Op een Mac werken de F1- tot en met F12-toetsen anders dan op veel Windows-laptops. Ze hebben standaard vaak al secundaire functies. Zo kunnen F1 en F2 direct de schermhelderheid aanpassen, zonder dat je eerst Fn hoeft in te drukken.
De Fn-toets blijft op een Mac wel nuttig. Je kunt hem gebruiken om sneltoetsen aan te passen. Ga daarvoor naar Systeemvoorkeuren, kies Toetsenbord en open daarna Sneltoetsen. Daar kun je eigen commando’s toevoegen, bijvoorbeeld om sneller een programma zoals Safari of Finder te openen.
De Fn-toets kan ook handig zijn wanneer je laptop geen apart numeriek toetsenbord heeft. Op sommige modellen veranderen bepaalde lettertoetsen, zoals J, K en L, met Fn tijdelijk in cijfers. Dat maakt het invoeren van gegevens, codes of cijfers gemakkelijker.
Wil je die numerieke functie langer gebruiken, dan kun je hem op bepaalde toetsenborden vergrendelen met Fn + Fn Lock. Zo hoef je Fn niet steeds opnieuw ingedrukt te houden.
Ook bij compacte toetsenborden zonder aparte pijltjestoetsen kan Fn helpen. Met de Fn-toets kun je navigatiefuncties aan andere toetsen koppelen. Door Fn te vergrendelen, kun je soms zelfs eenvoudiger door tekst of vensters bewegen met toetsen die tijdelijk als pijltjes werken.
In dagelijks gebruik bespaart de Fn-toets vooral tijd. Je kunt sneller het volume aanpassen, de vliegtuigmodus inschakelen, je scherm vergrendelen of media bedienen zonder door instellingen te klikken.
Neem daarom even de tijd om de symbolen op je toetsenbord te bekijken. De Fn-toets lijkt misschien onopvallend, maar hij kan je laptop veel praktischer maken.