Lodewijk antwoordde:
Isabelle regelt dat. We kunnen niet wachten op alle governance.
Daar.
Geen letterlijke opdracht:
vervals een document.
Wel een duidelijke stap over de grens.
Isabelle had de handtekening geleverd.
Maar er was geen bewijs dat zij de uiteindelijke versie vóór verspreiding had gezien.
Dat verschil bleef.
De investering had nog geen Van Zandt-geld opgeleverd.
Wel hadden andere partijen ongeveer €11,5 miljoen aan voorwaardelijke commitments afgegeven mede op basis van de indruk dat Van Zandt achter de financiering stond.
Die commitments werden ingetrokken of opnieuw beoordeeld.
Geen investeerder verloor daardoor miljoenen.
De closing was nog niet geweest.
Lodewijk zei later:
"Er is dus geen schade."
David antwoordde:
"Dat niemand van een brug is gereden, maakt het verwijderen van de vangrail niet correct."
Zelfs ik vond dat een goede zin.
Daar kwam een tweede financieel probleem bij.
Stichting Erfgoed Van Rhenen.
Een familiestichting die monumentaal vastgoed en culturele activiteiten beheerde.
Niet bedoeld als persoonlijke noodkas.
Over vijf jaar was ongeveer €5,6 miljoen aan transacties door de stichting naar familiegerelateerde entiteiten gegaan.
Niet allemaal fout.
Na onderzoek bleek ongeveer €2,1 miljoen aan aantoonbaar legitieme restauratie, personeel en onderhoudskosten te liggen.
Ongeveer €1,4 miljoen was juridisch discutabel maar mogelijk verdedigbaar als leningen tegen voorwaarden.
Ruim €2,1 miljoen bleef ernstig onvoldoende onderbouwd of strijdig met het doel.
Daarvan was ongeveer €1,3 miljoen indirect naar Maison Aurelia-structuren gegaan.
Beatrix had meerdere bestuursbesluiten ondertekend.
Isabelle was sinds twee jaar secretaris van de stichting.
Zij had twee notulen getekend waarin stond dat een onafhankelijk bestuurslid aanwezig was.
Die man verklaarde later:
"Ik was in Zwitserland."
Isabelle zei dat haar moeder haar had verteld dat hij telefonisch had ingestemd.
Er was geen bewijs van zo'n gesprek.
Dat werd haar eigen juridische probleem.
Niet de tuinslang.
Niet haar karakter.
Twee handtekeningen.
Twee data.
Twee concrete verantwoordelijkheden.
DEEL 9 — Lodewijk bood mij het landgoed aan
Zes maanden na het feest kwam Lodewijk zelf naar mij toe.
Niet op kantoor.
In een neutrale vergaderruimte van een advocatenkantoor.
Zijn eigen advocaat erbij.
De mijne ook.
"Ik wil een regeling bespreken."
"Over welk dossier?"
"De civiele aspecten."
Goed.
Geen familiediner.
Geen emotie.
Lodewijk legde een plan neer.
Hij zou het landgoed in Wassenaar verkopen aan een stichting waarin Van Zandt een participatie kon nemen.
De opbrengst zou Rhenen Hospitality herkapitaliseren.
In ruil wilde hij dat Van Zandt formeel verklaarde dat de eerder verspreide support letter "een onjuist concept" was dat niet bedoeld was om te misleiden.
Mijn advocaat, mr. Sophie de Graaf, reageerde voordat ik iets kon zeggen.
"Dat laatste doen wij niet."
Lodewijk keek naar mij.
"U begrijpt toch wat er op het spel staat?"
"Driehonderd banen."
"Familievermogen."
"Een onderneming van vier generaties."
"Ja."
"En u laat dit allemaal ontsporen om een paar administratieve formuleringen."
Ik keek naar hem.
"Nee."
"Het ontspoorde toen u een indicatieve interesse veranderde in onvoorwaardelijke steun die nooit was goedgekeurd."
"Uw dochter heeft mijn moeder behandeld als afval," zei Floris later ooit.
Ik zei het niet.
Dat hoorde hier niet.
Lodewijk leunde naar voren.
"U geniet hiervan."
"Waarvan?"
"Mij hier zien zitten."
Ik dacht lang na.
"Een deel van mij wel."
Mijn advocaat keek op.
Lodewijk ook.
"Dat verrast u?"
"Ja."
"U heeft mij en een onbekende vrouw op uw terrein behandeld als mensen zonder waarde."
"U heeft mijn zoon gebruikt als financieringssymbool."
"Het zou menselijker zijn als ik niets voelde."
Ik vouwde mijn handen.
"Maar dat deel van mij krijgt geen stem in de zakelijke beoordeling."
Lodewijk zweeg.
"Het landgoed kan verkocht worden."
"Uw bedrijf kan herstructureren."
"Een onafhankelijke koper kan hotels overnemen."
"Uw familie hoeft niet alles te behouden."
Zijn gezicht werd rood.
"U begrijpt niet wat erfgoed betekent."
"Jawel."
"Erfgoed is wat je doorgeeft."
"Niet wat je koste wat kost vasthoudt terwijl anderen de rekening betalen."
Hij stond bijna op.
Zijn advocaat legde een hand op zijn arm.
Lodewijk ging weer zitten.
"Als het landgoed verkocht wordt, verliest mijn vrouw haar huis."
"Dat is verdrietig."
"Dat is alles?"
"Wat wilt u horen?"
"Dat uw verlies zwaarder is omdat er oude portretten aan de muur hangen?"
Hij keek mij aan alsof ik hem had geslagen.
Misschien was dat gemeen.
Waarschijnlijk.
Ook ik was niet immuun voor wraakzucht.
Na de vergadering zei Sophie tegen mij:
"Dat laatste was onnodig."
"Ik weet het."
"Waarom zei je het?"
"Omdat ik nog steeds boos ben."
"Goed dat jij niet de officier van justitie bent."
"Verkeerd verhaal."
Ze keek me vreemd aan.
"Laat maar."
Te veel familiedrama's in mijn hoofd.
Ik zuchtte.
"Ik stuur hem geen excuses."
"Dat hoeft niet."
"Maar?"
"Je kunt jezelf eraan herinneren dat gelijk hebben niet ieder scherp woord nodig maakt."
Daar werkte ik aan.
Langzaam.