Asielminister voert de druk op: ´Deze 47 gemeenten moeten asielzoekers opvangen´
In het uiterste geval kan Van den Brink het gezag van een gemeente overnemen. De minister heeft dan de bevoegdheid zelf een asiellocatie te vergunnen, zonder medewerking van het lokale bestuur. Hij omschreef dat zelf als een maatregel voor het ‘uiterst geval’. Vooralsnog hoopt hij dat het zover niet hoeft te komen. Toch maakt hij duidelijk dat hij die stap niet uitsluit.
Welke gemeenten als eerste worden geconfronteerd met dit proces, heeft Van den Brink donderdag nog niet bekendgemaakt. Hij deed zijn aankondiging in het radioprogramma Dit is de Dag. Volgende week maakt hij de namen openbaar. Dat moment wordt daarmee een politiek gevoelig punt: lokale bestuurders en gemeenteraden die op de lijst staan, kunnen zich dan publiekelijk verantwoorden, of juist verdedigen.
De timing is bovendien bewust. Van den Brink wil dat de betrokken gemeenten vóór het najaar ’tot inkeer komen’ en daadwerkelijk aan de slag gaan met asielopvang. Daarmee creëert hij een concrete deadline. Gemeenten hebben dus de komende maanden de gelegenheid om vrijwillig in beweging te komen, voordat de minister mogelijk zwaardere maatregelen inzet.
De minister benadrukt dat hij geen willekeurige eis stelt. Gemeenten hebben een wettelijke taak om asielopvang te faciliteren. Die verplichting vloeit voort uit de spreidingswet, die eerder is aangenomen om asielzoekers evenrediger over het land te verdelen. Gemeenten kunnen dus niet simpelweg weigeren zonder juridische consequenties. Van den Brink beroept zich daar uitdrukkelijk op.
Toch weten lokale bestuurders de wet soms creatief te interpreteren, of ze zoeken de randen op. Sommige gemeenten voeren aan dat ze geen geschikte locaties hebben, of dat de lokale bevolking zich ertegen verzet. Die argumenten neemt Van den Brink niet zomaar over. Hij verwacht van gemeenten dat ze actief op zoek gaan naar oplossingen, in plaats van de handen in de lucht te gooien.