Als je partner ineens naar een verpleeghuis moet, verandert er niet alleen emotioneel veel, maar ook praktisch. En dan vooral op de bankrekening. Veel mensen merken pas later hoeveel financiële knoppen er ineens zijn om aan te draaien.
Een van die knoppen heeft te maken met de AOW: blijf je in het ‘gehuwdenpensioen’ of stap je over naar het ‘ongehuwdenpensioen’? Dat klinkt als een simpele keuze, maar de gevolgen kunnen onverwacht groot zijn.
Wat er administratief verandert
Wanneer een partner langdurig in een verpleeghuis wordt opgenomen, kan de situatie voor de AOW anders worden beoordeeld. In bepaalde gevallen mag de thuiswonende partner bij de SVB aanvragen om de AOW om te zetten naar die van een alleenstaande.
Dat heet in de praktijk: van gehuwdenpensioen naar ongehuwdenpensioen. Je wordt dan voor de AOW niet meer als ‘samenwonend/gehuwd’ gezien, maar als alleenstaand, met een hogere maandelijkse uitkering als direct resultaat.
Waarom het ongehuwdenbedrag hoger is
De gedachte achter die hogere AOW is logisch: alleenstaanden hebben vaak dezelfde vaste lasten als een stel, maar moeten die in hun eentje dragen. Denk aan huur, energie, verzekeringen en gemeentelijke lasten die niet ineens halveren.
Daardoor kan het verschil tussen de twee AOW-bedragen best oplopen. Op papier lijkt het dus aantrekkelijk: je maandbedrag stijgt en je hebt thuis meer ruimte om de lopende kosten te blijven betalen.
Het voordeel dat je snel weer kwijt bent
Hier komt de harde werkelijkheid: een hogere AOW-uitkering betekent ook een hoger inkomen op papier. En dat inkomen speelt mee bij de berekening van de eigen bijdrage voor het verpleeghuis. Die bijdrage kan dus meestijgen.
Met andere woorden: wat je extra ontvangt via de AOW, kan je indirect weer terugbetalen via een hogere verplichting richting het verpleeghuis. Soms blijft er netto weinig over, en in extreme situaties helemaal niets.
De eigen bijdrage: hét rekenpunt dat mensen vergeten
De eigen bijdrage voor verpleeghuiszorg wordt niet zomaar ‘op gevoel’ bepaald. Er wordt gekeken naar inkomen en vermogen, en vaak naar het totale plaatje van beide partners. Dat maakt de berekening complexer dan veel mensen verwachten.