DEEL 5 — VALERIE KWAM MET EEN JURK VAN ACHTHONDERD EURO NAAR LOTTE
Een week later stond Valerie voor mijn deur.
In haar handen een doos van een luxe kinderkledingmerk.
Ik had geen idee hoe ze binnen een week van ‘zwervertje’ naar persoonlijke stylist was gegaan.
Eigenlijk wist ik dat natuurlijk precies.
‘Wat wil je?’
‘Praten.’
‘Over?’
‘Alles.’
‘Lotte is thuis.’
‘Juist.’
Daarom was ze gekomen.
‘Nee.’
Ze trok gezicht.
‘Ik ben haar tante.’
‘Vorige week was ze ons zwervertje.’
‘Daan, ik heb mijn excuses aangeboden.’
‘Aan wie?’
‘Aan jou.’
‘Ik ben niet degene die je vernederde.’
Ze werd rood.
‘Mag ik dan met haar praten?’
Ik riep Lotte niet.
Ik ging naar haar toe.
Legde uit dat tante Valerie voor deur stond en sorry wilde zeggen.
‘Moet ik?’
‘Nee.’
‘Wil jij dat?’
Goede vraag.
‘Het gaat niet om wat ik wil.’
Ze dacht.
‘Dan niet vandaag.’
Ik ging terug.
‘Ze wil niet.’
Valerie staarde.
‘Jij laat een zesjarige dit beslissen?’
‘Of ze iemand wil zien die haar uitlachte? Ja.’
‘Je zet haar tegen me op.’
‘Nee.’
Ze duwde doos naar me.
‘Geef dit tenminste.’
Ik keek naar merk.
‘Wat kost dit?’
‘Dat doet er niet toe.’
‘Dan neem ik het niet aan.’
‘Waarom?’
‘Omdat je vorige week haar jurk gebruikte om haar minderwaardig te maken. Ik ga nu niet helpen een boodschap te sturen dat een dure jurk dat oplost.’
Valerie werd wit.
‘Het is een cadeau.’
‘Dan bewaar hem totdat je haar kunt geven zonder prijs als excuus.’
‘Je bent onmogelijk.’
‘Dat ben ik altijd geweest. Vraag pap.’
Ze gooide bijna doos terug in auto.
Toen bleef ze staan.
‘Ik was jaloers.’
Dat verwachtte ik niet.
‘Op een kind?’
‘Op jou.’
‘Waarom?’
‘Omdat oma altijd anders naar jou keek.’
‘Ze gaf jou baan in bedrijf.’
‘Omdat ik ervoor werkte.’
‘Dat is meestal hoe banen functioneren.’
‘Daan.’
Ze haalde diep adem.
‘Jij liep weg. Toch bleef ze jouw keuzes respecteren. Ik deed alles wat familie verwachtte en het was nooit genoeg.’
Daar zat iets echts.
‘Dus je lachte mijn dochter uit.’
Ze keek weg.
‘Ik wilde jou raken.’
‘Gefeliciteerd.’
Tranen.
‘Het spijt me.’
‘Geloof ik.’
Ze keek op.
‘Echt?’
‘Ja.’
‘Dan—’
‘Dat betekent niet dat je direct weer toegang krijgt.’
Ze werd stil.
‘Excuses zijn begin. Geen toegangsbewijs.’
Dat vond ze moeilijk.
Maar dit keer vertrok ze zonder schelden.
De doos nam ze mee.
Goed.