DEEL 5 — Project Nightfall
Het commandocentrum rook naar koffie, elektronica en airconditioning.
Voor Pauline rook het naar vroeger.
Niet letterlijk.
De geheime testfaciliteiten uit haar tijd hadden naar kerosine, heet metaal en woestijnstof geroken.
Maar het gevoel was hetzelfde.
Gesloten deuren.
Te veel schermen.
Mensen die op fluistertoon spraken zodra een bepaalde naam verscheen.
Kolonel Cole leidde Pauline naar een kleine beveiligde vergaderruimte.
Mark en Chloe waren inmiddels bij de medische dienst onderzocht en mochten terug naar de passagierszone.
Toch had Mark geweigerd te vertrekken voordat hij wist waarom Pauline plotseling door militair personeel werd meegenomen.
Cole had hem één zin gegeven.
“Ze is veilig.”
Mark had geantwoord:
“Dat zei de gezagvoerder ook vlak voordat alles misging.”
Nu zat Pauline alleen met Cole en twee inlichtingenofficieren.
Op tafel lag Project Nightfall.
Niet het hele dossier.
Daar was nog steeds veel van afgeschermd.
Maar genoeg.
Een jonge kapitein schoof een scherm naar haar toe.
“Dit signaal werd zeven minuten vóór de eerste motorstoring geregistreerd.”
Een blok cijfers verscheen.
Pauline las.
“Herhaaltransmissie?”
“Ja.”
“Frequentie?”
De kapitein noemde die.
Pauline leunde achterover.
“Dat was vroeger een testkanaal.”
Cole knikte.
“Voor Nightfall?”
“Voor delen ervan.”
“Wat was Nightfall precies?”
Pauline keek hem lang aan.
“Uw toegangsniveau?”
Cole glimlachte zonder humor.
“Vandaag blijkbaar hoog genoeg.”
Pauline tikte met één vinger op tafel.
“Nightfall begon als een programma om vliegtuigen operationeel te houden nadat meerdere systemen tegelijk uitvielen.”
“Redundantie?”
“Verder dan dat.”
“Autonome vluchtcontrole?”
“Voorloper ervan.”
De jonge kapitein keek op.
“In de jaren tachtig?”
Pauline keek hem droog aan.
“Jullie generatie heeft niet alles uitgevonden.”
Cole onderdrukte een glimlach.
Pauline vervolgde.
“Het idee was dat een toestel beschadigd kon raken, communicatie kon verliezen en toch teruggebracht kon worden. Niet door één computer, maar door systemen die elkaars fouten konden herkennen en compenseren.”
“Dat klinkt niet gevaarlijk.”
“Dat was het ook niet.”
Ze zweeg.
“Tot Voss kwam.”
Cole keek naar de naam in het dossier.
“Dr. Elias Voss.”
Pauline knikte.
“Briljant. Onaangenaam. Geobsedeerd.”
“Waarmee?”
“Controle.”
De kamer werd stiller.
“Hij wilde dat het systeem niet alleen een beschadigd vliegtuig stabiliseerde. Hij wilde dat het zelfstandig beslissingen nam over koers, toegang en dreigingen.”
“Militair?”
“Alles was militair.”
“En u vloog voor hem?”
“Voor het programma.”
Pauline’s stem werd kouder.
“Niet voor hem.”
Cole bladerde.
“Er staat een incident in 1987.”
Pauline keek naar hem.
“Incident 17.”
“Ja.”
“Dat was geen incident.”
De jonge kapitein stopte met typen.
“Wat was het dan?”
“Een test die nooit goedgekeurd had mogen worden.”
Pauline keek naar het plafond alsof daar het verleden hing.
“Voss activeerde een experimentele besturingsmodule terwijl ik in de lucht was.”
“Zonder uw toestemming?”
“Zonder die van iemand die ertoe deed.”
“Wat gebeurde er?”
“Het toestel probeerde mij buiten de beslisketen te zetten.”
Cole fronste.
“Letterlijk?”
“Letterlijk.”
Ze keek hem aan.
“De besturing werd verzwaard. Commando’s werden genegeerd. Het systeem wijzigde koers op basis van een scenario dat Voss had ingevoerd.”
“Welke koers?”
Pauline zweeg even.
“Richting een oefengebied waar andere toestellen vlogen.”
Cole begreep het.
“Het systeem wilde een onderschepping simuleren.”
“Het wilde bewijzen dat het zonder piloot effectiever kon handelen.”
“Hoe hebt u het gestopt?”
“Door een stroomrail fysiek door te branden.”
De kapitein keek verbaasd.
“Tijdens de vlucht?”
“Met een onderhoudscircuit dat daar niet voor bedoeld was.”
“Dat had brand kunnen veroorzaken.”
“Dat deed het.”
“En toch landde u?”
“Daarom kent u mijn naam.”
Cole sloot het dossier.
“En Voss?”
“Drie maanden later officieel overleden bij een laboratoriumbrand.”
“Officieel?”
Pauline keek naar de code op het scherm.
“Elias hield van back-ups.”
Cole leunde naar voren.
“Denkt u dat hij nog leeft?”
“Hij zou boven de negentig zijn.”
“Dat is geen antwoord.”
“Nee.”
Pauline stond op en liep naar het scherm.
“Maar deze code is van hem.”
“Hoe weet u dat?”
“De laatste vier cijfers.”
Ze wees.
“Hij gebruikte die volgorde als persoonlijke handtekening.”
