DEEL 2 — Ik werd niet teruggestuurd naar oorlog
Het eerste wat ik op de beveiligde defensielocatie zei, was:
"Ik ga niet het veld in."
Noor trok haar jas uit.
"Niemand heeft dat gevraagd."
"Mijn buitengewoon verlof is beëindigd."
"Administratief."
"Dat is iets anders."
"Waarom?"
"Omdat bescherming en toegang tot jouw geclassificeerde dossier juridisch eenvoudiger zijn wanneer je weer onder actief commando valt."
Ik keek haar strak aan.
"Ik ben vijf maanden zwanger."
"Dat is ons opgevallen."
Voor het eerst die ochtend glimlachte ik.
Heel even.
De ruimte waarin we zaten had geen ramen.
Twee stoelen.
Een tafel.
Een kan water.
Op de muur hing een analoge klok.
Geen ondergrondse bunker.
Geen raketten.
Een beveiligde vergaderruimte op een defensieterrein in de Randstad.
Tien minuten eerder had een militair arts mijn bloeddruk gemeten en naar de hartslag van de baby geluisterd.
Alles stabiel.
Mijn extractie had niets te maken met mij terug naar het Midden-Oosten sturen.
Ik was een zwangere officier.
Geen actiester.
Wat Defensie van mij wilde was veel eenvoudiger en veel zwaarder:
mij in leven houden;
mij laten verklaren wat Floris thuis had verteld of níét had verteld;
en vaststellen of iemand via mijn gezin toegang had gekregen tot informatie over zijn laatste missie.
Kolonel Jeroen Van Dam, mijn huidige commandant, kwam binnen.
Hij had op de staatsbegrafenis op nog geen tien meter afstand van mijn ouders gestaan.
Lodewijk had hem aangezien voor "een protocolman van Defensie".
Jeroen ging zitten.
"Hoe gaat het?"
"Mijn familie wilde me vannacht in een onverwarmde garage laten slapen."
Hij knipperde.
"Dat was niet de vraag waarop ik voorbereid was."
"Ik ook niet."
"Medisch?"
"Goed."
"Kind?"
"Goed."
"Mooi."
Hij opende een dossier.
"Helena, vanaf nu scheiden we drie dingen."
Ik keek hem aan.
Hij hield drie vingers op.
"Jouw veiligheid."
"De nalatenschap en je familie."
"Het onderzoek naar Floris."
"Defensie bemoeit zich niet met je erfenis."
"Je advocaat en eventuele civiele autoriteiten doen dat."
"Wij gaan je familie niet intimideren."
"Geen voertuig voor hun deur zetten omdat je vader een klootzak is."
"Begrepen?"
Ik knikte.
Dat was waarom ik Jeroen vertrouwde.
Macht zonder begrenzing is alleen een andere vorm van angst.
"En het onderzoek?"
Hij schoof een foto naar mij.
Een man van midden veertig.
Dun gezicht.
Donker haar.
Ik kende hem niet.
"Nadir Kassim."
"Brits-Libanees staatsburger. Consultant in logistieke risicomodellen."
"Particulier?"
"Ja."
"Met slechte klanten."
"Dat is voorzichtig geformuleerd."
Jeroen schoof een tweede blad.
Bedrijfsstructuur.
Northbridge Meridian Fund III.
Daaronder meerdere deelnemingen.
Eén naam was rood omlijnd:
Asterion Strategic Freight B.V.
Rodericks investeringsmaatschappij bezat via een fonds ongeveer achtentwintig procent.
"Wat doet Asterion?"
"Logistiek."
"Contracten voor energiebedrijven."
"Maritieme planning."
"Ook defensie?"
"Niet rechtstreeks."
"Maar onderaannemers?"
Jeroen knikte.
"Onder meer."
Mijn maag trok.
"Floris onderzocht hen."
"Niet het bedrijf op zichzelf."
"Hij onderzocht een datalek in een regionale logistieke keten."
"Operationele bewegingen werden te goed voorspeld."
"Niet exacte missieplannen."
"Patronen."
"Brandstofleveringen."
"Chartercapaciteit."
"Routes van civiele ondersteuning."
"Voldoende om militaire activiteit af te leiden."
Ik voelde mijn vingers koud worden.
Floris was op zijn laatste missie omgekomen toen een kleine verkenningseenheid in een hinderlaag terechtkwam.
De officiële mededeling aan mij was beperkt geweest.
