DEEL 2 — De naam die Nellis nog kende
In het commandocentrum van Nellis Air Force Base viel de naam Widow 6 als een steen in stil water.
Mensen die haar niet kenden, keken naar elkaar.
Mensen die haar wel kenden, stonden op.
Kolonel Adrian Cole, vijfenvijftig jaar oud en hoofd van de luchtverkeerscoördinatie op de basis, zat in een glazen kantoor boven de operationele vloer toen een jonge officier zonder kloppen binnenkwam.
“Kolonel, u moet dit zien.”
Cole keek geïrriteerd op.
“Wat?”
De officier draaide een tablet naar hem toe.
Op het scherm stond een oud militair dossier.
Een zwart-witfoto van een vrouw van nauwelijks dertig.
Donker haar.
Scherpe blik.
Vliegerspak.
Op haar borst hetzelfde zilveren embleem dat Pauline nu, tientallen jaren later, nog steeds droeg.
Cole las de naam.
Daarna werd zijn gezicht langzaam ernstig.
“Waar heb je dit gevonden?”
“In het testarchief.”
“Dat archief is gedeeltelijk afgesloten.”
“Ja, meneer.”
“Waarom is het dan geopend?”
De officier wees naar de radar.
“Omdat zij in dat passagiersvliegtuig zit.”
Cole draaide zich om.
Op het grote scherm bewoog een wit radarblip langzaam richting Nellis.
Aan weerszijden daarvan twee militaire toestellen.
Havoc 1 en Havoc 2.
“Wie vliegt het toestel?”
De officier aarzelde.
“Zij.”
Cole zei niets.
Hij liep naar beneden.
Iedereen op de operationele vloer voelde dat de sfeer veranderde toen hij naderde.
“Open kanaal met Havoc 1.”
Een technicus knikte.
“Open.”
Cole nam een headset.
“Havoc 1, dit is Nellis Command. Visuele status?”
De gevechtspiloot antwoordde onmiddellijk.
“Linkermotor onstabiel. Mogelijk gedeeltelijke hydraulische schade. Toestel houdt hoogte, maar asymmetrische stuwkracht blijft problematisch.”
“Besturing?”
“Stabiel sinds Widow 6 heeft overgenomen.”
Cole keek naar het dossier.
Een oud rapport trok zijn aandacht.
PROJECT NIGHTFALL — INCIDENT 17
Het was gedeeltelijk zwartgelakt.
Maar één regel was leesbaar.
Aircraft recovery achieved by test pilot Sanders despite cascading hydraulic failure.
Cole ademde langzaam uit.
“Dat meen je niet.”
Ondertussen zat Pauline in de cockpit van het passagiersvliegtuig alsof de afgelopen veertig jaar slechts een lange pauze waren geweest.
Mark Jensen keek naar haar alsof hij niet meer wist wat echt was.
“YF-23?” vroeg hij.
Pauline keek opzij.
“Wat?”
“U zei dat u ermee gevlogen hebt.”
“Dat heb ik.”
“Dat programma…”
“Lang geleden.”
“Maar u was…”
“Jonger?”
Mark kleurde.
“Dat bedoelde ik niet.”
“Jawel.”
De hoek van Pauline’s mond bewoog.
Bijna een glimlach.
Daarna klonk opnieuw een waarschuwing.
De toon was kort.
Scherp.
Pauline keek naar het hydraulische paneel.
“Daar is het.”
Mark voelde zijn maag zakken.
“Wat?”
“Drukverlies in systeem B.”
“Hoe erg?”
“Nog niet fataal.”
“Nog niet?”
Pauline wees.
“Lees de druk.”
Mark deed het.
De waarde zakte.
Langzaam.
Maar onafgebroken.
“Verdomme.”
“Niet vloeken. Denken.”
Mark keek haar boos aan.
“Mijn gezagvoerder ligt bewusteloos. We hebben een motorstoring. Nu verliezen we hydrauliek. Ik denk genoeg.”
“Je denkt te snel.”
“Wat?”
“Paniek is denken zonder volgorde.”
Die zin raakte hem harder dan hij wilde toegeven.
Pauline keek vooruit.
De woestijn strekte zich als een bruine oceaan onder hen uit.
Nellis lag nog tientallen kilometers verder.
“Hoeveel brandstof?”
Mark gaf het getal.
Pauline rekende.
“Goed. We hebben tijd.”
“U noemt dit goed?”
“Ik noem alles wat ons niet onmiddellijk doodt bruikbaar.”
Mark keek naar haar handen.
Ze trilden niet.
Dat was misschien het vreemdste.
Niet haar kennis.
Niet haar leeftijd.
Niet de mysterieuze roepnaam.
Maar die handen.
Zelfs terwijl de cockpit vol alarmen zat, bleven haar vingers rustig.
Achter hen kwam Chloe terug.
“We hebben een arts.”
“Evans?”
“Hij ademt. Mogelijk hartritmestoornis. De arts wil hem plat leggen, maar we kunnen hem niet veilig uit de stoel krijgen tijdens deze bewegingen.”
Pauline knikte.
“Laat hem zuurstof houden. Maak zijn riem losser, maar verplaats hem nog niet.”
Chloe keek naar haar.