“Waarom?”
“Ego.”
Cole keek naar zijn mensen.
“Kunnen we achterhalen welk apparaat aan boord heeft uitgezonden?”
“Niet exact,” zei de kapitein. “Het signaal kwam uit de romp, niet uit de cockpit.”
Pauline dacht na.
“Bagageruim?”
“Mogelijk.”
“Vrachtmanifest.”
Cole gaf opdracht het op te vragen.
Minuten later verscheen een lijst.
Bagage.
Post.
Medische goederen.
Commerciële vracht.
Eén item trok Pauline’s aandacht.
Een metalen transportkist van een onderzoeksbedrijf.
VOSS AERONAUTICAL SYSTEMS
Pauline voelde haar hart één zware slag maken.
Cole zag het.
“Familie?”
“Bedrijf?”
“Opgericht acht jaar geleden,” zei de kapitein. “Directeur: Daniel Voss.”
Pauline keek naar de foto.
Een man van ongeveer vijftig.
Zelfde scherpe ogen.
Zelfde smalle mond.
“Zoon,” zei ze.
“U kent hem?”
“Nee.”
“Maar?”
“Hij lijkt precies op zijn vader.”
Cole stond op.
“De kist is nog in het vliegtuig.”
“Niemand aanraken.”
“Waarom?”
Pauline keek hem strak aan.
“Omdat de motorstoring misschien geen motorstoring was.”
Er viel stilte.
Cole drukte op zijn radio.
“Beveilig het toestel. Niemand naar binnen zonder explosieven- en elektronicateam.”
Pauline keek weer naar Daniel Voss.
Onder zijn naam stond een bedrijfslogan:
THE FUTURE OF FLIGHT IS PILOTLESS.
Ze lachte één keer.
Zonder humor.
“Natuurlijk.”
Cole keek naar haar.
“Wat?”
“De familie verandert niet.”
Een alarm klonk op een console buiten de ruimte.
Een officier riep iets.
Cole liep naar de deur.
“Wat is er?”
“Kolonel, iemand heeft op afstand geprobeerd verbinding te maken met een apparaat in het toestel.”
“Vanwaar?”
“Onbekend.”
“Blokkeer het.”
“Dat proberen we.”
Pauline kwam naast hem staan.
“Niet blokkeren.”
Cole keek haar aan.
“Wat?”
“Laat hem denken dat hij verbinding heeft.”
“Waarom?”
“Omdat iemand die denkt dat hij onzichtbaar is, fouten maakt.”
Cole begreep langzaam wat ze bedoelde.
“U wilt hem lokken.”
Pauline keek naar de knipperende datastroom.
“Hij heeft mij al gelokt.”
Ze ging weer zitten.
“Nu is het mijn beurt.”
Cole liet vervolgens de volledige passagierslijst op een tweede scherm openen.
“Als Daniel wist dat u aan boord was, moet hij ergens toegang hebben gehad tot de boekingsgegevens.”
Pauline bekeek de namen.
“Of hij wist het niet.”
“U gelooft nog steeds in toeval?”
“Niet in dit soort zaken. Maar ik geloof wel dat mensen achteraf patronen zien die vooraf niet bestonden.”
Ze wees op haar eigen naam.
“Ik boekte deze vlucht pas twee dagen geleden. Met punten. Niemand behalve de luchtvaartmaatschappij en mijn bank wist dat.”
De cyberofficier keek op.
“Dan onderzoeken we beide.”
Pauline knikte.
“Goed. En zoek niet alleen naar wie mijn naam heeft bekeken. Zoek wie níét hoefde te zoeken.”
Cole fronste.
“Leg uit.”
“Als iemand mijn reis al via een ander kanaal kende, laat hij geen zoekspoor achter.”
De jonge kapitein begon meteen te typen.
Mark kwam even later opnieuw de ruimte in met twee papieren bekers koffie.
Hij zette er één voor Pauline neer.
“Zwart. Geen suiker.”
Pauline keek hem aan.
“Hoe weet je dat?”
“U hebt de automaat gisteren beledigd omdat hij alleen zoete koffie gaf.”
“Dat klinkt als mij.”
Mark keek naar het scherm met Daniel Voss’ foto.
“Dus dit is de man?”
“Waarschijnlijk.”
“En u denkt dat hij wist dat u op onze vlucht zat?”
Pauline draaide de beker tussen haar handen.
“Dat is één mogelijkheid.”
“Wat is de andere?”
“Dat hij op iets anders wachtte en toevallig de verkeerde oma kreeg.”
Mark glimlachte.
“Dat klinkt onaangenaam voor hem.”
“Dat hoop ik.”
Cole keek naar Pauline.
“Als hij u niet verwachtte, waarom gebruikte hij dan de Nightfall-code?”
Pauline antwoordde pas na een paar seconden.
“Omdat hij wilde dat iemand met toegang tot oude militaire systemen het zou herkennen.”
“Een lokmiddel.”
“Of een visitekaartje.”
“Voor wie?”
Pauline keek opnieuw naar de foto van Daniel.
“Misschien voor iedereen die nog wist wat Widow 6 betekende.”
Die gedachte beviel haar nog minder dan de eerste.
Want als Daniel niet op haar had gejaagd, dan betekende het dat hij bereid was geweest om elke oude deelnemer aan Nightfall uit zijn schuilplaats te lokken.
En Pauline wist niet hoeveel van hen nog leefden.