DEEL 2
‘Drie maanden geleden ben ik ontslagen.’
De woorden van Daniel vielen als een steen in het midden van de eettafel.
Linda knipperde ongelovig.
‘Wat zeg je?’
‘Je hebt me gehoord, mam. Ik ben mijn baan kwijtgeraakt. Drie maanden geleden al.’
‘Dat is onmogelijk. Vorige week vertelde je nog dat je een belangrijke vergadering had!’
‘Dat was een sollicitatiegesprek.’
Het werd zo stil dat ik het zachte tikken van de wandklok kon horen.
Daniel bleef staan, met zijn handen op de rugleuning van zijn stoel.
‘Het bedrijf heeft gereorganiseerd. Mijn afdeling werd opgeheven. Ik kreeg een ontslagbrief en een kleine vergoeding. Sindsdien probeer ik nieuw werk te vinden.’
Zijn moeder keek van hem naar mij.
‘Maar waarom heeft niemand mij iets verteld?’
Daniel lachte bitter.
‘Omdat ik me schaamde. Omdat ik dacht dat ik als echtgenoot gefaald had. En omdat ik mijn vrouw heb gesmeekt er met niemand over te praten.’
Mijn hart kneep samen.
Ik herinnerde me die avond nog alsof het gisteren was.
Daniel was thuisgekomen met een kartonnen doos vol persoonlijke spullen. Hij had die op de keukentafel gezet en was vervolgens in elkaar gezakt.
Ik had hem nog nooit zo zien huilen.
Die avond had ik hem beloofd dat we samen een oplossing zouden vinden.
En dat had ik geprobeerd.
Ik nam extra diensten aan. Ik zegde abonnementen op. Ik stelde aankopen uit die ik dringend nodig had. We maakten iedere week een boodschappenlijst en rekenden zorgvuldig uit hoeveel we konden besteden.
Soms stond ik een kwartier in de supermarkt om te beslissen welk product goedkoper was.
Niet omdat ik niet wist wat ik wilde koken.
Maar omdat ik precies wist hoeveel geld er nog op onze rekening stond.
‘De afgelopen drie maanden,’ vervolgde Daniel, ‘heeft mijn vrouw vrijwel alle rekeningen betaald. De huur, de verzekeringen, de boodschappen. Alles.’
Linda keek naar mijn handen.
‘Maar Daniel heeft toch spaargeld?’
‘Dat is bijna op, mam.’
Hij haalde diep adem.
‘En vorige maand konden we de woonlasten niet volledig betalen.’
Mijn schoonzus boog zich naar voren.
‘Wat hebben jullie toen gedaan?’
Daniel keek me aan.
Ik wist wat hij ging zeggen.
En ik wilde het niet opnieuw beleven.
‘Ze heeft haar sieraden verkocht.’
Mijn schoonmoeder trok haar wenkbrauwen op.
‘Welke sieraden?’
‘De gouden armband die ze van haar grootmoeder had gekregen. En de ketting die ik haar op onze eerste trouwdag cadeau deed.’
Ik keek naar mijn lege pols.
Die armband had ik sinds mijn achttiende gedragen.
Ik had gehuild toen de juwelier hem woog en me vertelde hoeveel hij ervoor wilde geven.
Maar ik had het geld aangenomen.
Omdat ons huis belangrijker was dan goud.
Daniel draaide zich naar zijn moeder.
‘En jij durft haar te vernederen omdat een stoofschotel niet naar jouw smaak is?’
Linda opende haar mond, maar hij stak zijn hand op.
‘Nee. Ik ben nog niet klaar.’
Hij pakte zijn telefoon opnieuw.
‘Er is nog iets wat je moet weten. Iets waarvan mijn vrouw niet eens weet dat ik het ontdekt heb.’
Mijn maag trok samen.
Want toen ik zag welke banktransactie hij opende, begreep ik onmiddellijk wat hij bedoelde.