“U klinkt alsof u dit vaker hebt gedaan.”
“Niet precies dit.”
“Maar iets soortgelijks?”
Pauline keek even naar het raam.
“Te vaak.”
De radio kraakte.
“Nellis aan civiel toestel. Widow 6, hoort u mij?”
Pauline herkende de stem niet.
“Luid en duidelijk.”
“Dit is kolonel Adrian Cole.”
“Cole…”
“Mijn vader heeft ooit met u gevlogen.”
Pauline’s vingers stopten een fractie van een seconde.
“Naam?”
“Thomas Cole.”
Pauline keek voor het eerst echt verrast.
“Tommy Cole?”
Aan de andere kant van de radio lachte iemand zacht.
“Hij haatte die naam.”
“Daarom gebruikte iedereen hem.”
Mark keek van Pauline naar de radio.
Cole vervolgde.
“Hij sprak over u.”
Pauline’s blik werd zachter.
“Is hij…”
“Drie jaar geleden overleden.”
Een stilte.
Toen knikte Pauline alsof Cole haar kon zien.
“Hij was een goede piloot.”
“Hij zei dat u zijn leven redde.”
Pauline antwoordde niet meteen.
“Dat deden we toen voor elkaar.”
Cole keek naar het naderende radarbeeld.
“Mevrouw Sanders, baan 03L wordt volledig vrijgemaakt. Brandweer en medisch personeel staan klaar.”
“Wind?”
“Licht uit het noordoosten.”
“Goed.”
“Er is meer.”
Pauline fronste.
“Wat?”
“Uw linkerhoofdwiel meldt geen betrouwbare lock.”
Mark draaide zich bliksemsnel naar het paneel.
“Dat lampje was net nog groen.”
“Nu niet meer,” zei Pauline.
Ze keek.
Groen.
Knippering.
Toen donker.
Een koude stilte vulde de cockpit.
Mark slikte.
“Dus we landen met één motor, verslechterende hydrauliek en mogelijk een defect landingsgestel?”
Pauline keek hem aan.
“Correct.”
“Dat klinkt bijna alsof u er plezier in hebt.”
“Nee.”
Ze draaide zich weer naar voren.
“Maar ik herken het.”
Havoc 1 kwam dichterbij aan de linkerkant.
De piloot sprak.
“Widow 6, ik kan visueel naar uw linker landingsgestel kijken zodra u het uitzet.”
“Begrepen.”
Pauline wachtte nog.
Niet nu.
Te vroeg uitzetten betekende extra weerstand.
Ze wilde elke kilometer marge behouden.
Mark keek haar aan.
“Wat als het wiel niet vergrendelt?”
“Dan proberen we het te schudden.”
“Schudden?”
“G-krachten. Zijwaartse belasting. Soms helpt dat.”
“En als dat niet werkt?”
Pauline keek hem aan.
“Dan landen we zonder.”
Mark werd stil.
In de cabine begonnen passagiers te begrijpen dat de situatie ernstiger was dan “een klein technisch probleem”.
De F-35’s naast hen waren onmogelijk te negeren.
Chloe liep door het gangpad.
“Dames en heren, we gaan uitwijken naar een militaire luchtmachtbasis. Dit is uit voorzorg. Ik vraag u uw gordels strak vast te maken.”
“Waarom vliegen er straaljagers naast ons?” riep iemand.
“Is er brand?”
“Zijn we gekaapt?”
“Gaan we neerstorten?”
Chloe voelde de paniek stijgen.
Toen kwam Pauline’s stem onverwacht over de intercom.
Ze had Mark gevraagd de cabineverbinding te openen.
“Dames en heren, mijn naam is Pauline Sanders.”
De cabine werd stiller.
“Ik zit momenteel in de cockpit om de copiloot te ondersteunen. We hebben een technisch probleem, maar het vliegtuig vliegt. We hebben een lange landingsbaan voor ons en twee militaire toestellen naast ons die helpen.”
Ze pauzeerde.
“Luister nu goed naar de bemanning. Doe precies wat zij zeggen. Angst is normaal. Paniek helpt niemand.”
Een kind vroeg luid:
“Is dat de oma?”
Een paar mensen lachten nerveus.
Pauline hoorde het zelfs in de cockpit.
Ze glimlachte.
“Ja,” zei ze nog door de intercom. “Dat is de oma.”
De spanning in de cabine brak heel even.
En dat was precies wat ze wilde.
Maar daarna keek ze weer naar het landingsgestel.
“Mark.”
“Ja?”
“Zet gear down.”
Hij trok de hendel.
Een diep mechanisch geluid ging door het toestel.
Links.
Rechts.
Neuswiel.
Twee groene lampjes.
Eén rood.
Mark’s keel werd droog.
“Havoc 1?”
De F-35 zakte iets lager.
Een paar lange seconden verstreken.
Toen kwam het antwoord.
“Widow 6… linker hoofdgestel is uit, maar niet volledig vergrendeld.”
Pauline sloot één seconde haar ogen.
Niet uit angst.
Om te rekenen.
Toen opende ze ze weer.
“Goed.”
Mark staarde haar aan.
“Goed?”
Pauline legde beide handen op de besturing.
“Nu gaan we het overtuigen.”