Zelfscancontroles zijn niet altijd willekeurig
Veel mensen gaan ervan uit dat controles bij de zelfscan volledig willekeurig plaatsvinden. Er verschijnt een melding op het scherm en een medewerker controleert een deel van de boodschappen. Pech gehad, denken de meeste klanten.
In werkelijkheid ligt dat vaak een stuk ingewikkelder.
Supermarkten proberen winkeldiefstal zoveel mogelijk te beperken. Omdat er bij zelfscankassa’s minder direct toezicht is, maken veel winkels gebruik van geavanceerde systemen die risico’s inschatten. Daarbij wordt gekeken naar allerlei factoren die samen bepalen of een controle nodig is.
Denk bijvoorbeeld aan het aantal producten dat wordt gescand, hoe lang iemand over het scanproces doet en of er in het verleden afwijkingen zijn gevonden tijdens eerdere controles.
Deze gegevens kunnen ervoor zorgen dat bepaalde klanten vaker worden geselecteerd dan anderen.
Slimme camera’s houden gedrag in de gaten
Naast de scanner zelf maken steeds meer supermarkten gebruik van cameratechnologie die speciaal is ontwikkeld voor zelfscanomgevingen.
Deze systemen kijken niet alleen naar wie er bij de kassa staat, maar vooral naar de handelingen die worden uitgevoerd. De software probeert vast te stellen of een product daadwerkelijk wordt gescand voordat het in een tas verdwijnt.
Wanneer een klant een artikel uit een mandje haalt, langs de scanner beweegt en vervolgens inpakt, ziet dat er normaal uit. Maar als een product direct in een tas terechtkomt zonder duidelijke scanbeweging, kan het systeem dat registreren als afwijkend gedrag.
Dat betekent niet direct dat iemand iets verkeerd doet, maar het kan wel aanleiding zijn voor een extra controle.
Steeds meer winkels investeren in deze technologie omdat de verliezen door fouten en diefstal bij zelfscankassa’s aanzienlijk kunnen oplopen.