Vijandelijk geweld tijdens een geclassificeerde operatie.
Geen details.
Ik had geleerd vragen niet te stellen waarop de staat mij niet mocht antwoorden.
Jeroen vervolgde:
"Wij hebben geen bewijs dat Roderick wist waar Floris was."
"Geen bewijs dat hij iemand opdracht gaf informatie aan een vijand te geven."
"Geen bewijs dat hij verantwoordelijk is voor Floris' dood."
Ik knikte langzaam.
"Maar?"
"Zijn fonds financierde Asterion."
"Asterion kocht zogenaamde route-intelligence bij Kassim."
"Kassim verkreeg een deel van die informatie via tussenpersonen die gestolen datasets verzamelden."
"Roderick kreeg waarschuwingen over de herkomst."
"Wat deed hij?"
Jeroen legde een geprinte e-mail neer.
Compliance: Herkomst van de dataset kan niet volledig worden geverifieerd. Mogelijk afgeleid van vertrouwelijke operatorgegevens. Advies: niet aankopen voordat bronketen is opgehelderd.
R. Bentinck: We kopen analyse, geen gestolen documenten. Ik wil geen theoretische blokkade op informatie die onze portefeuille beschermt. Geen verdere vertraging.
Mijn keel werd droog.
"Dat is geen bewijs dat hij staatsgeheimen wilde."
"Nee."
"Maar hij koos ervoor niet te willen weten."
"Dat is één van de vragen."
Ik keek naar de foto van Kassim.
"Mijn adres?"
Jeroen schoof een ander blad.
Een onderschepte communicatie.
Niet de inhoud volledig.
Alleen een vertaalde extractie die ik mocht zien.
Bron NL bevestigt begrafenis 24/12. Weduwe verblijft vermoedelijk nog Aerdenhout-adres. Bentinck-netwerk blijft bruikbaar voor locatieverificatie.
Ik las hem twee keer.
"Bentinck-netwerk."
"Dat kan veel betekenen."
"Precies."
"Niet automatisch Roderick persoonlijk."
"Wie heeft mijn adres gedeeld?"
"Dat weten we nog niet."
"Mijn familie kent het."
"Het staat in openbare registers."
"Je huwelijk is niet geheim."
"Maar je operationele rol wel."
Ik keek op.
"Denken ze dat iemand weet wie ik ben?"
Jeroen antwoordde:
"Wij weten dat iemand wist dat de weduwe van Floris relevant genoeg was om haar locatie te verifiëren."
"Daarom ben je hier."
Mijn hand ging naar mijn buik.
"En de baby?"
"Noemt niemand."
"Voor zover we weten niet relevant voor de dreiging."
Ik ademde uit.
"Mijn familie mag dit niet weten."
"Dat beslis jij niet volledig."
"Als politie of veiligheidsdiensten hen moeten spreken, gebeurt dat."
"Maar niemand vertelt hun geclassificeerde details zonder noodzaak."
Ik keek naar de tafel.
"Roderick stond vanochtend in mijn huis."
"Ja."
"Met toegang tot Floris' spullen."
"Dat brengt ons bij de volgende vraag."
Jeroen leunde iets naar voren.
"Heeft iemand na Floris' dood zijn werkkamer betreden?"
"Ik dacht van niet."
"Dacht?"
"Ik had hem afgesloten."
"Wie kende de code?"
"Ik."
"Floris."
"Een noodcode bij mijn moeder voor als ik tijdens uitzending weg was."
"Was die code ingetrokken?"
Ik sloot mijn ogen.
Nee.
Na de doodmelding had Beatrix eten gebracht.
Wassen gedaan.
Mijn post gestapeld.
Ik had niets veranderd.
"Nee."
Jeroen zei niets.
Het was erger dan verwijt.
"Helena."
"Ja."
"Rouw maakt geen slechte officier van je."
"Maar het maakt je wel mens."
Ik keek hem aan.
"Dat is een vervelende eigenschap."
"Defensie heeft erger."
Hij sloot het dossier.
"Ga rusten."
"Ik wil naar huis."
"Niet vandaag."
"Mijn familie zit daar."
"Niet lang."
"Wat bedoel je?"
Hij keek naar de deur.
"Je civiele advocaat heeft zich gemeld."
"Blijkbaar heeft jouw schoonfamilie een heel andere kerst gepland dan alleen een kamerwissel."