Waarom de thermostaat van jouw koelkast niet werkt zoals je verwacht

In de winter is het omgekeerd. Staat je koelkast in een koele bijkeuken of garage, dan denkt de thermostaat dat het binnen al koud genoeg is en slaat de compressor nauwelijks aan. Dan moet je juist een hogere stand kiezen, zodat de koeling alsnog goed op gang komt.

De vuistregel die online vaak rondgaat: in de zomer rond stand 2, in het najaar 2 tot 4 afhankelijk van hoe koud je huis is, en in de winter richting stand 5. Zie het meer als een richtlijn dan een wet, want elke koelkast en elke keuken is anders.

Wat een verkeerde stand je kost

Een te hoge stand betekent dat de compressor continu doordraait. Dat verbruikt meer stroom, slijt het apparaat sneller en kan leiden tot extreme ijsvorming in de vriezer. Die ijslaag isoleert vervolgens je vriezer, waardoor hij nog harder moet werken. Een vicieuze cirkel.

Een te lage stand is ook niet handig. Dan komt de koelkast niet voldoende op temperatuur, wat slecht is voor de houdbaarheid van vlees, vis en zuivel. Het Voedingscentrum adviseert al jaren een binnenkast-temperatuur rond de 4 graden Celsius. Een goedkope koelkastthermometer kan helpen om te checken of jouw stand klopt.

Vocht, ijs en geuren

Naast energie speelt vochthuishouding een rol. Staat je koelkast veel te koud, dan kan vocht condenseren tegen de wanden. Resultaat: druppels achterin, soms een plasje onderin en op de duur muffe geuren.