Niet: voel je de baby?
Alleen de pillen.
Ik keek hem aan en kauwde door.
‘Natuurlijk.’
Vanaf dat moment begon ik bewijs te bewaren. Capsules. Glazen waar een bittere aanslag in zat. Foto’s van verpakkingen. Data waarop Lars mijn vitamines had klaargelegd.
Ik vertelde het aan niemand. Niet omdat ik niemand vertrouwde, maar omdat Lars iedereen al had voorbereid.
Mijn moeder dacht dat ik uitgeput was. Mijn collega’s hadden gehoord dat ik vervroegd met zwangerschapsverlof ging wegens ‘mentale overbelasting’. De raad van commissarissen had van Lars een e-mail ontvangen waarin stond dat ik tijdelijk niet in staat was mijn verantwoordelijkheden als aandeelhouder uit te oefenen.
Ik ontdekte die e-mail op de gezamenlijke tablet.
Daar vond ik ook een conceptbericht aan mr. Van Houten.
Zodra de baby er is, moeten we snel handelen. Haar instabiliteit moet vóór de stemming formeel vaststaan.
De stemming vond twaalf dagen na mijn uitgerekende datum plaats. Meijer Zorggroep stond op het punt verkocht te worden aan een Duitse investeringsmaatschappij. Zonder mijn aandelen kon Lars geen tweederdemeerderheid halen.
Met mijn stem kon ik de verkoop blokkeren.
En dat was precies wat ik van plan was.
Drie maanden eerder had ik onregelmatigheden ontdekt in de declaraties van twee thuiszorgdochters. Dubbele uren, zorgbezoeken aan overleden cliënten en facturen voor nachtdiensten die nooit waren uitgevoerd. In totaal ging het om ruim 3,4 miljoen euro.
Lars noemde het ‘administratieve ruis’.
Zijn moeder, Margriet, financieel directeur van de groep, noemde het ‘een ongelukkig verschil in registratie’.
Ik noemde het fraude.
Tijdens een familiediner in hun villa aan de Vecht had ik gezegd dat ik een extern onderzoek wilde.
Margriet schonk koffie in zonder een druppel te morsen.
‘Je vader begreep tenminste dat loyaliteit belangrijker is dan papier.’
‘Mijn vader hield juist alles op papier.’
‘En toch is hij dood.’
Niemand zei iets. Alleen de vaatwasser zoemde in de open keuken.
Lars legde zijn hand op mijn knie. Voor anderen zag het er geruststellend uit. Zijn vingers drukten zo hard dat ik de volgende ochtend vier bleke afdrukken in mijn huid zag.
In de auto zei hij: ‘Als jij de verkoop blokkeert, vernietig je honderden banen.’
‘Als de cijfers kloppen, hebben jullie die banen al gebruikt om geld weg te sluizen.’
Hij keek voor zich uit.
‘Je bent niet jezelf.’
Daarna begonnen de gaten in mijn geheugen.
In het ziekenhuis zag ik het verband pas volledig toen kinderarts dr. Eline Vos mijn kamer binnenkwam. Ze trok een stoel naar mijn bed en ging zitten. Artsen die goed nieuws brengen, blijven meestal staan.
‘We hebben bij Tobias benzodiazepinen in het bloed gevonden,’ zei ze.
Mijn hand lag op het dekentje waar hij een paar uur eerder had gelegen.
‘Wat betekent dat?’
‘Een kalmerend middel. Clonazepam. De hoeveelheid is laag, maar bij een pasgeborene is iedere hoeveelheid relevant.’
Lars stond achter haar.
‘Femke heeft tijdens de zwangerschap veel last gehad van angst,’ zei hij meteen. ‘Misschien heeft ze iets genomen wat ze vergeten is.’
Dr. Vos draaide haar hoofd.
‘Mevrouw heeft volgens haar medisch dossier geen recept voor clonazepam.’
‘Ze was verward.’
‘Dat is geen antwoord.’
Ik zag iets in Lars’ gezicht verschuiven. Het duurde minder dan een seconde, maar ik kende hem goed genoeg.
