“Ik voel me opgesloten,” zegt Jan van Dijk terwijl hij uit het raam staart. Zijn vrouw is drie jaar geleden overleden. Zijn kinderen wonen in het buitenland. De bus is zijn enige verbinding met de buitenwereld. “Elke dinsdag ga ik naar de bridgeclub. Woensdag naar de fysiotherapie. Vrijdag naar de markt. Als die bussen wegvallen, hoe moet ik dan nog naar buiten?”
Naast hem knikt Els van der Linden instemmend. Ze houdt haar handtas stevig vast. “Ik ben niet meer zo mobiel. De fiets kan ik niet meer aan. Een taxi? Dat kan ik me niet permitteren. Voor ons is het openbaar vervoer geen luxe, het is noodzaak.”
De cijfers liegen niet
Uit een recent onderzoek van de ANBO (Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen) blijkt dat meer dan 63% van de 75-plussers minstens drie keer per week afhankelijk is van het ov. Bij mensen boven de 80 loopt dat op tot bijna 80%. Voor hen is de bus of tram vaak het enige middel om sociale contacten te onderhouden, naar de huisarts te gaan of gewoon even een frisse neus te halen.
Toch kiest de overheid voor forse bezuinigingen. “We moeten keuzes maken,” zei een woordvoerder van het ministerie. “Het ov moet rendabeler worden.” Maar voor senioren voelt dat als: “Jullie zijn niet rendabel genoeg.”
De opstand begint
In verschillende steden zijn senioren begonnen met petitie-acties. In Utrecht, Rotterdam en Groningen liggen al meer dan 14.000 handtekeningen. Op Facebook-groepen zoals “Ouderen voor Goed Openbaar Vervoer” stromen de verhalen binnen:
- Een 82-jarige vrouw uit Drenthe die haar kleinkinderen niet meer kan bezoeken omdat de avondbus is geschrapt.
- Een man uit Limburg die zijn wekelijkse bezoek aan het graf van zijn vrouw niet meer kan regelen.
- Een echtpaar uit Amsterdam dat samen naar de Albert Cuypmarkt ging en nu thuis zit.
Jan en Els hebben zich ook aangesloten. Vorige week hebben ze samen met dertig andere senioren een demonstratie gehouden bij het provinciehuis. Met spandoeken waarop stond: “Wij zijn er nog!” en “Mobiliteit is geen luxe”.
Een persoonlijke realiteit
Voor Jan is de situatie extra pijnlijk. Na de dood van zijn vrouw heeft hij een lichte depressie ontwikkeld. De huisarts raadde hem aan om vooral naar buiten te blijven gaan en sociale contacten te onderhouden. “De bus was mijn therapie,” zegt hij met een wrange glimlach. “Nu nemen ze mijn therapie af.”
Els vertelt hoe ze vroeger met haar man door heel Nederland reisden met de trein. “Nu durf ik alleen nog maar met de bus. En straks misschien helemaal niet meer.”
Wat nu?
De bonden voor ouderen roepen op tot een noodplan: behoud van basislijnen voor senioren, goedkopere taxi-regelingen voor 65-plussers en meer aandacht voor “mobiliteitsarmoede”. Maar voorlopig blijft het stil vanuit Den Haag.
Intussen zitten Jan en Els nog steeds in bus 42. Ze houden elkaars hand vast als de bus een bocht neemt. Ze lachen naar elkaar, maar de onzekerheid is zichtbaar in hun ogen.
“Wij zijn niet aan het einde van ons leven,” zegt Jan terwijl de bus stopt bij de volgende halte. “We willen gewoon blijven meedoen. Is dat te veel gevraagd?”