Aha: dit zijn 6 ontschuldige vragen die kinderen met ADHD regelmatig stellen

Ben je boos op mij?

Deze vraag raakt veel ouders. Soms is er namelijk helemaal geen boosheid. Toch merkt een kind een andere toon of blik op. Dat kan al genoeg zijn om onzeker te worden.

Kinderen met ADHD krijgen vaak veel correcties. Ze horen dat ze stiller moeten zijn. Ook moeten ze vaker opletten of iets opnieuw doen. Daardoor kunnen ze gevoeliger worden voor kritiek. Ze verwachten soms sneller dat iemand boos is.

Een zucht kan al verkeerd worden uitgelegd. Hetzelfde geldt voor een korte reactie. Het kind denkt dan dat het iets fout heeft gedaan. Daarom komt de vraag vaak onverwacht.

Probeer duidelijk te benoemen wat je voelt. Zeg bijvoorbeeld dat je moe bent, maar niet boos. Dat geeft een kind meer zekerheid. Het hoeft jouw gezicht dan minder zelf te lezen.

Geef ook complimenten wanneer iets goed gaat. Kinderen horen vaak genoeg wat niet lukt. Positieve aandacht helpt om dat evenwicht te herstellen. Benoem vooral concreet gedrag.

Zeg bijvoorbeeld dat je blij bent met snel opruimen. Dat werkt beter dan een algemeen compliment. Het kind weet dan precies wat goed ging. Dat kan het zelfvertrouwen versterken.

Kun je het nog één keer uitleggen?

Sommige kinderen met ADHD leren snel en zijn erg nieuwsgierig. Toch kunnen ze uitleg missen. Hun aandacht dwaalt namelijk soms even af. Daardoor ontbreekt een belangrijk deel van het verhaal.

Het kind heeft dan niet altijd alles verkeerd begrepen. Misschien viel slechts één stukje weg. Toch wordt de hele opdracht daardoor onduidelijk. Opnieuw uitleggen helpt dan vaak direct.

Mother and daughter playing video games together on sofa.

Boos worden werkt meestal averechts. Het kind voelt zich dan onzeker of dom. Daardoor wordt luisteren nog moeilijker. Een rustige herhaling geeft juist meer kans op succes.

Houd de uitleg kort. Gebruik eenvoudige woorden en weinig bijzinnen. Kijk of het kind je aankijkt. Verwacht alleen niet voortdurend oogcontact.

Sommige kinderen luisteren beter tijdens beweging. Ze kunnen bijvoorbeeld met iets friemelen. Dat betekent niet automatisch dat ze niet opletten. Let vooral op wat uiteindelijk blijft hangen.

Vraag na de uitleg wat de bedoeling is. Laat het kind de opdracht in eigen woorden vertellen. Zo ontdek je waar de verwarring zit. Daarna hoef je alleen dat stukje te herhalen.