‘Bizar: Deze provincie wil het toestaan om op katten te jagen – burgers ongerust’

Wat ‘beheer’ betekent in de praktijk

Beheer is een verzamelwoord. Het kan gaan om het vangen, steriliseren en terugzetten van verwilderde katten (de TNR-methode), het verplaatsen van dieren, strengere voorlichting aan eigenaren of fysieke bescherming van nesten met rasters en schrikdraad.

Overijssel wil in uitzonderlijke gevallen ook afschot inzetten als laatste redmiddel. Precies dat onderdeel ligt gevoelig, omdat het onomkeerbaar is en het onderscheid tussen verwilderde dieren en buitenlopende huiskatten in de praktijk ingewikkeld kan zijn.

Waarom dit zo gevoelig ligt

Katten zijn voor velen geliefde huisgenoten. Dat maakt de discussie emotioneel, zeker wanneer wordt gesproken over afschieten. Mensen vrezen vergissingen, onnodig dierenleed en een afglijdende schaal in hoe we met dieren in het wild omgaan.

Tegelijkertijd voelen weidevogelbeschermers de urgentie. Zij wijzen op lege weilanden waar vroeger jongen renden en op boeren die hun land natuurvriendelijk beheren maar toch zien dat nesten jaarlijks sneuvelen door predatie en verstoring.

Kritiek van dierenwelzijnsorganisaties

Dierenorganisaties reageren fel. Volgens hen is afschot onethisch en niet doelmatig. Ze stellen dat verwilderde katten niet de hoofdschuldigen zijn achter de weidevogelafname en dat ingrijpen op die manier weinig structureel effect zal opleveren.

Ook wijzen zij op het risico voor tamme katten. In het veld is onderscheid niet altijd glashelder, zeker in schemer en op afstand. Hun pleidooi: investeer in TNR-programma’s, chip- en castratieplicht, plus betere voorlichting aan eigenaren.

Onderzoek en twijfels over rol van katten

Verschillende studies tonen dat predatie natuurlijk onderdeel is van ecosystemen, maar kwantificeren de rol van katten in weidevogelterugloop wisselend. Het ministerie van Landbouw gaf eerder aan dat die bijdrage niet eenduidig is vastgesteld op landelijke schaal.

In sommige gebieden worden katten wel gezien bij nesten, maar harde cijfers die hen als belangrijkste factor aanwijzen, ontbreken vaak. Dat voedt twijfel of afschot wezenlijk bijdraagt aan herstel, zeker zonder gelijktijdig aanpakken van andere oorzaken.

Andere roofdieren als grotere factor

Ecologen noemen vooral de vos, steenmarter en in mindere mate kraaien als grote nestrovers. Deze soorten sporen eieren en kuikens actief op en kunnen lokaal het broedsucces fors drukken, vooral in open agrarische landschappen.

Beheer richt zich daar al langer op, met wisselend resultaat. De effectiviteit hangt sterk af van timing, intensiteit en de beschikbaarheid van schuilplekken in het landschap. Katten spelen mogelijk een rol, maar waarschijnlijk zelden de hoofdrol.