Datacentra zijn nu al goed voor zo’n 5 procent van het totale Nederlandse stroomverbruik. Netbeheerders voorzien dat dit aandeel de komende jaren verder oploopt.
Watergebruik schiet eveneens omhoog
Naast stroom vragen moderne datacentra ook veel water om servers te koelen.
Afhankelijk van de gekozen techniek kan één grote hyperscale jaarlijks tussen de 100 miljoen en 1 miljard liter water gebruiken.
Als alle zeven geplande centra volledig draaien, kan dat gezamenlijk oplopen tot meerdere miljarden liters per jaar.
Dat is vergelijkbaar met het jaarlijkse drinkwaterverbruik van tienduizenden Nederlandse huishoudens.
Vergunningen grotendeels al rond
Dit onderwerp speelt al jaren.
In 2022 besloot het kabinet dat nieuwe hyperscales alleen nog op een paar aangewezen plekken mochten komen, met extra beperkingen op omvang.
Maar voor diverse projecten waren de toestemmingen toen al verstrekt. Daardoor vallen onder meer de plannen in Amsterdam en Lelystad buiten de nieuwe kaders.
Nog meer plannen in de pijplijn
Naast de zeven projecten die zo goed als zeker doorgaan, liggen er ook ideeën voor nog meer hyperscales op de plank.
Of die uiteindelijk gebouwd worden, hangt af van politieke keuzes die nog genomen moeten worden.
Voorstanders wijzen op investeringen, banen en de groeiende vraag naar digitale diensten. Tegenstanders maken zich zorgen dat Nederland steeds meer ruimte, stroom en water vrijmaakt voor buitenlandse techbedrijven, terwijl je als huishouden of ondernemer juist last hebt van netcongestie en hogere kosten.
De vraag welke plek megadatacentra in Nederland moeten krijgen, zal dus nog wel even blijven spelen.