Lewis las verder. ‘Het geld mocht alleen aan Chloe worden uitgekeerd wanneer zij vijfentwintig jaar oud was, of eerder wanneer haar voogd daar toestemming voor gaf.’ Ik fronste. ‘Mijn voogd?’ Lewis keek naar een andere pagina. ‘Richard Henderson.’ Ik verstijfde. ‘Dus mijn vader was gemachtigd?’ ‘Niet om het geld voor zichzelf te gebruiken,’ zei de manager onmiddellijk. ‘Hij mocht uitsluitend toestemming geven voor uitgaven die aantoonbaar in uw belang waren.’ Ik dacht aan mijn studiefonds. Aan het geld dat hij jarenlang had beweerd nodig te hebben. ‘Hij heeft geld van me gestolen.’ Niemand sprak. Ik voelde plotseling hoe alles op zijn plaats viel. Mijn vader had altijd gezegd dat mijn oma overdreef. Dat ze oud was. Dat ze zich dingen verkeerd herinnerde. Dat ik dankbaar moest zijn dat hij voor mij zorgde. Hij had mijn studie betaald met geld dat eigenlijk van mij was. En toen hij ontdekte dat er nog veel meer bestond, had hij geprobeerd het volledig in handen te krijgen. ‘Wanneer heeft hij geprobeerd de rekening leeg te halen?’ vroeg ik. De manager keek naar de datum. ‘Drie weken geleden.’ Mijn bloed werd koud. ‘Dat was voordat oma stierf.’ Lewis keek me aan. ‘Precies.’ Er viel een lange stilte. Toen begreep ik het. Oma had geweten dat Richard bezig was. Ze wist dat ze niet veel tijd meer had. Daarom had ze mij gewaarschuwd. Daarom had ze me naar de bank gestuurd. ‘Ze wist dat hij het zou proberen,’ fluisterde ik. ‘Waarschijnlijk,’ zei Lewis. Op dat moment ging de telefoon van de bank. De manager nam op. Zijn gezicht veranderde. ‘Ja.’ Hij luisterde. ‘Wanneer?’ Hij keek naar mij. ‘Nu?’ Zijn stem werd harder. ‘Nee. Laat hem niet binnen.’ Hij hing op. ‘Uw vader staat buiten.’ Mijn hart sloeg een slag over. Ik keek naar de glazen deuren. Aan de andere kant stond Richard. Mijn vader. Hij had geen bloemen. Geen rouwkleding. Geen verdriet op zijn gezicht. Hij had alleen diezelfde zelfverzekerde blik als gisteren bij het graf. Hij wees naar mij. Daarna kwam hij naar binnen. ‘Chloe.’ Niemand antwoordde. Hij keek naar de rechercheurs. Toen naar het spaarboekje. ‘Je had dat niet mogen meenemen.’ Ik stond langzaam op. ‘Jij had het niet mogen proberen te stelen.’ Zijn gezicht verstarde. ‘Je begrijpt niet waar je over praat.’ ‘Nee, pap.’ Ik keek hem recht aan. ‘Voor het eerst begrijp ik het juist heel goed.’ Hij zette een stap naar voren. Rechercheur Lewis kwam tussen ons in staan. ‘Meneer Henderson, u blijft waar u bent.’ Hij keek haar boos aan. ‘Dit is een familiezaak.’ ‘Niet meer.’ Richard keek naar mij. Voor het eerst zag ik geen zelfverzekerde vader. Ik zag een bange man. En toen besefte ik dat mijn oma dit moment misschien al had voorzien. Ze had niet alleen geld achtergelaten. Ze had een manier achtergelaten om de waarheid boven tafel te krijgen. Richard keek naar het boekje. ‘Je hebt geen idee wat je hebt geopend.’ Ik keek naar hem. ‘Dan zal ik het ontdekken.’ En achter me sloot de bankmanager de kluisdeur. Alsof daarmee ook de laatste mogelijkheid verdween dat mijn vader zijn geheim nog kon begraven.
Mijn Vader Gooide Oma’s Spaarboekje In Haar Graf