— Ze zei dat het weinig was. Dat alleen het bruiloftsmenu al meer kostte.
— Heeft opa dat gehoord?
Radu antwoordde niet meteen.
— Ja, hij heeft het gehoord.
Alexandra stond op.
— En je hebt het me niet verteld?
— Het was onze bruiloft. Je grootvader leek er geen probleem van te willen maken.
— Dat betekent niet dat het hem geen pijn deed.
— Dat weet ik.
— Wie waren er nog meer bij?
— Een paar mensen.
Alexandra pakte haar telefoon.
— Wat ga je doen?
— Ik bel haar.
— Mirela?
— Ja.
Radu pakte voorzichtig haar hand vast.
— Wacht even.
— Waarop?
— Ze is mijn tante. Daarom wil ik met haar praten.
— Over mijn grootvader?
— Over wat ze op onze bruiloft heeft gezegd.
Alexandra keek hem enkele seconden aan.
— Goed.
Radu belde zijn tante en zette de telefoon op de luidspreker.
Mirela nam vrolijk op.
— Kijk eens aan, het bruidspaar! Zijn jullie eindelijk wakker?
— Tante, ik wil je iets vragen.
Door zijn ernstige toon zweeg ze onmiddellijk.
— Wat dan?
— Wat heb je gisteravond tegen Alexandra’s grootvader gezegd over zijn envelop?
Het bleef even stil.
— Ach, Radu, bel je me daarvoor?
Alexandra sloeg haar armen over elkaar.
— Wat heb je tegen hem gezegd?
— Niets bijzonders. Ik maakte alleen maar een opmerking.
— Welke opmerking?
— Dat hij niets van het weinige dat hij heeft had hoeven geven. Mijn hemel, moeten we nu overal een schandaal van maken?
Alexandra stapte dichter naar de telefoon toe.
— Met Alexandra.
— Alexandra, lieverd, ik bedoelde het niet slecht.
— Dat weet ik.
— Ik had echt medelijden met hem.
— Precies dat stoort me.
Mirela zweeg.
— Waarom?
— Omdat mijn grootvader niet naar onze bruiloft kwam zodat iemand medelijden met hem kon hebben.
— Maar ik heb hem niet beledigd.
— Heb je gezegd dat het menu meer kostte dan wat hij in de envelop had gedaan?
Er volgde opnieuw een stilte.
— Misschien heb ik iets in die richting gezegd.
— En heb je de grap over de aardappelen gemaakt?