Geen verbazing.
Berekening.
Dr. Vos vertelde dat ze aanvullend onderzoek wilden doen naar het eerste ontlastingsmateriaal van Tobias. Daarin konden stoffen worden aangetoond waaraan hij gedurende de laatste maanden van de zwangerschap was blootgesteld.
‘En als daar hetzelfde middel in zit?’ vroeg ik.
‘Dan gaat het waarschijnlijk niet om één incident.’
Lars stapte naar het bed.
‘Dit is absurd. Femke, zeg gewoon wat je genomen hebt.’
Ik drukte op de bel naast mijn bed.
‘Ik wil dat je weggaat.’
Hij lachte zacht.
‘Je bent net geopereerd.’
‘Dat weet ik. Ik was erbij.’
Toen verpleegkundige Noor binnenkwam, veranderde zijn stem.
‘Mijn vrouw is overstuur.’
Ik keek Noor aan.
‘Ik wil niet dat deze man nog alleen bij mij of mijn zoon komt.’
Noor keek eerst naar mij, daarna naar Lars.
‘Dan moet u nu vertrekken.’
Hij bleef staan.
‘Ik ben de vader.’
‘En dit is een ziekenhuis,’ zei Noor. ‘Geen aandeelhoudersvergadering.’
Diezelfde middag belde het ziekenhuis de politie. Niet omdat ik dat eiste, maar omdat het aantreffen van een niet-voorgeschreven kalmeringsmiddel bij een pasgeborene een veiligheidsmelding vereiste.
Rechercheur Pieter Smit kwam samen met een vrouwelijke collega naar mijn kamer. Ik gaf hem het crèmeblikje met de capsules en vertelde over mijn schrift.
Het schrift lag nog thuis.
Net als de tablet.
‘Kan iemand die voor u ophalen?’ vroeg hij.
Ik dacht aan onze buurvrouw, Anouk Vermeer, een gepensioneerde notaris van vierenzestig die alles zag vanaf haar keukenraam en deed alsof dat kwam doordat ze haar geraniums water gaf.
Ik belde haar.
Ze nam na één keer overgaan op.
‘Femke?’
‘Anouk, ik moet je iets vreemds vragen.’
‘Dan ben je eindelijk net als de rest van de straat.’
Ik vertelde haar waar de reservesleutel lag en wat ze moest meenemen. Ze stelde geen vragen. Twintig minuten later belde ze terug.
‘Lars is in huis.’
Mijn vingers sloten zich om de telefoon.
‘Wat doet hij?’
‘Hij draagt dozen naar zijn auto.’
‘Zie je welke?’
‘De archiefdozen uit jouw werkkamer.’
Mijn laptop met de declaratiegegevens stond in die kamer.
‘Anouk, ga niet naar binnen.’
‘Dat was ik niet van plan. Ik ben nieuwsgierig, niet suïcidaal.’
Ze hing op en belde de wijkagent.
De politie trof Lars niet meer aan. De werkkamer was leeg. De tablet lag kapot in de gootsteen. Mijn schrift was verdwenen.
Maar Lars had één fout gemaakt.
Twee weken voor de bevalling had ik de babyfoon getest. De camera stond tijdelijk op de boekenkast, gericht op de eettafel en een deel van het keukenblad. De beelden werden automatisch in een beveiligde cloudomgeving opgeslagen.
Lars kende het apparaat. Hij wist alleen niet dat mijn vader mij had geleerd nooit de standaardinstellingen van iets te vertrouwen.
Rechercheur Smit opende de opslag op zijn laptop.
De eerste filmpjes toonden niets bijzonders. Ik liep door de kamer. Lars zette koffie. Margriet zat aan tafel met haar jas nog aan.
Toen verscheen een opname van halfvier ’s nachts.
Lars kwam de keuken binnen in zijn grijze ochtendjas. Hij haalde mijn pot zwangerschapsvitaminen uit een kastje, draaide capsules open en vulde ze met poeder uit een plastic zakje.
Hij werkte langzaam.