Bijna geen scheepvaart: dat valt handelaren direct op
Wat deze situatie extra opvallend maakt, is het tempo waarin het scheepvaartverkeer terugviel. Volgens scheepsdata passeerden zaterdag nog maar vijf vrachtschepen de route. Zondag werd zelfs geen reguliere doorvaart geregistreerd.
Een weekend eerder ging het nog om 31 schepen. Die daling volgt op aanvallen op olietankers en zorgen over veiligheid. En op financiële markten geldt: onzekerheid is soms al genoeg om prijzen aan te jagen.
Waarom de pompprijs niet meteen meebeweegt
Toch betekent een duurdere vatprijs niet dat de literprijs vandaag al omhoog moet. Tussen ruwe olie en jouw tankbeurt zitten nogal wat stappen: raffinage, transport, opslag, handelsmarges, en natuurlijk accijnzen en btw.
Daarbij kopen raffinaderijen en leveranciers hun voorraden niet allemaal op hetzelfde moment in. Daardoor zie je veranderingen op de oliemarkt vaak pas na een paar dagen terug in groothandelsprijzen en daarna in adviesprijzen.
De dollarkoers kan de pijn verzachten of juist vergroten
Olie wordt wereldwijd in dollars afgerekend. Voor Europese landen speelt de euro/dollar-koers dus mee. Als de euro sterk is, dempt dat een stijging van de olieprijs een beetje, omdat je met euro’s relatief goedkoper dollars inkoopt.
Maar als de euro juist verzwakt, kan dezelfde olieprijsstijging extra hard aankomen in Europa. Daardoor kan het aan de pomp sneller duurder worden, zelfs als de olieprijs “maar” een beetje stijgt.
Wat dit concreet kan betekenen voor benzine en diesel
Het lastige is: je kunt niet één-op-één zeggen hoeveel cent per liter erbij komt door een stijging naar 89,40 dollar. Daarvoor is vooral belangrijk of Brentolie langere tijd rond dit niveau blijft, richting 100 dollar gaat, of juist snel terugvalt.
Wat wel duidelijk wordt: de kans op een snelle daling van brandstofprijzen is kleiner geworden. Zolang de route rond Hormuz onzeker blijft, blijven brandstofmarkten gevoelig voor nieuwe pieken.
Brandstof was al duurder en dat zie je terug in inflatie
Hogere energieprijzen raken meer dan alleen automobilisten. Het CBS meldde dat energie, inclusief motorbrandstoffen, in juli 2026 gemiddeld 9,7 procent duurder was dan een jaar eerder. In juni was dat nog 6 procent.
Die stijging hielp mee om de Nederlandse inflatie in juli op te duwen naar 3,1 procent, volgens de snelle raming. Brandstofprijzen zijn daarmee niet alleen een “pomp-probleem”, maar ook een inflatie-aanjager.